Er is alles in de wereld, en ook Lucebert

Stel je voor: je bent de dichter Lucebert en moet aan politieke windvanen als Simon Vinkenoog en Remco Campert uitleggen dat je de Joden niet zo lief vindt. In de jaren vijftig, kort na de Tweede Wereldoorlog – tijdens welke je vrijwillig in arbeidsdienst was, en brieven schreef die Nietzscheaans én antisemitisch van toon waren. Wat zou jij doen? Ik zou mijn mond houden, tot en met mijn dood, en wachten op de biografie van Wim Hazeu. Niet alleen om het behoud van mijn carrière, maar ook om niet in zinloze discussies verzeild te raken met mensen die geen mening hebben en alleen van richting veranderen als de maatschappelijke wind dat doet. Lees verder

Advertenties

‘Siberian’, een gedicht van Jill Osier

Siberian

On the day they killed the last caribou,
I was in love—and I did not know
caribou or cities or the needs of either.

I did not know scilla, and did not know a new love
would be hired to trim the grass around it. The blue flowers
came up through the grass like the grass remembering.

This new love and I, we drove once between cities of snow,
and through the trees I could see a herd moving,
matching us, pulling away.

Bron: website van de Acedemy of American Poets

Fragment uit De tuin van de familie Finzi-Contini

Uit: De tuin van de familie Finzi-Contini, vertaald door Jan van der Haar, De Bezige Bij, 2015, met een voorwoord van Bas Heijne: een van de boeken die je kunt blijven herlezen. Bassani schrijft over gebeurtenissen die weemoed oproepen, zonder dat hij direct weemoedig wordt, of de grens naar de sentimentaliteit oversteekt. Zijn melancholie zit tussen de dingen, in de gebeurtenissen, – ze kleeft aan de mensen. En ze is onderdeel van de geschiedenis die mensen vermorzelt maar verhalen niet kapot kan maken. Lees verder

Voor de verre prinses, een jaar later

Een jaar geleden verscheen Voor de verre prinses, een bundel liefdesbrieven bij gedichten. Ik heb een paar keer geprobeerd om een ‘vervolg’ te schrijven. Blijkbaar had ik er een jaar voor nodig. Dit is of de eerste brief van een vervolg, of de slotbrief. Of misschien is de tekst wel iets anders.

totaal witte kamer

Laten wij nog eenmaal de kamer wit maken
nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik

dit zal geen tijd sparen, maar nog eenmaal
de kamer wit maken, nu, nooit meer later

en dat wij dan bijna het volmaakte napraten
alsof het gedrukt staat, witter dan leesbaar

dus nog eenmaal die kamer, de voor altijd totale
zoals wij er lagen, liggen, liggen blijven
witter dan, samen –

© Gerrit Kouwenaar Lees verder

Laatste nummer van de Titaan is verschenen

Alle tijdschriften waaraan ik meewerk, verdwijnen. De Titaan, de Tilburgse krant waar ik met zo veel plezier voor schreef, schaart zich nu helaas in de rij van verdwenen projecten, waaraan ik met mijn hele ziel en zaligheid heb bijgedragen. Mijn allerlaatste verhaal in De Titaan begint zo (en is een onder meer een ode op de geboorte- en sterfstad van het tijdschrift: Lees verder

Je gezicht aan de nacht meegegeven – over Ed Leeflang en DBNL

Het ‘De nieuwe titels van februari 2018’ van DBNL vond ik vandaag neerdrukkende lectuur. Niet omdat de titels die werden ingeluid me niet bevielen, integendeel, maar omdat ik plotseling besefte dat veel van die titels uit mijn jeugd stamden en nu definitief uit hun papieren jas zijn gehaald, om te worden toevertrouwd aan de digitale eeuwigheid. Gerrit Komrij en Mensje van Keulen gezellig zij aan zij met Dirk Ayelt Kooiman. Ooit waren hun boeken nieuw, werd er over geschreven en werden ze goed verkocht – nu zijn ze teruggebracht tot scan, platte tekst of e-boek, voor eeuwig zwevend in de serverruimte of in een cloud. Lees verder

Gerald’s game, een ‘relevante’ film

Gezien: de film Gerald’s game. Gemaakt voor Netflix en daarom eindigt hij mierzoet en moralistisch. Dat hoort zo bij grote streamingdiensten, blijkbaar. Het einde is een sof, maar de rest van de film mag er zijn. Het verhaal, geschreven door Stephen King, is een geslaagd voorbeeld van hoe je met heel weinig middelen een ongelooflijk spannend (en ‘relevant’) verhaal kunt opbouwen, zonder gooi- en smijtwerk. De kijker, ik, zit op het puntje van zijn stoel terwijl de hoofdpersoon met twee sets handboeien aan een bed is geketend. Waarom? Lees verder