Mensen worden meestal ervaren in mondelinge vorm

Na lezing van dit onderzoek van Kila van der Starre, gisteren tijdens of voorafgaand aan de Nacht van de Poëzie in Utrecht gepresenteerd, een onderzoek dat haar zeker ooit de Roos Vonk-leerstoel zal opleveren, presenteer ik – nog steeds confuus van zoveel wijsheid – een samenvatting van Van der Starre’s titanenwerk:

Nederlanders denken bij de term ‘mensen’ vooral aan ‘institutioneel erkende’ mensen. Mensen die door erkende instanties erkend worden als mens, worden ook door het merendeel van de volwassen Nederlanders als zodanig erkend. Mensen met minder erkenning uit de officiële wereld zijn ook in de ogen van de meeste Nederlanders minder vaak mensen. Wel zijn dit soort mensen veel bekender dan de mensen die officieel als mens worden beschouwd. Denk hier aan de BraboNeger, Gerard Joling en de TuigVlogger. Wanneer Nederlanders denken aan mensen, denken zij in veel gevallen aan (het voorkomen van) officieel erkende mannen (zoals Barack Obama, Jesse Klaver of Vladimir Poetin). Lees verder

Advertenties

Een kamer in een statig herenhuis in het centrum van Kopenhagen

‘Verveling, verveling, smachten naar een glimp van geluk, wachten op de uren durende extase, de exaltatie der verbeelding, ja, nu moet zich iets voordoen, ik wil beslist deze avond niet nutteloos doorbrengen, en verdraaid, ik zie een kamer in een statig herenhuis in het centrum van Kopenhagen, naar de inrichting te zien ergens in de jaren 1920-1925.’

Lees verder

I am most faithless when I most am true

De poëzie van Edna St. Vincent Millay is eigenlijk altijd goed. Dat merkte ik tijdens het lezen van dit artikel op het (onvolprezen) weblog BraninPickings. Tegelijkertijd is er altijd wel iets op haar gedichten aan te merken. Ze vult haar regels tot over de rand, omdat ze anders niet kan zeggen wat ze precies wil zeggen. Dat geeft het geheel iets springerigs, iets onvoltooids. Het geeft niet. Het hoort zo te zijn. Juist op die momenten zijn haar gedichten goed. Ze staan niet alleen vol paradoxen, ze zijn ook op paradoxale wijze niet-helemaal-goed en daarom helemaal af. Dit voorbeeld: Lees verder

Ik ben, denk ik, gelukkig

Op zaterdag staat de school tegenover leeg. Het oranje gebouw heeft plotseling geen functie. Het beeld van Jaroslav Roná, in het park met de kleine speelplaats, staat helemaal alleen. Op de trapvormige sokkel rennen geen kinderen, omhoog, omlaag; de mus pikt in het luchtledige en wacht op de maandag, als ze er weer zijn, als ze hem weer zien staan. Ik kan me bijna niet indenken wat hij voelde tijdens de zes vakantieweken. Een dikke vrouw met een jurk aan die ze in betere dagen kocht, duwt de schommel waarop haar dochter of kleindochter zit. Ze kijkt om zich heen, voor zich, achter zich, maar niet naar haar dochter of kleindochter, die volgens mij bijna of helemaal debiel is. Ik groet haar. Ze reageert niet en duwt, duwt, duwt. In de Albert zoek ik ongeveer een half uur naar paneermeel. Ik weet het juiste woord ervoor niet, – en als ik het eindelijk durf te vragen, via Google Translate, blijk ik er al een keer of twintig langsgelopen te zijn. Hier zit paneermeel in zakjes, niet in pakjes. Een vrouw bij het diepvriesvak laadt dertig pizza’s in haar kar. Ik heb ze geteld. Ze kijkt in mijn mandje, de bloemkool, broodjes, een halve kilo gehakt, paneermeel dus. Ze kijkt nog eens, nu naar mij, en gooit de deur van het diepvriesvak daarna heel hard dicht. Ik groet haar. Ze reageert niet en duwt haar kar richting een van de dertig kassa’s. Ik voel me in een hypermarket altijd zo nietig, als een broodkruimel op het rok van het universum. Buiten, in het oorverdovende en toch herfstachtige zonlicht, loop ik eerst verkeerd en dan weer goed. Terwijl het zweet me over de rug loopt, ben ik, ik ben… kom, ik kan niet op de term komen. Ik ben, denk ik, gelukkig. Straks ga ik gehaktballen maken. Daarvoor had ik strouhanka nodig. Van het Albert-huismerk Basic. De tekst op het pak is óók in het Nederlands. Zo is, weet ik plotseling, mijn geluk: broos en kruimelig en basic: ‘niet meer alleen het kwade /de doodsteek maakt ons opstandig of deemoedig / maar ook het goede / de omarming laat ons wanhopig aan de ruimte / morrelen’.

Nieuw verhaal, in Hollands Maandblad 2017 – 8/9

In Hollands Maandblad 2017 – 8/9 is een nieuw verhaal van mij te lezen: ‘Hartenklop’. Daarnaast bevat het blad werk van onder meer Marieke Lucas Rijneveld, Leo Vroman en Philip Huff. De hele inhoud leest u hier. Een bont geheel, as usual. Koop het blad in de betere boekhandel, of, wel zo veilig: bestel het bij de redactie. Mijn verhaal over een echtpaar, Jonathan en Vera, begint zo: Lees verder

Theo Hiddema en Willem Wilmink (bij DWDD)

Theo Hiddema, der tolle Onkel van de Nederlandse politiek, heeft iets gezegd. Over de ‘vermenging van rassen’ via de lakens, over integratie via kruising. Hoon was zijn deel. Hoon en warrig geschrijf van een andere tolle Onkel, Han van der Horst, op Joop.nl. Dat de Hiddemeister weliswaar een retorisch talent is, maar als intellectueel (en denker over het integratieprobleem) niet meteen in de voorhoede loopt, hoor je nergens. In de Nederlandse politiek is er niemand meer die gewoon eens ouderwets zijn (of haar) schouders over iets ophaalt. Bovendien is Hiddema’s voorstel… lief, zou ik willen zeggen. Laat mensen van elkaar houden, laat ze kinderen maken, en dan komt alles goed. Misschien gelooft hij het wel écht.  Lees verder

Theo Sontrop overleden

Oud-uitgever Theo Sontrop is overleden. Dat meldt de website van de NOS. Hij werd 86 jaar oud. Ik maakte in 2014 een interview met hem voor De Boekenwereld. Twee dagen was ik daartoe op Vlieland, – en het waren nogal inspannende dagen, want Sontrop had toen nog de conditie van een postpaard. De tekst van het interview staat hieronder. Sontrop vond zichzelf overigens vooral een lezer, wat voor een uitgever zeer uitzonderlijk is: ‘Ik lees acht uur per dag. Daarom ga ik ook niet graag van het eiland, want dan ben je algauw drie dagen kwijt. Een dag onderweg, een dag op de plek waar je iets moet doen en een dag voor de terugreis. Daarmee verspeel je vierentwintig leesuren. Dat vind ik zonde.’ Lees verder