Ik zag een pop op televisie

Ik zag een pop op televisie. Ze was mooi aangekleed. Ik had toen ik heel jong was ook een pop. Die heette Petra. Soms naaide ik zelf een jurkje voor haar. Mijn pop was minder mooi gekleed dan de pop op televisie. Ze droeg een wit truitje met leuke frutsels, de pop op televisie bedoel ik, een lichtgrijs jasje en een strakke spijkerbroek. De schoenen kon ik niet zien, maar daar zaten ongetwijfeld hakjes onder. Alles aan de pop ademde hakjes. De pop presenteerde een praatprogramma met gasten die de pop allemaal mooier moesten laten uitkomen, ze weerkaatsten het licht dat de pop op ze wierp. Een politicus, een grappenmaker, iemand die zichzelf journalist noemt, juryleden voor een televisieprijs (hier betreden we het spiegelpaleis, dat televisie ook kan zijn) en zelfs gewone mensen, al hadden die wel iets bijzonders gedaan (of kunnen doen). Mijn Petra had maar één blik. Een beetje mysterieus keek ze de hele dag voor zich uit, volledig verzonken in haar poppenwereld. De pop op televisie keek als een mens. Voor elke situatie had ze een andere blik ingestudeerd. Als ze verdrietig moest zijn, trok er een waas over haar ogen en leken de tranen niet ver weg. Soms lachte de pop en sloeg ze een guitige toon aan. Als er iets ingewikkelds werd besproken, keek ze buitengewoon intelligent van zich af. Soms deed de pop op televisie alsof ze verontwaardigd was en de onderste steen boven wilde krijgen, van elk gebouw dat haar eventueel in de weg kon komen te staan. Als Petra moe was, legde ik haar in een poppenbed. Ik vroeg me gisteren af of de eigenaar van de pop op televisie wel goed voor haar zorgt – of er ergens een poppenbed staat waar ze in mag uitrusten, nadat de eigenaar haar een pyjama met streepjes heeft aangetrokken. Eindelijk verlost van die kittige kleding. Ze is moe, de pop op televisie, het valt niet mee om avond aan avond menselijke emoties te veinzen; ze draait zich nog één keer om en slaapt. Eindelijk een pop.

Advertenties

Love Actually en de culturele omkering

Gisteren keek ik, ik geef gewoon toe dat ik het deed, naar het programma Jinek. Eén ding zal me bijblijven, en dat is toch al heel wat. Het item over de film Love Actually, waar een (kort) vervolg op wordt gemaakt. Volgens Jinek is er niemand op deze planeet te vinden, die deze ‘best romcom ever’ niet heeft gezien. Dat is een leugen. Ik ben die ene persoon op deze planeet. Samen met Paul Witteman, zoals Matthijs van Nieuwkerk tijdens het item onthulde. Anders dan Witteman was ik op de hoogte van het bestaan van de film, maar ben nooit verder gekomen dan de Nederlandse versie: Alles is liefde. Het is geen onwil. Het kwam er gewoon nooit van. Lees verder