De man van wie ik de autobiografie moest schrijven (was een vrouw) (3)

De vrouw van wie ik de autobiografie moest schrijven had een groot bedrijf in internetdiensten opgericht. Onze eerste afspraak was in een hotel, althans, in de lobby van een hotel. Haar persvoorlichtster deed het woord. Zij heette Johan, maar was toch een vrouw. Of ik wist welke diensten mevrouw aanbood, via haar bedrijf. Ik zei tegen Johan dat ik geen flauw idee had, maar dat het schrijven van de autobiografie daar niet onder zou lijden. Ik roerde in mijn koffie en brak mijn koekje in twee stukken. Lees verder

De man van wie ik de autobiografie moest schrijven (2)

vlaaiDe man van wie ik de autobiografie moest schrijven maakte een weids gebaar. ‘Dit is mijn levenswerk.’ Ik keek om me heen en zag voornamelijk mislukte wandschilderingen. ‘Fresco’s,’ fluisterde hij. Ik liep naar een van de muren toe en concentreerde me op de afbeelding van een mongoloïde engeltje met een tuinbroek aan. ‘Juno,’ zei de man, ‘de heerseres van de hemelen en de godin van het huwelijk. In mijn werk hangt alles samen met alles.’ Lees verder

De man van wie ik de autobiografie moest schrijven (1)

De man van wie ik de autobiografie moest schrijven, woonde in een vrijstaand huis aan het einde van een laan in Zeist. Ik stond een paar minuten op afstand naar de fraaie villa uit de jaren dertig te kijken en besloot mijn tarief een beetje op te schroeven. Voordat ik het hek opende en het tuinpad opliep, knoopte ik mijn colbertje dicht. Ik was bereid om mijn huid en mijn tijd zo duur mogelijk te verkopen en wist dat juist een schrijver, ook al is hij een arme sloeber, in dit geval de schijn moet ophouden. Lees verder