In de metro (2)

In de metro zit een echtpaar. Zij is vlezig. Een vrouw over wie mijn opa Hein zou zeggen, aan haar terugdenkend: ‘Dát was een vrouw.’ Een kaarsrecht zittende verschijning in een zomerjurk met rode bloemetjes. Flatjes aan haar voeten. Haar benen, Dorische zuilen doorspikkeld met kleine blauw aderen, eindigen in heupen die net niet op de metrostoel passen. Haar man moet daarom een deel van zijn plek afstaan. Hij kan het gemakkelijk hebben, dun als hij is, schraal, ongeveer de helft van de vrouw. Lees verder

Advertenties

Vijftien Nederlandse dichters vertaald in het Roemeens, en ik ook

Antologia „Poetule, piaptănă-ți părul!” însumează cincisprezece poeți neerlandezi contemporani: de la Cees Nooteboom, născut în 1933, până la Hannah van Binsbergen, născută în 1993. Între cei doi, descoperim poeți diferiți, precum K. Schippers (care vine dinspre Dada), H.C. ten Berge și Arnoud van Adrichem (buni cunoscători ai poeziei din SUA), Menno Wigman (mlădiță a „fin de siècle”), Marije Langelaar (venită dinspre artele plastice)…

Wat er precies staat weet ik niet, maar ik weet wel dat Jan H. Mysjkin voor de Moldavische uitgeverij ARC een bloemlezing maakte uit de contemporaine Nederlandse dichtkunst, waarin 10 gedichten van mij zijn opgenomen. Het boek is voor 154 Lei te koop. In de bloemlezing ook werk van veertien andere dichters, onder wie Menno Wigman, K. Schippers, Hannah van Binsbergen en Marije Langelaar.

Meer info onder deze link.

In de metro (1)

Ik loop de trap af, metrostation Karlovo Náměstí in. Het is laat, bijna twaalf uur. De onderste tree sluit niet helemaal goed aan op de muur. In het gat zit een muis. Een jonge muis, denk ik. Ik sta stil en buig me voorover. Als ik een vinger uitsteek, begint de muis eraan te snuffelen. Dat heb ik nog nooit meegemaakt, een muis die aan me snuffelt. Niet dat ik weet in elk geval. Ik voel me vereerd. Even later probeer ik de muis over het hoofd te aaien, maar daar heeft hij geen zin in. Hij verdwijnt in het gat tussen de trap en de muur. Lees verder

Fragment uit Extaze

Extaze van Louis Couperus is een mooi boek, een klein meesterwerk, honderd bladzijden een inkijk in de menselijke ziel, hoe lang kan ik deze cliché-machine nog op gang houden? Lees de roman. Hij is op DBNL te vinden, maar op papier werkt het ook erg goed. Er is een versie beschikbaar in de oude spelling en een versie in een aangepaste spelling (in het verzamelde werk dat ooit bij Van Oorschot verscheen). In beide versies blijft het verhaal recht overeind staan. Leve Louis. Lees verder

Jaroslav Rudiš: Het volk boven

Over: Het volk boven,  Jaroslav Rudiš, vertaald uit het Tsjechisch door Edgar de Bruin, Nobelman, 2017

Hoe spreekt iemand die uit het ‘gewone’ volk afkomstig is en zich, met moeite, door het leven worstelt. Ik weet het niet. De Tsjechische schrijver Jaroslav Rudiš doet in zijn boek Národní třída, onlangs vertaald als Het volk boven, een poging om die taal te benaderen. In deze korte roman horen we het verhaal van Vandam, genoemd naar de Belgische acteur Jean-Claude Van Damme. Het is een verhaal vol ontworteling, hang naar het verleden, onvrede over het heden, geweld (Vandam slaat er nogal snel op los) en liefde die zich niet kan uiten. Lees verder

Fragment uit Het huis van de drenkelingen

Het huis van de drenkelingen is een met enige moeite tot een boek van 144 opgeblazen novelle van Guillermo Rosales. Een wat moeilijke man, een schizofreen, die leefde van 1946 tot 1993, het jaar waarin hij er na veel leed en ellende een eind aan maakte. De novelle speelt zich af in een opvanghuis voor geestelijk ontspoorden in Miama, de meesten net als Rosales van Cubaanse afkomst. Mooi wordt het nergens. Toch weet Rosales in al zijn gekte een helderheid te bewerkstelligen die tot het eind door alles heenkijkt. Als je zo kunt schrijven, heb je het sowieso niet gemakkelijk. Het huis van de drenkelingen deed me denken aan Villa des Roses van Willem Elsschot, maar dan in het schizofreen. Lees verder

Ongelovig katholiek (6) – Goede Vrijdag

Weblog van Chrétien Breukers

Op de lagere school gingen we klassikaal ter kerke op Witte Donderdag en, vooral, op Goede Vrijdag. De hele school, onder leiding van het licht-bigotte schoolhoofd.

Tijdens de mis op de vrijdag was onze pastoor, Nijhoff, in staat om zijn aangeboren theaterneigingen ten volle te ontplooien. Hij riep de manier waarop Jezus naar de executieplek werd geleid op in bronzen bewoordingen. Er vielen klappen, letterlijk, althans, wij voelden hoe de karwats van die nare sadisten, die Romeinen, op ons neerkwam.

De kruisiging werd kracht bijgezet met vuistslagen op het altaar; voor elke spijker één. Je voelde hoe je vlees open spleet, botten werden versplinterd, je proefde het bloed in je mond. Of was het azijn, de vloeistof die weer andere ellendelingen Hem te drinken gaven? Het  ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?’ joeg de laatste geloofsijver (en, paradoxelerwijs, alle geloofstwijfel) uit ons weg. Daar, tussen…

View original post 243 woorden meer