De e-jeugd van 79-80 – #metoo in Leveroy

Op Facebook staat een filmpje van de e-jeugd van voetbalclub S.V. Leveroy uit het jaar 1979-1980. Het is een grappig ding, – alles opgenomen op het toen nieuwe en nu weer oude voetbalveld van het dorp, tegen de achtergrond van de kerk die er nog steeds staat. Je zou er weemoedig van worden. Ik werd er in elk geval even weemoedig van. Ik herinner me mijn eigen zinloze jaren bij de jeugd nog goed. Die mooie rode shirtje met die witte biezen. De gang van de kleedkamers via de hoofdingang het veld op. Het geluid van kicksen op tegels. Tijdens het kijken had ik wel even een hela-moment. Lees verder

Advertenties

De eenzaamheid van Louis van Gaal

Louis van Gaal is een van de eenzaamste mensen op aarde. Niemand begrijpt hem helemaal, ook al doet hij nu al bijna 67 jaar zijn best om ons uit te leggen hoe het zit. Zelfs God krijgt niet helemaal de vinger achter de mens Van Gaal en zag hem uit zijn invloedssfeer verdwijnen. Toen Hij in 1994 de eerste echtgenote van de trainer tot zich nam, keerde de toenmalige trainer van AJAX zich af van het Roomse geloof waarin hij was opgevoed: ‘Op dat moment verloor ik mijn geloof. Ik voelde sterk aan dat ik met God niets meer te doen wilde hebben, omdat hij dit liet gebeuren. Als er een God is, moet hij de mensen respecteren!’ Van Gaal voelde zich niet gerespecteerd door God en sneed de banden door. Het is de omgekeerde wereld, de wereld van iemand die een eiland is of alleen op een eiland kan gedijen. Lees verder

De Tour en de verveling (en Tom Dumoulin en mijn vader)

Tussen mijn tiende en mijn zeventiende keek ik in de zomer altijd elke dag naar de Tour de France, meestal via de Vlaamse televisie. Het waren heel andere tijden, soms kon een helikopter niet opstijgen en zat je uren naar een klok te kijken waarvan de wijzers almaar verschoven: de rechtstreekse uitzending begint om 15.00, 15.10, 15.30 et cetera.

Lees verder

Een huis in de wolken

Toen ik werd geboren, was mijn vader al vijf jaar bezig met het bouwen van een huis. Op mijn vijftiende verjaardag stonden we samen  te kijken naar de volledig lege bouwplaats. Enthousiast schetste mijn vader het materiaal dat zou worden gebruikt om een fundament mee te leggen. Hij gaf met zijn handen de contouren aan van de buitenmuren, alsof hij de lijnen van een mooie vrouw volgde. Lees verder

Martinus Nijhoff: Schuitje varen, theetje drinken

De moeder de vrouw

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien

dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren. Lees verder

Titus en Cornelia (en Rembrandt en Fiona Tan)

Het is te groot, het Kunsthistorisches Museum in Wenen, te protserig ook, te hoog en te breed en te bont. Na zalen vol met Nederlandse en Vlaamse meesters is het in de derde zaal vol Italianen plotseling genoeg. Ik wil niet meer. Die meesterwerken kunnen me wat, verder, ik moet naar buiten, en snel, het hoofd afgewend voor nog een paar wandschilderingen van Gustav Klimt die me onderweg worden opgedrongen. Op zoek naar de uitgang neem ik de verkeerde afslag en plotseling sta ik weer tussen de Nederlandse meesters, de vloeren kraken onder de vele toeristen, de kunstwerken lijken van muur naar muur te wandelen, de kijker achterna, zodat die steeds hetzelfde ziet. Lees verder

Er is alles in de wereld, en ook Lucebert

Stel je voor: je bent de dichter Lucebert en moet aan politieke windvanen als Simon Vinkenoog en Remco Campert uitleggen dat je de Joden niet zo lief vindt. In de jaren vijftig, kort na de Tweede Wereldoorlog – tijdens welke je vrijwillig in arbeidsdienst was, en brieven schreef die Nietzscheaans én antisemitisch van toon waren. Wat zou jij doen? Ik zou mijn mond houden, tot en met mijn dood, en wachten op de biografie van Wim Hazeu. Niet alleen om het behoud van mijn carrière, maar ook om niet in zinloze discussies verzeild te raken met mensen die geen mening hebben en alleen van richting veranderen als de maatschappelijke wind dat doet. Lees verder