Fragment uit Het wikkelhart

Bertram Koeleman is een interessante schrijver. Ik ben na het schrijven van deze zin niet door een bliksemstraal getroffen, dus hij was minder erg dan ik dacht. Onlangs las ik Het wikkelhart, zijn meest recente roman. Het is moeilijk te zeggen waarom de ene schrijver je wel weet mee te slepen en de andere niet, maar Koeleman sleepte me van begin tot einde mee (weer geen bliksemstraal). Waar de roman over gaat? Moeilijk te zeggen, al is het verhaal op zich niet heel ingewikkeld. Er zit iets met jeugdvriendschappen in, iets met geheimen, iets met schrijvers en hun drijfveer om te schrijven: het is een verhaal dat nog gebruik maakt van onmodische artikelen als ‘schijn’ en ‘wezen’ en het is op een even onmodische wijze mooi en dwingend geschreven zonder ouderwets aan te doen. Integendeel. Bovendien roept het geheimen op die niet worden prijsgegeven. Hoewel, het einde is misschien net even over de rand. Toch ga ik het boek ooit herlezen. Voor de stijl en het verhaal. Hoe mijn eerste lezing verliep, beschrijft Koeleman hieronder zelf.

Er waren opvallende verschillen met zijn eerste twee boeken. Ten eerste was Het wikkelhart niet zo omvangrijk. Het document besloeg honderdzestig pagina’s, in boekvorm zou dat iets minder dan het dubbele zijn. Zijn debuut, Zaterdagen tot februari, was vijfhonderd pagina’s, voor een eerste roman een opmerkelijke omvang. En een factor van niet te onderschatten belang als je boek een bestseller moest worden. Het tweede, Het staande duister, was iets dunner, maar ook aanmerkelijk minder goed dan het eerste. Dat had grotendeels te maken, wist ik, met de totstandkoming. Nick had Duister in drie maanden geschreven, nog duizelig van de storm van aandacht die Zaterdagen had opgeleverd. Waarschijnlijk was hij aangemoedigd door zijn uitgever, die het populaire ijzer wilde
smeden nu het nog heet was. De recensies waren vrijwel unaniem in hun afkeer en men was het erover eens dat Nick Tuin pas weer een belangrijke roman zou kunnen afleveren als hij het schrijven weer serieus nam, als hij een onderwerp zou kiezen dat hem daadwerkelijk aan het hart ging.
Nou, en niet zo’n beetje ook. Dat was ook meteen het belangrijkste verschil met de eerste twee boeken: Het wikkelhart ging over ons. Of althans, het begon met mij en Nick en onze vakantie in Frankrijk. Gaandeweg veranderde het in iets anders, maar de gloeiende kern van het boek was de schuur, was
Gabrielle. Ik dronk mijn blikje leeg, plette het en gooide het in de prullenbak.
(…)
Tegen de tijd dat Lily riep dat ze thuis was, het klokje zei inmiddels halftien, had ik driekwart van het boek gelezen. Hoewel, gelezen was wellicht niet het juiste woord. Voor het juiste woord moet je natuurlijk sowieso niet bij mij zijn. Heet een handeling nog ‘lezen’ wanneer je je niet bewust bent van wat je doet? Als je de tekst niet meer ziet, maar er als het ware doorheen valt en rondloopt in de werkelijkheid die wordt beschreven? Alsof er een vorm van zelfhypnose plaatsvindt, ongeveer zoals auteurs het schrijfproces soms betitelen, een roes die je zelf kunt opwekken en toch maar voor een klein deel beheerst?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s