In de metro (27)

Mijn kapster zit in de metro. Ze heet Marika. Ze haalt haar handen door mijn kuif en zegt dat ik snel langs moet komen. Dit kan echt niet meer. Ik heb mijn haar nu korter dan ooit, of in elk geval korter dan ooit in de afgelopen vijfentwintig jaar. We zijn allebei op weg naar halte Nové Butovice. Als we uitstappen, zegt ze: ‘Loop even mee.’ Ze werkt in het winkelcentrum, niet ver van mijn huis, bij For Hair. Een goede naam, voor een kapperszaak. Ik loop even mee, het is helemaal niet corny of cheesy. Ik loop mee met mijn kapster naar haar werk. Mijn kapster is bijna knap. Als ze iets meer op een knappe vrouw had geleken dan ze nu doet, was het goed geweest. Ze praat tegen me en ik zeg soms, ‘no no no.’ Dat betekent ‘ja ja ja.’ Lees verder

Advertenties

In de metro (26)

In de metro zit een man die op de Nederlandse dichter * lijkt. De Nederlandse dichter * is niet heel bekend. Hij schrijft wel heel veel, onder meer op zijn weblog. Soms lees ik dat. Het is heel gek, de stukjes die * schrijft zijn niet zo goed, een beetje zeurderig, een beetje cultureel-correct, een beetje ‘vroeger was alles beter’ en toch schrok ik er, als ik eenmaal bezig ben, een stuk of twintig achter elkaar naar binnen. Die stukjes zijn net als drop. Je wilt niet dooreten en je houdt pas op als de zak leeg is. Achteraf voel je je een beetje opgeblazen en neem je je voor: Dat nooit meer. Tot je na maanden weer een zak koopt of het adres van *’s weblog intypt. Lees verder

In de metro (25)

In de metro zit een man die een kerstboom op het stoeltje naast zich heeft gezet. Een kerstboom met kluit, in een rode emmer. Er hangen nog twee slingers in. De man kijkt af en toe opzij, alsof hij bang is dat het ding wegloopt. De bagagesticker van Transavia zit nog om het handvat van mijn koffer. Een jaar geleden vond ik dat stoer; nu probeer ik het voordat ik thuis ben al los te pulken. Is de sticker van papier of plastic? Als het leven geen zin heeft, ligt die in de beweging. Meer dan vier jaar geleden schoot ik in beweging en ik ben nog steeds onderweg, een kogel die vergeten is wat hij moet raken. Lees verder

In de metro (24)

Mijn onderbuurman zit in de metro. Hij is poppenmaker. Ik ben één keer in zijn atelier geweest. Vier poppen, bestelling van een vakman die zijn voorstellingen in een klein theater in het centrum doet, hingen aan een draad te wachten op ‘my finishing touch’. De ruimte lag vol met beitels, hamers, vijlen, zaagjes en mij onbekend gereedschap. De literatuur leerde me het onderscheid zien tussen schijn en wezen. Toch leken het vier geëxecuteerde mini-mensen. Mijn onderbuurman gaf ze een zetje, liefdevol. Dode lijven, bungelend, langzaam weer tot stilstand komend.  Lees verder

In de metro (23)

In de metro is iemand een kerstlied aan het zingen. In het Duits. Stille Nacht. Ik neurie een beetje mee, tot de Starbucksbeker onder mijn neus wordt gehouden. Ik heb geen muntjes bij me en kijk weg. Nog steeds neuriënd. Ik denk aan het Ikeaglas gevuld met allemaal stukken van 1, 2 en 5 kroon, in de keuken. Neem toch eens af en toe een paar van die dingen mee, voor gelegenheden als deze. Maar nee… Als ik bij de Starbucks ben, zeg ik altijd dat ik Christ heet, om verwarring rond mijn naam te voorkomen. Soms staat er dan ‘Kris’ op de beker, of zelfs ‘Chris’. Meestal wordt het toch zoiets als ‘Isshish’ of ‘Indris’. Het is gewoon een kwestie van wachten tot de juiste koffie voorbij komt. Lees verder

In de metro (22)

In de metro zit een dwerg. Ik weet niet of je het woord ‘dwerg’ nog mag gebruiken, maar hij is wel een dwerg. Hij draagt een felgeel jack en een zwart-wit-rode muts met afbeeldingen van Darth Vader erop. Het is een vrolijke knaap. Hij lacht vaak, vooral als zijn naast hem zittende oma iets zegt. Zij lacht niet, zij is nog een Tsjechische van de oude stempel. Elke keer als de dwerg lacht, kijkt ze om zich heen. Lees verder

In de metro (21)

De vrouw die op Florenc instapt, gaat zitten alsof ze aambeien heeft. Elke beweging van de coupé brengt haar gezicht in beroering. Af en toe verplaatst ze haar tas, van de linkerkant van haar schoot naar de rechter. Naast haar zit een man die probeert om zijn hand onopvallend in zijn broek te manoeuvreren. Niemand ziet het. Niemand? Ik zie hoe hij de hand naar binnen schuift, even rond laat woelen en na gedane arbeid kort naar zijn neus brengt om zijn eigen lucht in te ademen. De vrouw maakt het allemaal niet uit, die vertrekt om de paar seconden haar gezicht van de pijn. Lees verder