In de metro (20)

In de metro wordt weer gehoest en geniesd. Dit jaar heeft het langer geduurd dan anders. De geur van de zomer is nu echt weg. De ramen blijven dicht. Er wordt nog dieper gezwegen. Soms raakt de ene winterjas de andere. Dan schuiven twee mensen weg, van elkaar af. Een kind dat het nog niet helemaal door heeft blijft tegen haar moeder praten. Die wil langzaam één worden met de wand waartegen ze staat. Het kind wil weten hoe lang het nog is, of oma misschien chocolade heeft gekocht en waarom die ene meneer zijn buik te zien is.

De meneer wiens buik te zien is hoort haar niet. Hij neemt af en toe een slok uit zijn fles Staropramen en kijkt naar binnen. Ik kan me niet voorstellen dat het fijn is om daar lang rond te kijken. De uitdrukking op zijn gezicht is neutraal. Misschien is hij eraan gewend. Soms laat hij een boer, iets wat het kind met belangstelling bekijkt en beluistert. Als ze er iets over wil gaan zeggen tegen haar moeder maakt die een afwerend gebaar. Haar gezicht lijkt tijdens deze rit langzaam vol met vouwen te lopen, alsof elke meter beweging haar lichaam aantast.

Ik lees een boek. Daarom vergeet ik om me heen te kijken. Volgens mij heb ik een behoorlijk deel van mijn leven weggekeken omdat ik las. Toch heb ik daar geen moment spijt van en had ik minder gezien als ik niet had gelezen. Een boek is een spiegel en een vergeetput in één, maar vooral een verzameling zinnen die je soms kunt gebruiken of toepassen. Ik lees: ‘It was then that I understood the fairy tale about the princess and the pea. She wasn’t after the prince, she was after the pea. That moment when she feels the pea beneath the twenty mattresses, that is her moment of definition. It is the very meaning of her journey, why she has traveled so far, what she has come to confirm: the unholy dissatisfaction that will keep life permanently at bay.

De moeder en het kind moeten uitstappen. Het kind wil naar de man met zijn blote buik blijven kijken. De moeder trekt haar mee aan haar arm. Ik kijk naar het kind en lach. Ze lacht terug. Ik wijs met mijn ogen naar de man. Ze lacht nog een keer. Ze snapt wat ik bedoel. Als ze uitstapt, zegt ze: ‘Na shle.’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s