Dirk Ayelt Kooiman stond altijd dicht bij de deur

Toen ik in de jaren negentig Amsterdam woonde, kwam Dirk Ayelt Kooiman altijd in twee kroegen bij mij in de buurt: Gambrinus en De Duvel. Hij was er bijna alle dagen, staand aan de hoek van de bar, dicht bij de deur. Alsof hij elk moment wilde kunnen vertrekken. Nienke van De Duvel, hopelijk is ze nog steeds goed gezond en heeft haar blozende gestalte alle stormen doorstaan, wist dat hij een hele route had, — en overal dronk hij maar één glas bier. Hij was altijd alleen. Als hij door iemand aangesproken werd, begaf hij zich – heel kort – in een gesprek. Daarbij keek hij alsof hij door een onzichtbare beul met een gloeiende tang werd gemarteld.  Lees verder

Advertenties

Voetbal is oorlog (en rouw) bij Hans Heijnen

Hans Heijnen maakte Voetbal is oorlog, een documentaire over Achilles ’29, een voetbalclub uit Groesbeek die beter Icarus ’29 had kunnen heten. Gek is dat. Elf jaar woonde ik in Nijmegen, en nooit bezocht ik Groesbeek. Wel kwam ik er een keer voorbij, met de fiets, op weg naar het introductieweekend in Well in 1983. Tijdens die tocht kwam Peter L. met zijn zak op de fietsstang terecht. Toen hij weer rechtop stond, zei hij: ‘Volgens mij is mijn zak gescheurd.’ De dokter bevestigde deze diagnose later. Altijd als ik aan Groesbeek denk, denk ik aan de gescheurde zak van Peter L. En sinds deze film aan Achilles ’29 en Hans Heijnen. Lees verder

Foto’s kijken op de telefoon

Ik keek foto’s op mijn telefoon. Het was net na middernacht. Je kunt dat dan beter niet doen. Er was er één bij die ik niet kon plaatsen. Hij is genomen in Utrecht, bij het conservatorium. Je ziet de hoek van het gebouw, als je linksaf slaat ga je via de Mariaplaats en de Marga Klompébrug naar het station. Er staan drie mensen op, fietsen, je ziet een stukje van Stairway to heaven en je ziet vooral veel straat. Die straat lag voor me toen ik de foto nam. Lees verder

Imploderende eenzaamheid (Marin Marais)

Gisteren was ik in het kasteel in Příchovice. Op uitnodiging, uiteraard, want ik had voor gisteren geen idee waar het dorp ligt. Nu nog niet eigenlijk. Er wonen in het dorp net geen driehonderd mensen. Het kasteel is eigendom van een vriend van een vriendin en die vriendin was uitgenodigd voor een concert in de muziekzaal van het kasteel. Er werd werk gespeeld van Marin Marais en Antoine Forqueray, op authentieke instrumenten. Marin Marais’ muziek ken ik via Tous les matins du monde. Ik ben nog steeds een liefhebber van de vaak wat melancholische korte stukken die als dans bedoeld waren (maar wel een dans voor adel die bijna ten onder zou gaan). Forqueray is echt minder vind ik. Zijn muziek verhoudt zich tot die van Marais als Status Quo tot Deep Purple. Lees verder

Meander: een nieuwe website (literatuur op het web)

Soms keek ik op de website van Meander. Vandaag bleek dat er een nieuwe website is gebouwd, en die staat online. Een jaar of tien volgde ik de Nederlandstalige poëzie intensief. Nu ik dat niet meer doe, is Meander een bron om af en toe eens verse dichtersnamen te leren kennen. Als ik door de site blader, ben ik elke keer blij dat ik al die bundels niet meer hoef in te zien. Er wordt veel geleden, in de Nederlandstalige poëzie. Het is een rauw en nauwelijks te articuleren leed, – elke keer als een Nederlandstalige dichter zijn mond opendoet, sterft er ergens op de wereld een jong en onschuldig diertje. Lees verder

In Nijmegen – overal zon en groen en wolken

Vreemd: ik heb elf jaar in Nijmegen gewoond en pas de afgelopen jaren leer ik de stad echt kennen. Tussen 1983 en 1994 heb ik, vrees ik, niet echt om me heen gekeken. Ik was met andere dingen bezig. Iets leren. Het hoofd stoten. Verloren lopen. Als ik nu door de binnenstad wandel, denk ik aan één stuk door: Een vriendelijke stad, een uitnodigende stad, een stad om lekker in te leven, had ik maar beter opgelet vroeger. Overal zon en groen en wolken. Ik ken er ook veel mensen, mensen met wie ik graag te maken heb. Het zijn de herinneringen aan het oude Nijmegen die de manier waarop ik de stad tegenwoordig onderga kleuren. Dat alles er inmiddels is geboend en geveegd, doet de rest. Lees verder

In Nijmegen – Adriaan Litzroth

Soms denk ik aan de schrijver Adriaan Litzroth, die een eenkamerwoning had in zijn eigen straat. Eigenlijk was het trouwens geen straat waarin hij als enige woonde, op nummer 1, het was een stukje straat en een naar de Stevenskerk oplopende trap. Voor de trap was rechts zijn huisdeur, de enige in de trap/straat die Noorderkertrappen heette. Met een parmantig meervoud. Lees verder