Mieke van Zonneveld en het sonnet

Foto: Keke Keukelaar

Een klassiek gedicht willen schrijven, dat wil zeggen: een gedicht dat zich baseert op lang geleden vastgelegde regels en een vorm die ononderhandelbaar is, lijkt een hachelijke kwestie. De inhoud gaat al snel trekken, alsof die zich plooit naar de ouderwetsheid van de behuizing. De dichter die zich een dergelijke taak oplegt, lijkt op een componist die een sonate wil schrijven naar, bijvoorbeeld, model van Mozart. Waar is de dichter, bij zo veel geschiedenis, zelf? Lees verder

Advertenties

Over de C. Buddingh’-Prijs en over Arno van Vlierberghe

C. Buddingh’ was een wat burgerlijke dichter met een geinige stem. Een pleaser. Waarom de debuutprijs die Poetry elk jaar uitreikt naar hem is genoemd weet ik niet. Misschien om de jonge dichters aan te sporen net zo truttig te leven en te schrijven als de naamgever? Het zou me, Poetry een beetje kennend, niet verbazen. Lees verder

Lela Zečković overleden

Op 9 februari is Lela Zečković overleden. Ze was vertaalster, wetenschappelijk medewerker en tussen 1959 en 1990 de echtgenote van Hans Faverey, van wie ze na 8 juli 1990 de weduwe werd. En ze is de dichter van één bundel en een handvol ongebundelde tijdschriftpublicaties. De bundel heet Belvédère en verscheen in 1981 bij Querido. Ik heb hem niet bij de hand, helaas, en kan er dus ook niet uit citeren.

Er verschenen twee stukken naar aanleiding van haar dood. Martin Reints herdacht de dichter in De Groene. Het stuk is hier te lezen. Marc Kregting schrijft over haar poëzie in een aan een essayistisch werk gewijd feuilleton. Reints en Kregting citeren allebei een gedicht dat mij doet denken: herdrukken, die bundel (met de ongebundelde gedichten als bonustracks). Op DBNL zijn wat gedichten uit tijdschriften van haar te lezen. Ik neem het gedicht dat Kregting citeerde hieronder over. Het is schitterend, en vanaf het moment dat hij het overnam wat mij betreft klassiek. Lees verder

Ernst Jandl: misschien wordt het beter

‘Een gedicht schrijven waarmee je in de Hitlertijd niet in een KZ zou zijn beland, deugt niet.’ Waarom weet ik niet, maar dit soort uitspraken irriteert me. Het is die gemakkelijke samensmeding van politiek en lyriek die mij de kast opjaagt en er bijna niet meer af krijgt. Zelfs als die uitspraak gedaan is door Ernst Jandl, Oostenrijks dichter en taalkunstenaar, kan ik er niet tegen. Ik snáp wel wat hij bedoelt. Ik wil zelfs aannemen dat de bewering niet gratis is. En toch. Lees verder

Voor de verre prinses, een jaar later

Een jaar geleden verscheen Voor de verre prinses, een bundel liefdesbrieven bij gedichten. Ik heb een paar keer geprobeerd om een ‘vervolg’ te schrijven. Blijkbaar had ik er een jaar voor nodig. Dit is of de eerste brief van een vervolg, of de slotbrief. Of misschien is de tekst wel iets anders.

totaal witte kamer

Laten wij nog eenmaal de kamer wit maken
nog eenmaal de totaal witte kamer, jij, ik

dit zal geen tijd sparen, maar nog eenmaal
de kamer wit maken, nu, nooit meer later

en dat wij dan bijna het volmaakte napraten
alsof het gedrukt staat, witter dan leesbaar

dus nog eenmaal die kamer, de voor altijd totale
zoals wij er lagen, liggen, liggen blijven
witter dan, samen –

© Gerrit Kouwenaar Lees verder

Dmitri Danilov: Het saaie, het gewone

Je kunt van de poëzie van Dmitri Danilov veel zeggen, maar niet dat zij saai is, of gewoon. Toch heet de keuze uit zijn recentste bundels die onlangs bij Douane verscheen Het saaie, het gewone. Waarschijnlijk doelde de uitgever of de vertaler hiermee op de manier waarop de dichter allerlei ‘gewone’ dingen en gebeurtenissen in zijn eindeloos lange verhaal-verzen opneemt, en de manier waarop hij daarover, ook weer ‘gewoon’, vertelt. Lees verder

Over de (niet zo) noodzakelijke jeugdliteratuur

In een opiniestuk over de tanende aandacht voor jeugd- en kinderliteratuur op de website van Trouw citeert Bas Maliepaard de jeugdboekenschrijver Sjoerd Kuyper: ‘Het belang van jeugdliteratuur ontstijgt de boekenkast. Kinderboeken kunnen, als ze met de juiste instelling geschreven zijn, met het hart van een kind en de hand van een volwassene, van kinderen mooie grote mensen maken.’ Mij rijzen bij dit argument de haren ten berge. Ik zie die volwassene op een of andere manier meteen voor me, een wat weke persoon die deels in zijn kindertijd bleef hangen en af en toe de pedagogische zotskap opzet om vervolgens, als je echt pech hebt, op de problematiek van de tijd toegesneden (onverdraaglijk modieuze) boeken te gaan schrijven.

Lees verder