Nieuw verhaal in Hollands Maandblad

Ik maak een wandeling over de kade. In de verte komt een vrouw me tegemoet. Ze laat haar hond uit. Verder is er niemand op straat. Ik zoek beschutting achter een van de grote kastanjes in de buurt van de Socratesbrug. In de zak van mijn overjas pak ik het pistool, waar ik thuis al de geluiddemper op heb gedraaid.

Als de vrouw me passeert, ze loopt op nog geen meter afstand van me, schiet ik haar neer. Ze kijkt opzij en ik raak haar tussen de ogen. Ze valt zonder geluid te maken op het pad. De hond piept en snuffelt aan haar hoofd. Ik schiet voor de tweede keer. De hond lijkt op te springen, alsof hij ergens van is geschrokken, en valt op de bovenbenen van de vrouw.

Een nieuw verhaal, ‘Tekeningen’, in Hollands Maandblad 2017/3

met ongeknipte nagels over straat

Heel even was ik weer in de Govert Flinckstraat, ter hoogte van nummer 280-D, waar ik zes jaar woonde. ‘Onder het plaveisel nog steeds drijfzand.’

reddend zwemmen

van der elsken.png

Met Chrétien Breukers naar de tentoonstelling van Ed van der Elsken in het Stedelijk. De tentoonstelling is al net zo onoverzichtelijk als het museum-na-de-verbouwing. Er zijn witte zalen die elk aan een aparte locatie zijn gewijd, aan begin en eind zijn er zwarte zalen met vitrines en filmloops en waar je dezelfde dingen tegenkomt als in de witte zalen, maar dan toch anders. Veel kende ik al, het wilde maar niet indrukwekkend worden, misschien ontbrak het ons ook aan de nodige concentratie. Of misschien hou ik gewoon niet zo van het extraverte geklofte jongenimage dat Van der Elsken zich aanmat. In de jaren vijftig was hij op zijn best.

Filmbeelden van Amsterdam zoals het ooit was doen het altijd goed, omdat het vergelijkingsmateriaal is. Gruiziger, die stad van vroeger, en met veel meer kaalslag. De afbraak van de jodenbuurt, de met onkruid overwoekerde woestijn waar ooit de Stopera zou worden…

View original post 353 woorden meer

Al te klein (telefoon)leed

Twee weken geleden weigerde mijn telefoon van het ene op het andere moment om op te laden. Wat te doen? Naar de winkel waar ik hem kocht. Ik werd er, tegen mijn verwachting in, niet afgeblaft. De telefoon werd ‘ingenomen, ter reparatie’. Om de wachttijd (maximaal tien werkdagen) te overbruggen, gebruik ik een oude telefoon; die ondersteunt WhatsApp en Messenger niet meer, en daarom weet ik nu dat je een telefoon eerder nodig hebt voor WhatsApp en Messenger dan om te bellen. Gisteren kwam het blijde bericht: mijn telefoon was gerepareerd. Lees verder

Een droog, onooglijk kralensnoer van bijen

Mandelstam na zijn arrestatie in 1938

Het is 1920. De burgeroorlog in Rusland woedt. Osip Mandelstam schrijft een gedicht over dood, leven en liefde. De Aafke Romeijn van die tijd vindt het niks: ‘Je wil niet de schrijver zijn die in 1920 een gedicht schreef over of de bijenteelt.’ Later, veel later, wordt het gedicht vertaald door Hans Boland en op 21 maart 2017 publiceert Raymond Noë het op LaurensJz.Coster. Ondertussen is Mandelstam in 1938 bezweken in een van de doorgangskampen van kameraad Stalin, die in 1920 nog aan de goede kant van de geschiedenis stond. Het tere gestel van de dichter was niet bestand tegen de heropvoedingsmethoden van de bolsjewisten. Hij was in dat kamp terechtgekomen omdat hij een spotgedicht op Stalin had geschreven. Niet elk engagement is verstandig.

Lees verder

Voor de verre prinses – verschijnt binnenkort

Binnenkort verschijnt mijn kleine brievenboek Voor de verre prinses bij Uitgeverij Prominent. Voor het ongebruikelijke bedrag van €12,15 is het dan het uwe. In 84 bladzijden beschrijf ik een grote liefde en geef ik een introductie op de Nederlandstalige poëzie. Een boek voor lezers en verliefden. Meer gegevens vindt u op de website van de uitgeverij. Wim Hazeu schreef een mooie flaptekst: Lees verder

De kloof tussen lezer en schrijver

Er is niet alleen een kloof tussen de burger en de politiek, maar ook tussen de lezer en de schrijver. Soms probeert iemand die te dichten. Janneke Siebelink, Editor-in-Chief Boeken bij lees.bol.com (dat is Nederlands voor hoofdredacteur van een website die wordt uitgebaat door een internetwinkel in onder andere boeken) organiseerde gisteren een pre-boekenweek-feest in de Winkel van Sinkel aan de Utrechtse Oudegracht.

Ik deed verslag voor DUIC. Dat is hier te lezen.

En toen aten we zeehond

‘Schrijven in fragmenten: de fragmenten zijn dan steentjes op de omtrek van de cirkel: ik stal mezelf rondom uit: heel mijn kleine universum in brokken; en in het middelpunt, wat is daar?’ Dat is een citaat van Roland Barthes, uit Roland Barthes door Roland Barthes, vertaald door Michel J. van Nieuwstadt en Henk Hoeks en uitgegeven door SUN in 1991. Ik heb het altijd een mooi beeld gevonden. Losse stukken die samen een geheel vormen en toch iets verhullen. Barthes’ woorden schoten me te binnen tijdens het lezen van En toen aten we zeehond van Nicoline Timmer. Lees verder