Als op een zomerdag een landmeter

Foto: Wikipedia

Je moet er echt een keer heen, zeiden ze, naar het Nationaal Monument op (of in) Vitkov, echt, je zult zien, het is de moeite waard, je vindt er ook een van de grootste ruiterstandbeelden ter wereld, daar zijn ze trots op, de Tsjechen, echt, het Nationaal Monument in Vitkov, zo lang je nog in Žižkov bent moet je daar echt heen, anders ben je namelijk niet in die buurt geweest; maar gisteren regende het en de rest van de dagen was het te warm, als ik ’s avonds een halfslachtige poging ondernam om er te komen voelde ik me een arme landmeter, de moed zakte me voordat ik aan de klim die heuvel op begon al in de schoenen, ik was net als de landmeter iemand die in zijn beroep niet helemaal zeker is en die ergens, bijvoorbeeld in een van de zalen van dat Nationale Monument, een document kan krijgen, een officieel papier waarop staat dat hij er bij hoort en dat hij aanwezig mag en kan zijn, hij, die landmeter, ik dus, heeft de routebeschrijving gekregen van een lieve vrouw die het eigenlijk met de kasteelheer (of monumentenbeheerder) houdt en die hem, mij, toch, uit liefde, van de routebeschrijving voorzag, maar dat geeft niet, hij, ik probeer me daar niets van aan te trekken, van die kasteelheer of monumentenbeheerder, ik concentreer me op de routebeschrijving. Gisteren viel ik trouwens in slaap, midden op de dag, de regen was opgehouden met snoeihard neerkomen en ik had gemakkelijk alle trappen naar dat ruiterbeeld, dat ik elke dag zie liggen in de verte als ik terugloop van de Albert of de Tesco, kunnen beklimmen.

Advertenties

Dialog vášnivý – Om de hoek bij Jan Svankmajer

In 2010 was ik met Renate en de kinderen op vakantie in Praag. In een heel mooie straat, in een ongelooflijk mooi huis, heel dicht bij de Burcht. Naast het huis stond een telefooncel. Af en toe rinkelde het toestel, maar niemand nam op. Het had een surrealistisch trekje, alsof we in een spionagefilm zonder spionnen verzeild waren geraakt. Om de hoek woonde de cineast Jan Svankmajer, dus dat paste wel. Ik weet dat hij daar om de hoek woonde, omdat hij een naambordje op zijn deur had hangen. Soms brandde er licht, binnen, maar we hebben niet aangebeld. Lees verder