Kleine autonome autistische brokken tekst

Omdat ik tegenwoordig een boek schrijf, een duet in korte verhalen, samen met een andere schrijver, ik zal zijn naam nog niet onthullen (maar elke keer als ik in de nabijheid van collega’s zijn naam uitspreek, valt er een scherf van hun gezicht), denk ik na het schrijven van een blogpost vaak: Zonde, dit verhaal kan ik beter gebruiken in mijn boek met [naam later invullen]. Mijn collega-verhalenschrijver schreef zelf over onze samenwerking het volgende: ‘Ik spreek hem (dat ben ik dus, CB) nooit direct aan, hij mij wel. Ik wil van onze samenwerking geen briefwisseling maken, ik wil dat mijn stukjes kleine autonome autistische brokken tekst zijn die zich van hun omgeving bewust zijn maar ervoor kiezen die te negeren.’ Lees verder

Advertenties

Het noodlot een persoonlijk fatum

pleisterHet is geen vrolijke lectuur, dit boek van Pierre H. Dubois uit 1958, waarvan de flaptekst zo begint: ‘In de roman In staat van beschuldiging voltrekt zich het noodlot van uitgever Lucas als een persoonlijk fatum.’ En er staat ook: ‘Hij beseft zijn levensangst die het gevolg is van zijn onvermogen zich te verzoenen met de menselijke staat. Het is dit besef waardoor hij zichzelf in staat van beschuldiging stelt en het vonnis aanvaardt dat het noodlot aan hem voltrekt.’ De vrouw die vroeger alleen ‘hoi’ tegen me zei, vindt dat ik het werkwoord ‘beseffen’ te vaak gebruikte in mijn proza en daarom heeft ze me verboden er nog gebruik van te maken. Ik besef dat dit niet zal meevallen. Lees verder

Een herinnering die deels verdwenen is

999Waarom lag er een kat op mijn borstkas? Ik duwde het beest van me af en keek om me heen. Dit was niet de kamer waar ik meestal in sliep. De kast die tegenover het bed stond, had ik nog nooit gezien. Ik hoorde iemand ademhalen. Het was een vrouw die op de rechterhelft van het bed lag, met haar rug naar me toe. Die rug was bezaaid met sproetjes. Ze had zo te zien halflang bruin haar. Ik kon me met geen mogelijkheid herinneren hoe ik naast die vrouw in dit bed terecht was gekomen.  Lees verder

De vrouwen van Helmut Newton zeggen nooit ‘hoi’

Helmut NewtonDe vrouw die vroeger alleen ‘hoi’ tegen me zei las zichzelf terug in mijn blog. ‘Wordt het een serie,’ vroeg ze. Ik zei: Ik denk van wel. Ze zei dat ze de eerste zinnen al had bedacht. Oh ja? Ja: ‘De vrouw die vroeger alleen ‘‘hoi’’ tegen me zei las zichzelf terug in mijn blog. ‘‘Wordt het een serie,’’ vroeg ze.’ De vrouw die vroeger alleen ‘hoi’ tegen me zei vond een serie wel een goed idee.  Lees verder

Opwindend: Rudi Fuchs en zijn kunstenaars

TRACEYRudi Fuchs is zozeer Rudi Fuchs, dat je soms vergeet om hem naar waarde te schatten. Hij is er in mijn leven altijd al geweest, als directeur van grote musea, lid van de Herenclub en daarmee toch een beetje officieel een icoon, internationaal vermaard kunstambassadeur en essayist. Toen ik net naar kunst ging kijken, werkte hij bij het Van Abbemuseum, daarna verdween hij even uit mijn zicht (waarom was ik zo weinig in Den Haag, in de jaren?) en toen ik in Amsterdam woonde eind vorige eeuw zag ik hem wel eens door Zuid wandelen, een wat oudere, bedachtzame heer (die toen niet veel ouder was dan ik nu ben). De afgelopen jaren moet ik, van Rutger, zijn stukken over kunst in de Groene Amsterdammer lezen. Lees verder

Af en toe schoof er een schaduw voorbij

Foto: Tannhome (via Wikipedia)

Foto: Tannhome (via Wikipedia)

De vrouw tegen wie ik vroeger alleen ‘hoi’ zei, waarna ze ‘hoi’ terugzei, stuurde een bericht. Of ik wijn had? Ik heb altijd een fles wijn in de koelkast liggen, zelfs nu ik niet drink. Of misschien moet ik zeggen: juist nu ik niet drink. Toen ik dronk, was die fles meestal al leeg voordat zij aan liggen was toegekomen. Daarna schreef ze of ik een park in de buurt had. Ik heb geen park in de buurt, behalve Park Transwijk. Dat is overdag al geen leuke plek om te zijn, laat staan ’s avonds of ’s nachts. Ik heb de Veilinghaven in de buurt, schreef ze. Lees verder

Een bezorger van DHL haalt een lijk uit (de kofferbak van) zijn busje

Met dit weer hebben de honden er minder zin in. Ze sjokken over de kade. Ruiken plichtmatig aan een pluk gras. Tillen hun poot moeizaam op tegen een boom. De hondenuitlaatmensen dempen hun stemgeluid. Alleen de klussers zijn ongevoelig voor het weer. Bij de buren wordt geschilderd én bij mij wordt geschilderd. De schilders hebben veel te bespreken, wat ze op harde toon doen, anders komen ze niet boven het geluid van de twee radio’s uit. Ik heb al gezegd dat ik aan een roman bezig ben en aan een boek met korte verhalen, samen met een andere schrijver, en dat de scheppingsarbeid bij voorkeur in stilte moet plaatsvinden.

Lees verder