Daar werd op de deur geklopt

Vorig weekend zondag, aan het eind van de dag, hoorde ik iemand de sleutel in de voordeur steken. Ik dacht dat het mijn huisbazin was, al had die gezegd weken niet aanwezig te zijn. Het geluid verdween. Even later werd er aan de voordeur van het appartement gebeld. Ik schrok en wachtte af. Niemand had zijn of haar komst aangekondigd, het zou wel een vergissing zijn. Er werd nog een keer gebeld. En nog eens. Er werd langer gebeld. Ten slotte werd er op de deur gebonsd. Ik opende de deur en keek recht in het gezicht van een man die zo dronken was dat hij zich vast moest houden aan de muur. Lees verder

Advertenties

Eindelijk zou alles echt beginnen; over een teruggevonden gedicht

Iemand twittert een foto van mijn gedicht ‘Mes’ uit de bundel De Stoofsteeg en andere gedichten, die in 1999 bij Perdu verscheen. Volgens mij heeft Perdu nog exemplaren. Ik had het gedicht jaren niet gezien en er jaren niet aan gedacht, daarom las ik het alsof het van iemand anders was. Ik vind het een goed gedicht, al zou ik het woord ‘beklijf’ tegenwoordig proberen te voorkomen. Het is een agressief gedicht, seksueel geladen, dwingerig, – het is, kortom, een autobiografisch gedicht, zoals de meeste gedichten autobiografisch zijn, maar daarmee is het nog niet ‘echt gebeurd’. Het is autobiografisch omdat het de obsessies die ik had, of heb, probeert aan te raken. Zonder ergens voor terug te schrikken. De tegenstelling tussen het ‘harde’ mes en het ‘zachte’ vlees werkt goed. In de een-na-laatste strofe roep ik het mes op om te smelten, om net als het vlees waarin het ronddraait zacht te worden. De laatste strofe trekt dat weer terug. Niet het evenwicht, maar de agressie is hersteld. Lees verder

Herman de Coninck, ‘Vrolijk stapten de joden de trein op’

Ik lees de pas-verschenen biografie van Herman de Coninck, Toen met een lijst van nu errond. Het is, met alle respect, hoewel, het is nogal een babbelboek geworden, waarin Thomas Eyskens het aaneenrijgen van anekdotes tot een nieuw hoogtepunt weet op te stuwen. Respect voor wat Herman de Coninck ooit voor mij als lezer betekende, houdt me overeind. Opvallend vind ik dat er, door Herman de Coninck, regelmatig een beroep wordt gedaan op ‘de goede smaak’; hij is daarmee toch een beetje een burger-dichter, iemand die tot in zijn literaire werk zijn best doet om de mensen om zich heen niet te kwetsen, alsof dat in het echte leven al niet moeilijk genoeg is. Lees verder

Overlijden zonder Vestdijk te lezen en de hand als intiem lichaamsdeel (en nog van alles)

Foto: Wikipedia

Griet Op de Beeck is misschien misbruikt door haar vader. Er is een overdaad aan secundair bewijs, vertelde ze bij De Wereld Draait Door. Het gaat me niet om haar nieuwe ‘thema’ en ik wil ook niet meezingen in het koor van Op de Beeck-haters, integendeel, ik vind haar, hoe zeg je zoiets? – ik vind haar sympathiek. Wat me tijdens DWDD wel opviel: iemand die een boek geschreven heeft over incest, een roman, komt op televisie bijna een half uur vertellen over gebeurtenissen die in haar echte leven misschien hebben plaatsgevonden. De vraag of het een en ander iets met literatuur te maken heeft, wordt niet eens meer gesteld. Echt gebeurd is wel degelijk een excuus. Ik ben waarschijnlijk naïef als ik me daarover nog verbaas.

Lees verder

Ik probeer op mijn eigen neus te fluiten; over Pierre Kemp

Op bladzijde 88 en 89 van de bloemlezing Het regent in de trompetten, de mooiste gedichten van Pierre Kemp, uitgegeven bij gelegenheid van Pierre Kemps vijftigste sterfjaar, staan vier gedichten bij elkaar waarin Kemp poëticale uitspraken doet (en waarvan er een de titel aan de bloemlezing verschafte). Dit is het eerste:

Dante en ik

Ik probeer op mijn eigen neus te fluiten,
het lukt mij niet.
Mijn motieven waaien wel naar buiten,
maar vormen geen lied,
geen arabeske, geen canzone
of vluchtiger als in deze tijd,
een hupse hulde aan een schone,
niet oud-gekleurd en meer bereid.
Zo gaat mijn dure tijd voorbij.
Dit is ook het enige verschil tussen mij
en die geniale Zanger van de Hel,
want Dante kon dat wel. Lees verder

Goethe draaide zich om in zijn eenzame sarcofaag

Man sollte alle Tage wenigstens ein kleines Lied hören, ein gutes Gedicht lesen, ein treffliches Gemälde sehen und, wenn es möglich zu machen wäre, ein vernünftiges Wort sprechen.

Dit is geen uitspraak van mij, maar van Goethe. Ik vermoed uit zijn gesprekken met Eckermann, wiens graf ik ooit met Renate en de kinderen heb bezichtigd in Weimar. Terwijl Goethe eeuwig in de kelder van het eregebouw ligt, naast (een lege kist waarin) Schiller (zogenaamd is ondergebracht), moet die arme Eckermann zijn eeuwigheid in de open lucht doorbrengen, net buiten gehoorafstand van de Vereerde Meester, zodat, mocht deze eventueel opschrijvenswaardige quotes uitkramen vanaf zijn wolk, deze voor het nageslacht verloren zullen gaan. Lees verder