Steenkoolijs

Een mand vol steenkool stookten we, maar
onze ijstijd kwam toch dichterbij.

Mijn vader had geen lucht. De kou kroop
in zijn botten naar omhoog.  Longslag.

Roet, die witte was vergrijsde, sloeg
op onze woning. Maar het baatte

ons niet meer. Ons lijf bevroor terstond;
grote, zwarte  blokken kolenijs.

© Chrétien Breukers; bij: Wiel Kusters, Hoofden, Querido, 1981; en dan met name bij het titelgedicht >>
Advertenties

Vaders

Vaders hebben donkere gedachten.
Leren koffers vol papierwerk. Maagzuur
als het avond wordt. Vaders hebben praats
voor tien na elven, schateren het hardst
om woordspel, liefst van eigen makelij.
Zie: aan hun ledematen en hun romp
zit touw, waarmee men wordt bewogen. Uit
zichzelf bewegen doen ze niet. Vaders
zijn van weinig buigzaam materiaal
het resultaat. Maar lijken op zichzelf
en scheppen daar voortdurend vreugde in.
Vaders zijn zichzelf genoeg. Knekelmans
speelt op de achtergrond viool: een lied
dat vaders donkere gedachten geeft.

© Chrétien Breukers

Interview in Zuiderlucht

In de oktober-editie van Zuiderlucht staat een interview dat Fons Geraets mij afnam. Het is helaas nog niet te zien op de website van het blad, maar het blad is wel gratis te krijgen in Maastricht en (verre) omgeving.

Weblog cult-click heeft de tekst al overgenomen. Klik hier >>

Het interview werd geplaatst ter gelegenheid van het verschijnen van mijn nieuwe bundel: Gysbert Japicx bezoekt het Drielandenpunt.