Lezen: Ralf Mohren

Over De hemel is zwart vandaag van Ralf Mohren.

Wie naar de andere kant van de zee verhuist, verhuist niet van ziel (‘Caelum, non animum mutant, qui trans mare currunt’). Dat is een waarheid als een koe. Bedacht door Horatius die deze woorden geschreven had kunnen hebben naar aanleiding van de nieuwe roman van Ralf Mohren: De hemel is zwart vandaag. Het boek ‘gaat’ over de leraar Nederlands Arthur Poolman die aan het eind van de jaren negentig van de twintigste eeuw voor drie jaar naar Curaçao gaat en daar binnen twee jaar fiks verloren loopt. In ‘een web van drank, goedkope seks, ontworteling en waanzin’, zou een middelmatige recensent schrijven. Ik zou zeggen: Hij raakt van het pad en merkt dat hij zijn ziel in zijn thuisland (Nederland, Limburg) heeft achtergelaten en niet kan missen. Lees verder

Rui Cóias in Terras

Wát ik heb gelezen weet ik nog niet precies. Maar de twee gedichten van Rui Cóias, die Harrie Lemmens vertaalde voor Terras, zijn iets bijzonders. Ik heb ze nu een keer of drie hardop voorgelezen en hoop ze na de zesde keer, zo ongeveer, te doorgronden. Lemmens over het werk van deze dichter: ‘Thematiek en focus verschuiven voortdurend van ruimte naar tijd en van persoonlijk naar algemeen. Reizen, of misschien liever verplaatsingen, gaan via prachtige beelden een verbinding aan met het landschap en het eigen en collectieve geheugen.’ Meer werk van Cóias vindt u hier. En op de website Zuca Magazine.

Bij datgene waardoor we herhaaldelijk worden meegevoerd,
hunkerend naar wat zich in de volgende bocht vertoont,
met onze hand op de kastanjebomen waar we
onze namen in kerven, onze verhinderde eenzaamheid,
keren we altijd om op het punt waar alles herhaald wordt en begint
en waarvan we slechts een minuut, een ogenblik bereiken,
het snijvlak van het jaar dat voorbij gaat en het jaar dat komt.

Lezen: Govert Derix

‘Schrijvers zijn gevoelsarme perverten, – ze leven op maar één niveau van het menselijke bewustzijn. Dat, waarop ze zich onmiddellijk en alleen maar afvragen of dat wat ze meemaken bruikbaar is voor de roman die ze onder handen hebben.’ Aan dit citaat van Jeroen Brouwers (uit Het is niks) moest ik denken toen ik de nieuwe roman van Govert Derix las, Mensheid is een brief voor jou. Eigenlijk dacht ik: Had Govert Derix zich in dit boek maar meer een pervert betoond, en had hij de kennis die hij in zijn leven heeft verzameld, zonder haar goed te verteren, maar even terzijde geschoven. Lees verder

Je hebt het leven zelf gezien

Naar aanleiding van Tussen licht en donker van A.H.J. Dautzenberg en Diederik Stapel

Sommige dingen blijven onverklaarbaar. Waarom de films van Eric Rohmer zo fascinerend zijn is er een van. Je kijkt naar een verhaal van niks, niet-spectaculair opgenomen, heel strak in de verf gezet – en toch heb je na afloop het idee dat je net hebt gezien hoe een oude wereld ten onder ging, om plaats te maken voor een nieuwe (die te zijner tijd ten onder zal gaan). Je hebt, denk je, het leven zelf gezien. Maar hoe zag dat leven er dan uit? Daarop moet je het antwoord schuldig blijven. Het ontglipte je. Lees verder

Ik voelde mij volkomen rustig

In het voorjaar van 1893 maakte Willem Kloos, samen met Hein Boeken, een ‘grand tour’ door Italië. De grote dichter en zijn trouwe vriend hadden daarvoor reisdocumenten nodig. In de volgende week te verschijnen biografie – Willem Kloos (1859-1938) O God, waarom schynt de zon nog! – schrijven Peter Janzen en Frans Oerlemans hierover, zich baserend op wat Frans Erens in Vervlogen jaren noteerde: ‘In een grote vigilante reden Willem Kloos en Hein Boeken, onder de hoede van de jurist Frans Erens, naar het politiebureau. Erens zette daar een handtekening, waarna Kloos en Boeken hun reisdocument ontvingen. ‘‘Hoe is uw naam?’’ vroeg de commissaris aan Kloos.‘‘En de Uwe?’’ ‘‘Boeken.’’ ‘‘O,’’ zei de politiebeambte, ‘‘Boeken, Boeken, ik heb ook een heel stel boeken in huis.’’’ Lees verder

De geschiedenis van een vooroordeel: over Herman Koch

Ooit, in 1989, las ik Red ons, Maria Montanelli van Herman Koch. Een leuk boek, hoe vreselijk dat ook klinkt: ‘Hoe was het boek?’ Ja, leuk.’ Ik herinner me dat er nogal wat te doen was om dat boek. Er was geloof ik zelfs tweespalt in de kritiek. Men vond het helemaal niks, of juist geniaal. Als ik het me allemaal niet verkeerd herinner, ik heb geen zin om het op te zoeken, was Piet Grijs een van de mensen die het een geniaal boek vond. Maar hij woonde ook in Amsterdam-Zuid, de gedoemde wijk waarin Koch zijn personages laat rondstrompelen, dus hij snapte precies waar het gemopper van de auteur zich op richtte: Lees verder