De man van wie ik de autobiografie moest schrijven (was een vrouw) (3)

De vrouw van wie ik de autobiografie moest schrijven had een groot bedrijf in internetdiensten opgericht. Onze eerste afspraak was in een hotel, althans, in de lobby van een hotel. Haar persvoorlichtster deed het woord. Zij heette Johan, maar was toch een vrouw. Of ik wist welke diensten mevrouw aanbood, via haar bedrijf. Ik zei tegen Johan dat ik geen flauw idee had, maar dat het schrijven van de autobiografie daar niet onder zou lijden. Ik roerde in mijn koffie en brak mijn koekje in twee stukken.

Ik dacht aan de directeur van het bedrijf waarvoor ik toen werkte, een al wat oudere reclameman. Toen we een pitch moesten doen voor een grote opdracht bij een luchtvaartmaatschappij kwam hij een half uur te laat. Dronken en stoned. Aan zijn arm een heel erg donkere vrouw in een mintgroene glitterjurk. ‘Mag ik jullie voorstellen aan mijn zus?’ We kregen de opdracht.

Johan vroeg of ik wist dat er persoonlijke kwesties speelden in het leven van mevrouw, kwesties die buiten het boek moesten worden gehouden. Ik wist dat en ik zei dat het wat mij betreft geen enkel probleem was. Johan vroeg. Ik zou schrijven. Johan knikte tevreden en maakte notities in een schrift. De vrouw van wie ik de autobiografie moest schrijven zweeg.

Tijdens de tweede kop koffie kreeg ik verdere instructies van Johan. Wat te doen en, vooral, wat te laten. Of ik geen aantekeningen hoefde te maken? Ik zei dat dat in dit stadium nog geen nut had.

Toen Johan even later naar een andere vergadering vertrok, zat ik alleen tegenover de vrouw van wie ik de autobiografie moest schrijven. Ik probeerde een gesprek met haar op gang te brengen, maar het lukte niet echt. Ze had er geen zin in. Net voordat ik de wanhoop nabij raakte, gebeurde er iets opmerkelijks.

Een ex-minister (uit het kabinet Kok II) betrad de lobby van het hotel. De vrouw van wie ik de autobiografie moest schrijven veerde op en wenkte hem. Dag lieverd. Dag schat. Zoenen alom. Gekir.

‘Dit, lieve (…), is de man die mijn autobiografie gaat schrijven.’
De ex-minister keek me even aan. Zijn blik was zo neutraal, dat ik me voelde krimpen tot de teksthoer die ik op dat moment was.
‘Oh wat fijn voor je! Je bent er ook echt aan toe, aan een boek.’
‘Zeker. Want het is tijd dat mijn verhaal wordt verteld.’
Nog meer gekir. Lieve zinnetjes. Een kus bij het afscheid.

De vrouw van wie ik de autobiografie moest schrijven verzonk weer in stilzwijgen. Ze verloste me uiteindelijk uit mijn lijden: ‘Je mag wel gaan. Je weet wat je te doen staat.’ Ik stond op en verliet het hotel.

Een week voordat ik aan de autobiografie wilde beginnen, werd de vrouw van wie ik de autobiografie moest schrijven gearresteerd. Johan belde me op om te zeggen dat ik me niet langer gebonden hoefde te voelen aan de opdracht. Na enig juridisch getouwtrek en de vrijlating van de vrouw werd er een commissie in het leven geroepen die de handel en wandel van de vrouw moest onderzoeken. Een commissie onder leiding van die oud-minister.

Het voorschot heeft mijn directeur niet teruggestort. ‘Dan hadden ze maar beter na moeten denken voordat ze dat overmaakten.’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s