Tsead Bruinja, wijntje & weedje

Van weinig dingen heb ik spijt, maar dat ik me ooit voor het karretje van Tsead Bruinja’s campagne om Dichter des Vaderlands te worden heb laten spannen: daarvan heb ik spijt. Het waren de tijden waarin mijn weblog De Contrabas bloeide, als een plantje midden in de zomer. Het was eind 2008, begin 2009. Die spijt vlamde weer even op toen ik vanochtend dit bericht las. Het is Tsead toch gelukt om Dichter des Vaderlands te worden. De aanhouder en netwerker wint.

‘Inclusiviteit vind ik belangrijk en ik schat in dat dat zich vertaalt in een menselijke invalshoek voor de gedichten. Ik wil de menselijke kant van de zaak belichten, zoeken naar een nuance.’ De Tsead Bruinja van 2008, die via een internetstemming wilde winnen, had nog niet zo veel inhoud. Die Tsead was nog lekker bezig met podiumpoëzie, en tijdens of voor optredens stelde hij zich tevreden met een wijntje en een weedje. Daarom klonk hij in die tijd ook zo vaag. Dat was geen Fries, dat was Weeds. Lees verder

Advertenties

Wilhelm Genazino (1943-2018)

‘Wenig später drängt mir die Eigenart des Lebens eine innere Stummheit auf. Ich höre jetzt nur noch das Wehklagen meiner ratlosen Seele. Sie möchte gern etwas erleben, was ihrer Zartheit entspricht, und nicht immerzu dem Zwangsabonnement der Wirklichkeit ausgeliefert sein. Ich beschwichtige meine Seele und schaue mich nach geeigneten Ersatzerlebnissen um. Aber die Wirklichkeit ist knauserig und weist das Begehren meiner Seele ab.’

Houden van Simon Carmiggelt

Ooit, tot kort geleden, hield ik van het werk van Simon Carmiggelt. Ik kocht zijn werk bij de kringloopwinkel, voor 1 euro per boek, en bewonderde zijn… ja, wat bewonderde ik eigenlijk? Daar kon ik geen antwoord op geven toen een vriend, iemand die ik goed ken en wiens oordeel ik accepteer, het aan me vroeg. Ik bracht nog net uit dat ik Carmiggelts stijl… waardeerde. ‘Te koket,’ zei die vriend, die soms verrassend kort door de bocht kan komen voor iemand die in wezen heel subtiel en gevoelig is. Nu is diezelfde persoon een liefhebber van Nescio. Als ik één schrijver ooit koket heb gevonden, en redelijk onecht, is het Nescio. Dus ik kon zijn negatieve oordeel een een tijd links laten liggen. Tot ik op DBNL het boek Ik lieg de waarheid aanklikte. Een keuze uit ‘de beste Kronkels’, samengesteld en ingeleid door Sylvia Witteman. Lees verder

Shūsaku Endō (遠藤 周作 Endō Shūsaku)

Foto: Peter Owen, publisher

Vier boeken las ik van Shūsaku Endō. In volgorde: StilteDe SamoeraiJezus: het verhaal van een leven (alle drie bij Kok verschenen) en Het meisje dat ik achterliet (niet lang geleden verschenen bij Van Oorschot). Zijn boeken hebben hetzelfde effect op me als de films van Yasujiro Ozu – het verhaal is redelijk eenvoudig en wordt behoorlijk lang uitgesmeerd, en toch volg je het ademloos. Tot je de laatste bladzijde hebt omgeslagen / het laatste beeld hebt gezien. Stilte kocht ik op het vliegveld in Eindhoven, omdat mijn vlucht vertraging had. Die vertraging liep op tot drie uur en toch miste ik mijn vlucht bijna. Ik las. Lees verder

Michaël Slory: enkele druppels van morgenzon

Ik kijk naar ‘En nu de droom over is’, een documentaire over Michael Slory, de op 19 december 2018 overleden Surinaamse dichter. Te zien is hoe Slory, bij het uitkomen van de film al over de zestig, door de straten van Paramaribo loopt. Hij probeert in eigen beheer uitgegeven dichtbundels te slijten. Ik vind het wel mooi, deze korte lijn tussen producent en consument, maar probeer je eens voor te stellen dat je voor de verkoop van je werk altijd van deze methode afhankelijk bent. Het enige goede is, dat het vele wandelen je gesteld in vorm houdt. Lees verder

Terugblik op 2018

Ik herinner me dat ik koortsdromen had en dacht dat ze echt waren.

Ik herinner me dat ik tegen de lange winter had opgezien. Tegelijkertijd had ik ernaar verlangd. Ik herinner me de opluchting toen het eindelijk -10 was. En de opluchting toen de winter na een week besloot dat het wel mooi was geweest.

Ik herinner me dat ik na twee weken voor het eerst boodschappen ging doen, zo verzwakt dat een bejaarde kon voordringen zonder dat ik protesteerde.

Ik herinner me dat ze vertelde over haar nieuwe liefde, met wie ze Netflixseries keek, alleen: er gebeurde nog niet veel anders dan dat en daar hield ze niet van. Ik probeerde er een grapje over te maken. Dat werd niet gewaardeerd.

Ik herinner me de spaghetti aglio olio in Coloseum, gegeten op het dakterras met uitzicht op Anděl.

Ik herinner me dat ze een glas prosecco bestelde en zich later bedacht. Ze had liever groene thee. Ik herinner me de verwarring waar de ober aan ten prooi was.

Ik herinner me dat Keith Richards het podium op kwam lopen en Street fighting man inzette. Ik herinner me dat ik toen bijna moest huilen.

Ik herinner me dat ik het woord spisovatel wilde leren uitspreken. Ik herinner me dat mijn lerares elke keer als ik het probeerde begon te lachen.

Ik herinner me de schrijver die vertelde dat hij na een lezing was blijven slapen bij de organisatrice. Hij had een leuke nacht gehad. Ik vroeg hem wat zijn echtgenote er van vond. Die had hij niets verteld. Mijn verbazing hierover verbaasde me. Nog vreemder keek ik naar mijn verontwaardiging, die moreel van aard was. Vroeger was ik verbaasd noch verontwaardigd geweest.

Ik herinner me dat ik probeerde verliefde te worden. Ik herinner me dat het niet lukte.

Ik herinner me dat ik koffie dronk in een heel mooi klein koffiehuis, dat ik daarna nooit meer heb kunnen terugvinden.

Ik herinner me het reuzenrad in Brussel.

Oudejaarsdagverhaal: Geen fragment uit Transit

Als ik aan de dood denk, zie ik mijn vroegere achterbuurman Jan voor me. Hij is het gras in een wei aan het maaien met de zeis. Het is een wat vet aangezet beeld, een cliché in wezen, dat ik ongetwijfeld heb gecomponeerd uit een overvloed, mij ooit aangereikt of opgedrongen of via een film wijsgemaakt. Het is ook een vredig beeld. Er hoort een mooi, repeterend geluid bij, de lange grassprieten vallen per bos op hun zij. Straks drogen ze uit en worden ze voer voor de konijnen, al had Jan geen konijnen, maar daar gaat het hier niet om. Ik wilde alleen vertellen dat mijn persoonlijke oerbeeld van de dood is samengebald in hem, terwijl hij het gras in een wei maait. Die zeis was, overigens, zelfs in mijn jeugd al een anachronisme. Waarschijnlijk maaide hij een stuk gras om mij te laten zien hoe dat ging, ooit, het maaien met dat ding. Lees verder