Daar werd op de deur geklopt

Vorig weekend zondag, aan het eind van de dag, hoorde ik iemand de sleutel in de voordeur steken. Ik dacht dat het mijn huisbazin was, al had die gezegd weken niet aanwezig te zijn. Het geluid verdween. Even later werd er aan de voordeur van het appartement gebeld. Ik schrok en wachtte af. Niemand had zijn of haar komst aangekondigd, het zou wel een vergissing zijn. Er werd nog een keer gebeld. En nog eens. Er werd langer gebeld. Ten slotte werd er op de deur gebonsd. Ik opende de deur en keek recht in het gezicht van een man die zo dronken was dat hij zich vast moest houden aan de muur.

Dobrý den,’ zei ik, en dat had ik misschien beter kunnen laten. De man had me nu ingeschat als Tsjechisch-sprekend en begon een struikelende monoloog, waarin ik alleen woorden als prdel, pindik en pipinka kon herkennen. Zijn tong moest moeite doen om de woorden over zijn lippen te krijgen en af en toe hoestte hij. Ik was bang dat hij voor mijn voordeur zou gaan braken en dat ik het vervolgens moest opruimen.

Hij wees af en toe naar binnen en deed halfslachtige pogingen om een stap over de drempel te zetten. Ik weerde hem af, wat heel gemakkelijk was, bij elke aanraking stuiterde hij bijna de gemeenschappelijke gang in. Het zat me allemaal niet lekker. Wat moest ik met die man? Waarom stond hij hier? Kon hij niet weg?

Na een minuut of wat ging de deur tegenover de mijne open. Een buurman, jong, getrouwd, altijd fris en monter, twee kinderen, een vrouw die eruit ziet als een kleuterjuffrouw, kwam de situatie eens in ogenschouw nemen. Hij kalmeerde de dronken man en legde mij ondertussen uit wat er aan de hand was.

Deze man, dit hoopje dronkenschap, woont een verdieping lager, op de vijfde. Meestal is hij een oppassende ambtenaar maar af en toe gaat hij in het weekend naar de pivnice om de hoek en dan zet hij de voet fiks op het gaspedaal. Het gevolg is dat hij na thuiskomst niet meer precies weet op welke verdieping hij moet zijn en soms op de verkeerde terecht komt, waar hij dan probeert in ‘zijn’ appartement binnen te dringen. Als dat niet lukt, begint hij aan te bellen en als hij vervolgens iemand opendoet, denkt hij dat er mensen in zijn huis zijn binnengedrongen – die begint hij dan uit te schelden.

Samen met de overbuurman bracht ik de dronkenlap een verdieping lager, waar we zijn voordeur openden met zijn sleutel en hem naar binnen schoven. Mijn overbuurman gooide de sleutelbos achter hem aan naar binnen en sloeg de deur nogal hard dicht. Zijn eeuwige vriendelijkheid en geduld waren blijkbaar op.

Het gekke is: nooit heb ik de buurman gehoord. Hij draait geen harde muziek, bonkt niet tegen muren en maakt nooit, behalve heel soms dus, lawaai in het trappenhuis. Hij gooit alles op zijn periodieke dronkenschap, waarin hij al zijn ongenoegen oplost, als een massamoordenaar een lijk in een bad zoutzuur.

Van de week kwam ik hem tegen toen ik uit de lift stapte. We groetten elkaar vriendelijk, maar hij herkende me duidelijk niet.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s