Blogroll – prehistorie – paradox

Gisteren heb ik een blogroll aan mijn weblog toegevoegd. Ik zeg dit niet uit trots, of om reclame te maken, ik zeg dit omdat het mezelf verbaasde. Een blogroll is iets uit het stenen tijdperk van het web, dat ergens tussen 1999 en 2006 te situeren is. Door er een toe te voegen aan mijn blog, ga ik vrijwillig terug in de tijd; het is een daad van regressie, alsof ik na jaren te hebben gewerkt op een computer en een laptop ineens weer een elektronische typemachine ben gaan gebruiken. Het voelde heel aangenaam. Lees verder

Advertenties

Kijken in de ziel (en in de spiegel)

0000002266_Simplisties-Verbond-19741126-01Op 31 mei was het tweede deel van Kijken in de ziel: Schrijvers te zien. De eerdere uitzenddatum in maart verviel, want toen stierf Johan Cruijff, een gebeurtenis van nationaal belang. Ik had deel een gezien en toen viel me hetzelfde op als eergisteren. De ijdelheid van sommige schrijvers plakt niet altijd goed op beeld. Harry Mulisch kon het altijd wel goed, hij zorgde voor een mengeling van zelfvergroting en een niet erg Nederlandse, superieure ironie. Maar Mulisch is net als Cruijff dood. Lees verder

Kettingrokers sterven uit

437cfeeff98c330bbb01a07b77b873d1Een koppenmaker met humor – ‘Kettingroker sterft uit, jongere rookt af en toe peuk’ – bracht me even terug naar mijn jeugd. Toen rookte iedereen. Jean Paul Sartre rookte. Joop den Uyl en Hans Wiegel rookten. Alle tv-presentatoren rookten, ook als ze op tv waren. Mijn ouders rookten. Bijna al mijn ooms en tantes rookten, wat zeg ik: rookten ketting. Als er familiebijeenkomsten waren, stond de woonkamer letterlijk blauw. Mijn opa’s rookten. Alleen mijn ene levende oma rookte niet. Zij rookte mee en is aan longkanker overleden. Lees verder

Alles komt door Connie

dautzwnberg neusEen merkwaardig stuk, ‘Het begon met een wijkende kringspier’. De schrijver ervan, Joost de Vries, opent met een herhaling van de lijst van vier dichteressen en één uitgeefster die Ilja Leonard Pfeijffer in zijn boek Brieven uit Genua zegt te hebben beslapen. Met enig genoegen schraapt De Vries de ketel leeg, waarna hij ook nog wat andere ‘kwesties’ van recente datum tegen het licht houdt. Hij is de literaire journalist. Hij geeft alleen maar door. Die schrijvers, die hebben zich overgegeven aan roddelzucht en aan het slechten van de wand tussen het persoonlijke en het literaire. Dat deze wand net als de Berlijnse Muur is gevallen, komt door het boek I.M. van Connie Palmen.  Lees verder