Fragment uit: Severins Gang in die Finsternis

Severins Gang in die Finsternis is geschreven door Paul Leppin, een Duitstalige schrijver uit Praag. Zijn boeken zijn te lezen op Gutenberg en in het Engels verkrijgbaar bij Twisted Spoon PressLees verder

Advertenties

Martinus Nijhoff: Schuitje varen, theetje drinken

De moeder de vrouw

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien

dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren. Lees verder

In de metro (9)

In de metro zit de man die altijd saxofoon speelt op Staroměstské náměstí. Hij is gekleed in een blauw colbert met een krijtstreep en een blauwe broek die net iets anders blauw is dan het colbert. Op zijn hoofd de hoed die hij ook tijdens zijn werk draagt. Degelijke bruine schoenen met geitenwollen sokken. Naast hem staat de vrouw met de legerpet op die de cd’s verkoopt als hij zich door zijn repertoire worstelt. Ik vermoed dat hij met die vrouw getrouwd is. Anders is het zijn ongetrouwde en al wat oudere dochter die haar vader niet alleen naar zijn werk wil laten gaan. Lees verder

Fragment uit: Brief an den Vater

Brief an den Vater is de brief die Franz Kafka wel schreef, maar nooit verstuurde. In een bladzijde of tachtig legt hij de verhouding tussen zijn vader Hermann en hemzelf in bijna allemaal citeerbare zinnen vast. Kafka geeft een psychologisch portret en een samenvatting van zijn schrijverschap: alle thema’s die hij in zijn verhalen en romans uitwerkte, zitten erin. Je leest de biecht van iemand die bij Freud op de divan had kunnen liggen, als hij Freud persoonlijk had gekend. Een fragment: Lees verder

Fragment uit De polyglotte geliefden

Volgens de uitgever is De polyglotte geliefden van Lina Wolff ‘een buitengewoon originele, prikkelende verkenning van machtsverhoudingen, van de male gaze, en van de manipulatieve eigenschappen van de literatuur.’ Dat is allemaal misschien waar, maar ik vond het eigenlijk gewoon een erg goed boek, eindelijk eens een boek over ‘deze tijd’ dat dwingend is geschreven en heel goed verteld; je wordt er iets wijzer van en je blijft, aan het eind, met lege handen staan. Je kunt er iets mee, met het boek, zonder dat het per se hoeft. Het is een ideaal boek om met huid en haar te lezen. Een fragment: Lees verder

Titus en Cornelia (en Rembrandt en Fiona Tan)

Het is te groot, het Kunsthistorisches Museum in Wenen, te protserig ook, te hoog en te breed en te bont. Na zalen vol met Nederlandse en Vlaamse meesters is het in de derde zaal vol Italianen plotseling genoeg. Ik wil niet meer. Die meesterwerken kunnen me wat, verder, ik moet naar buiten, en snel, het hoofd afgewend voor nog een paar wandschilderingen van Gustav Klimt die me onderweg worden opgedrongen. Op zoek naar de uitgang neem ik de verkeerde afslag en plotseling sta ik weer tussen de Nederlandse meesters, de vloeren kraken onder de vele toeristen, de kunstwerken lijken van muur naar muur te wandelen, de kijker achterna, zodat die steeds hetzelfde ziet. Lees verder