lezen (70)

Onderstaand gedicht is van Dries Janssen, een schrijver en dichter uit Belgisch-Limburg. Blijkbaar was hij het dialect van zijn jeugdjaren, in Eisden, niet verleerd.

Ik vind het gedicht mooi. Dat ligt aan een paar dingen. Aan de taal natuurlijk, die me heel dicht terugbrengt naar mijn jeugdjaren, waarin ik dialect sprak, een dialect dat niet veel verschilt van wat ik hieronder lees. Niet verwonderlijk: Eisden en Leveroy liggen niet zo heel ver van elkaar. Dat is echter emotie, en het zegt op zich niets over het gedicht zélf. Lees verder

Advertenties

Zwemles (5)

Mijn vijfde les, hoewel, die van T. Zij heeft er in elk geval geen zin in, elke week niet. Maar nu vooral niet, want een klasgenootje van haar dat in dezelfde groep zit, is ziek. T huilt voor de les en ik vermoed dat het een mengeling is van angst en geen zin / geen zin in het onbekende. Net als ik vroeger maakt ze niet graag een sprong richting / in het onbekende (maar in tegenstelling tot mij kan ze dat wel goed, na enige aarzeling).

Weer een vol café. Het terrasweer is nu wel voorbij, of me moeten volgende week ineens een mooie nazomer zien gebeuren. Het is overigens niet koud, eerder ‘fijn’ (20-22 graden), maar het waait en soms valt er een druppeltje regen. Lees verder

Zwemles (4)

Het formuleren van een poëtica, dat de jonge dichter M… nu aan het doen is (op zijn weblog), komt op mij altijd zo triestig over. Het is een kruising tussen een sisyfusarbeid en een tantaluskwelling. Bovendien: wie op zijn 23e een uitgesproken poëtica heeft, zou op zijn dertigste al een ouwe lul kunnen zijn.

In het zwembad. Vandaag weinig mensen, relatief rustig. Gek genoeg staat de muziek harder. The Cure. Vreemde muziek in deze oprecht-volkse omgeving. ‘Why can’t I be you.’ Wat articuleert Smith toch mooi-duidelijk. Lees verder

Zwemles (3)

Vijf vrouwen aan een tafel. Of het vriendinnen zijn weet ik niet, maar binnen de kortste keren vertellen ze elkaar, nee, niet alles, wel veel. Eén vrouw werkt bij een programma (op tv) dat over pesten gaat, het programma is gemaakt naar ‘een Amerikaans concept’, een ander doet iets op een advocatenkantoor.

De vrouwen praten alsof ze iets in te halen hebben. Elkaar aanvullend, het woord nemend als de een zwijgt, verhalen over kinderen en over kinderen en over kinderen. Die allemaal iets kunnen, of gaan kunnen (of zouden moeten kunnen, denk ik op mijn beurt). Lees verder

Ongelovig katholiek – Pinksteren

Hoewel niet van belang ontbloot, hing Pinksteren er als feest altijd een beetje bij, als het vijfde wiel aan de wagen na de Adventstijd, Kerstmis, Pasen en Hemelvaart. Hoewel het begin van de christelijke kerk werd gemarkeerd, deden wij er weinig aan. Zelfs onze pastoor haalde niet het onderste uit de liturgische kan, als ik het me goed herinner.

De passage waarin de Heilige Geest zich uitstort staat in het boek Handelingen en gaat zo: Lees verder

Zwemles (2)

Een vol café, want buiten regent het. De meeste ouders bestellen niets, of zo weinig mogelijk. Meegebrachte etenswaren (een banaan, een liga, iets onduidelijks) worden in kinderen geschoven en de tuitbekers met appelsap staan gezellig naast de kopjes munt- of rooibosthee. Of gewone thee, dat komt ook voor.

Uit balorigheid bestel ik twee keer een koffie verkeerd. Ik heb zin in een broodje bal, met mosterd, zo’n balletje uit de jus… maar dat mag niet, want ik ben op mijn manier op dieet.

Ik zit aan de leestafel, naast een vrouw met een tijgerblouse (type: ‘in mijn jeugdjaren at ik ze allemaal óp’). Lees verder

Zwemles (1)

De Restorette bij Aquacenter Den Hommel. Ook te huur voor besloten feesten.

Een groep kinderen. Het zijn er acht. Mees en Lowry zijn de baas. De oudere mevrouw die ze moet begeleiden zet, vruchteloos, alle zeilen bij. Mees laat zijn broek zakken en heft zijn armen in triomf: ‘Olé, olé, olé.’Op zijn zwembroek: witten en zwarte zeilschepen. Lees verder