Val

Ik viel en kwam niet neer. Niet in je schoot.
Ik kwam niet neer. Met armen die als wieken
molenwiekten graaide ik tot bij je huid. Maar
niets. Je was er niet. Je was me al ontgaan.

Mijn lichaam geilde naar je naakte huid. Ik
kwam niet neer en rook mijn zweet zo ranzig
als bedorven boter. Ik viel. Ik wist dat alles
wat ik kort daarvoor nog had gekend, de muur,

mijn tafel en mijn loze praat, nu aan het vallen
was, en viel. Ik zag je voor me en ik keek
naar alles wat ik aan je dacht te zien en zag.

© Chrétien Breukers

Nieuwe bundel: De zomer haalt nog één keer uit

Begin volgend jaar verschijnt mijn nieuwe dichtbundel bij uitgeverij Marmer. Titel: De zomer haalt nog een keer uit. Dit is het slotgedicht van het (min of meer) definitieve manuscript, dat ik vanochtend opstuurde naar uitgever en redacteur.

Wie?

Wie zal de haat het eerste hebben weggekrabd?
Wie heeft het hart dat soms nog bloedt of ruist?

Ik herinner me de kerk. In Lombok en in Deventer.
Twee donkere aanwezigheden die de tijd
verdeelden tussen jou en mij en jou.
Ik herinner me de slagen, af en aan.

Soms denk ik aan je bed. De lakens nat,
je lichaam als een duracellkonijn op hol geslagen
en je adem als je adem in mijn oor.

Een dreinend kind, beneden aan de kade.
De spreeuwenwolk, opzichtig, overdreven en te mooi.

© Chrétien Breukers