Lezen: Govert Derix

‘Schrijvers zijn gevoelsarme perverten, – ze leven op maar één niveau van het menselijke bewustzijn. Dat, waarop ze zich onmiddellijk en alleen maar afvragen of dat wat ze meemaken bruikbaar is voor de roman die ze onder handen hebben.’ Aan dit citaat van Jeroen Brouwers (uit Het is niks) moest ik denken toen ik de nieuwe roman van Govert Derix las, Mensheid is een brief voor jou. Eigenlijk dacht ik: Had Govert Derix zich in dit boek maar meer een pervert betoond, en had hij de kennis die hij in zijn leven heeft verzameld, zonder haar goed te verteren, maar even terzijde geschoven. Lees verder

Je hebt het leven zelf gezien

Naar aanleiding van Tussen licht en donker van A.H.J. Dautzenberg en Diederik Stapel

Sommige dingen blijven onverklaarbaar. Waarom de films van Eric Rohmer zo fascinerend zijn is er een van. Je kijkt naar een verhaal van niks, niet-spectaculair opgenomen, heel strak in de verf gezet – en toch heb je na afloop het idee dat je net hebt gezien hoe een oude wereld ten onder ging, om plaats te maken voor een nieuwe (die te zijner tijd ten onder zal gaan). Je hebt, denk je, het leven zelf gezien. Maar hoe zag dat leven er dan uit? Daarop moet je het antwoord schuldig blijven. Het ontglipte je. Lees verder

Ik voelde mij volkomen rustig

In het voorjaar van 1893 maakte Willem Kloos, samen met Hein Boeken, een ‘grand tour’ door Italië. De grote dichter en zijn trouwe vriend hadden daarvoor reisdocumenten nodig. In de volgende week te verschijnen biografie – Willem Kloos (1859-1938) O God, waarom schynt de zon nog! – schrijven Peter Janzen en Frans Oerlemans hierover, zich baserend op wat Frans Erens in Vervlogen jaren noteerde: ‘In een grote vigilante reden Willem Kloos en Hein Boeken, onder de hoede van de jurist Frans Erens, naar het politiebureau. Erens zette daar een handtekening, waarna Kloos en Boeken hun reisdocument ontvingen. ‘‘Hoe is uw naam?’’ vroeg de commissaris aan Kloos.‘‘En de Uwe?’’ ‘‘Boeken.’’ ‘‘O,’’ zei de politiebeambte, ‘‘Boeken, Boeken, ik heb ook een heel stel boeken in huis.’’’ Lees verder

De geschiedenis van een vooroordeel: over Herman Koch

Ooit, in 1989, las ik Red ons, Maria Montanelli van Herman Koch. Een leuk boek, hoe vreselijk dat ook klinkt: ‘Hoe was het boek?’ Ja, leuk.’ Ik herinner me dat er nogal wat te doen was om dat boek. Er was geloof ik zelfs tweespalt in de kritiek. Men vond het helemaal niks, of juist geniaal. Als ik het me allemaal niet verkeerd herinner, ik heb geen zin om het op te zoeken, was Piet Grijs een van de mensen die het een geniaal boek vond. Maar hij woonde ook in Amsterdam-Zuid, de gedoemde wijk waarin Koch zijn personages laat rondstrompelen, dus hij snapte precies waar het gemopper van de auteur zich op richtte: Lees verder

En toen aten we zeehond

‘Schrijven in fragmenten: de fragmenten zijn dan steentjes op de omtrek van de cirkel: ik stal mezelf rondom uit: heel mijn kleine universum in brokken; en in het middelpunt, wat is daar?’ Dat is een citaat van Roland Barthes, uit Roland Barthes door Roland Barthes, vertaald door Michel J. van Nieuwstadt en Henk Hoeks en uitgegeven door SUN in 1991. Ik heb het altijd een mooi beeld gevonden. Losse stukken die samen een geheel vormen en toch iets verhullen. Barthes’ woorden schoten me te binnen tijdens het lezen van En toen aten we zeehond van Nicoline Timmer. Lees verder

Geschiedenis van de literatuur in Limburg

Het boek Geschiedenis van de literatuur in Limburg is zo groot en dik dat je er, als je goed mikt en een bepaalde hoek kiest, iemand in één klap mee kunt doodslaan. Het monumentale karakter van de uitgave, 20 centimeter breed en 27 centimeter hoog, straalt uit dat er wel iets bijzonders aan de hand moet zijn, met die literatuur in Limburg. Jammer genoeg weet je na lezing van alle 768 pagina’s nog steeds niet wát. Lees verder

Octavie Wolters en Rob Kamphues

Vorige week las ik twee romans: Voorland van Octavie Wolters en Hoor je me van Rob Kamphues, een van de vele Bekende Nederlanders die door het schrijfvirus zijn aangetast. De uitgever van Kamphues noemt zijn roman ‘een psychologische roman, geschreven met een vaart en spanning die de lezer tot de laatste bladzijde niet meer loslaat.’ Dit is rijkelijk overdreven. De psychologie die de auteur bedrijft is van de koude grond, en de spanning is net zo groot als in Midsomer Murders. Er gebeurt, kortom, bijna niks in Hoor je me, al wordt er wel heel wat in het boek overhoop gehaald, omdat de auteur zich gedraagt als een jonge, overenthousiaste hond.
Lees verder