De dag waarop ik (geen) detectiveschrijver werd

‘Daar zijn de lezeressen op wie wij mikken te dom voor,’ zei de uitgeefster die me had gevraagd om een detectiveroman te schrijven, nadat ze het door mij ingeleverde manuscript had gelezen. ‘Het zit zo: het verhaal mag niet afleiden. De hoofdpersoon moet lijken op de lezeressen. De seks mag niet te grof zijn. De gedachten niet te diep. Geen lastige zinnen. Geen ironie.’ ‘Dat is alles?’ vroeg ik. ‘Dat is alles,’ zei de uitgeefster.

Ik had me behoorlijk vergaloppeerd. Mijn boek zat vol ironische wendingen, onwaarschijnlijke plotlijnen en (min of meer) literaire verwijzingen. Die waren allemaal doorgestreept door een redacteur. De a-viertjes hadden iets weg door Jackson Pollock gemaakte droedels, in rood, wit en zwart. ‘Het verhaal op zich is goed,’ zei de redacteur. ‘We moeten het alleen een beetje stroomlijnen.’ Hij droeg teenslippers, een korte broek en een t-shirt met een logo van een niet-bestaande universiteit. Het was erg warm, maar ik vind dat nog geen reden om je niet fatsoenlijk aan te kleden.

Volgepompt met goede adviezen ging ik naar huis. Ik legde het manuscript op mijn tafel, naast de laptop. Na een week lagen er een paar boeken en geopende enveloppen op. Nog weer een week later verhuisde ik de stapel naar de kast waarin ik ‘lopende projecten’ bewaar. Na drie weken belde de redacteur me op. ‘Misschien kan ik nog iets voor je betekenen. Je kunt ook altijd bij me terecht voor feedback.’ Ik loog dat het werk aan de thriller voorspoedig verliep. Nadat hij had opgehangen, haalde ik het manuscript weer tevoorschijn, opende het wordbestand en staarde ongeveer een uur naar de eerste pagina.

Weken werden maanden, maanden een jaar. Op de een of andere manier raakte ik het manuscript kwijt. De uitgeefster kreeg een burn-out. De redacteur verkaste naar een andere uitgeverij. De nieuwe redacteur had andere prioriteiten. Ik zweeg. Tot de uitgeefster weer op haar werkplek terugkeerde en me ten kantore noodde. Tijdens dat gesprek ging alles fout. Ik werd gesommeerd om 1) het boek af te maken of 2) van alle rechten op dit ‘project’ af te zien en iemand anders aan de thriller te laten werken.

Naar 1) had ik geen oren meer en 2) vond ik absurd. Het verhaal, het idee voor het boek, waren van mij. Daar wilde ik best van afzien, maar dan tegen een beloning. Een vergoeding. Een compensatie, voor geleverd intellectueel eigendom. De verhouding tussen de uitgeefster en mij vertroebelde ter plekke. Sinds die tijd wisselen we alleen nog brieven via onze advocaten. Dat het manuscript kwijt is, heb ik nooit verteld. Ondertussen werk ik aan een nieuw spannend boek, waarin ik alle tips die ik van de uitgeefster en mijn eerste redacteur kreeg in de wind sla.

Advertenties

Een gedachte over “De dag waarop ik (geen) detectiveschrijver werd

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s