Serenade aan Slauerhoff

Gisteren verscheen, tijdens de slotmanifestatie van het festival Literaire Meesters / J. Slauerhoff de bibliofiele bundel Serenades aan Slauerhoff, een bundel die uit het lood is gezet en met de hand gedrukt door René Hesselink van Hinderickx en Winderickx. Deze prachtige uitgave, waarvan er slechts 110 zijn gedrukt, dus haast u, is bij H&W te bestellen en bevat gedichten van Slauerhoff en (0p zijn werk gebaseerde) serenades van het Utrechts Dichtersgilde: Ellen Deckwitz, Ruben van GoghIngmar Heytze, Alexis de Roode en ikzelf. Ik antwoordde op dit gedicht. ‘Tot mijn erfgenaam‘.

Lichaamstaal

Schuw het leeg gezelschap van de dichters. Lees
wat ik daarover schreef. Hoor het. Draai je hoofd
nu naar mijn mond en voel mijn lippen op je vel.
Ik zeg het je. Ik verzucht het in een vers en klaag.

Schuw het leeg gezelschap van gedichten. Kijk
naar de woorden en begrijp. Hun huid is grijs,
hun hersens van gelei. Het vlees is taai geworden
en het heeft zich in hun werk verschanst.

Schuw mij als ik schrijf. Mijn kiloknallerwoorden
en mijn lichaam van de Euroland. Kijk daar:
het varken van de taal wordt in een megastal gemest.

Schuw mij als ik zwijg. Ik pot de woorden op
en breng ze dan in overvloed in omloop. Schaarste
spat in nepvuurregens uit elkaar.

© Chrétien Breukers

Advertenties

Marleen de Crée en Dirkje Kuik

Vanaf midden oktober te bestellen: Tussen boog en snaar, een overzichtsbloemlezing uit het werk van Marleen de Crée. Ik stelde de bloemlezing samen en schreef een voorwoord. Joris Gerits zorgde voor academische uitleiding. Bestellingen kunnen naar uitgeverij P.

De beheerder van het Dirkje Kuik Museum gaf een reprint uit van Dirkje Kuiks debuutbundel 45 gedichten. Met als extra: een dvd waarop 45 dichters het werk van Kuik integraal voorlezen. Mijn bijdrage hieronder. Bestellingen kunnen naar de beheerder van het museum.

Gedicht bij foto Lynne Greenaway

Dit gedicht is geschreven bij deze foto van Lynne Greenaway

***

Alleen in mijn gespiegelde kan ik – soms – wonen.
Alleen mijn kop kan ik echt zien. Alleen mijn krop
kan dan geluid bewenen, oh, als eieren zo groot.

Dit leven is het echte maar het is een kwestie
van het willen zien, of durven horen. Ja. Als melk.
Als leem. Ergens staat een kist vol eigendunk
en meurt. Mijn lucht mijn lucht, oh waar gebleven.

Geef mij met een zaag gezaagde plakken waan
en laat die plakken liggen tot ze zijn gefermenteerd.
Kruimel ze en draai er dan wat sigaretten van.
De rook der ijdelheid slaat neer in wolkendauw.

Alleen mijn spiegelbeeld kan mij bekoren. Soms.
Maar vaker wel dan niet. Ik zie ik zie wat ik
zo graag wil zien. Ik zie mijn ogen en ik bloos.

© Chrétien Breukers

In memoriam Gerrit Komrij (1944-2012)

Grap

Deze grap heeft lang genoeg geduurd. Klap
het deksel van die kist eens open en sta op.
Hier is een nieuw glas bier. Er zijn weer boeken

aangekomen. Kijk: de eerste druk van onbekende
Duitse dichtersprinsen, desgewenst met signatuur
of in robuuste band. Het is genoeg geweest.

De muze met het ezelsoor is radeloos. Haar taal
verkruimelt met de dag, zij weet zich heg noch steg.
Ze wordt onhandelbaar. Hysterisch. Door het lint.

Gerrit, luister, echt, het is genoeg. De rust was je
gegund. Een korte slaap. Maar nu weer aan het werk.
Slijp het mes, er moet nog zó veel gefileerd.

© Chrétien Breukers

Geschreven voor het najaarsnummer van Awater, waarin aandacht voor de op 5 juli overleden dichter Gerrit Komrij