Je hebt het leven zelf gezien

Naar aanleiding van Tussen licht en donker van A.H.J. Dautzenberg en Diederik Stapel

Sommige dingen blijven onverklaarbaar. Waarom de films van Eric Rohmer zo fascinerend zijn is er een van. Je kijkt naar een verhaal van niks, niet-spectaculair opgenomen, heel strak in de verf gezet – en toch heb je na afloop het idee dat je net hebt gezien hoe een oude wereld ten onder ging, om plaats te maken voor een nieuwe (die te zijner tijd ten onder zal gaan). Je hebt, denk je, het leven zelf gezien. Maar hoe zag dat leven er dan uit? Daarop moet je het antwoord schuldig blijven. Het ontglipte je.

Eric Rohmer speelt in zijn films met ‘de werkelijkheid’: wat we via zijn camera te zien krijgen is een bewerking van ‘de werkelijkheid’ die er soms zo ‘echt’ uitziet dat je begint te denken dat hij realistische films heeft gemaakt. Dat is niet zo (omdat dat onmogelijk is), maar hij komt er wel heel dicht bij in de buurt. Rohmer lijkt ‘de werkelijkheid’ soms te betrappen in zijn fictie. Het gevolg: verwarring bij de kijker. Je voelt je na zijn films ontregeld, zonder dat iemand je heeft ontregeld. Hoe doet hij dat? Het is net echt.

Ik verzet me tegen de films van Rohmer. Niet dat het zin heeft, maar dan krijg je het gevoel dat je sommige dingen nog zelf in de hand kunt houden. Iedereen laat zich door hem ringeloren, iedereen behalve ik. Natuurlijk werkt het zo niet. Ik weet dat en Rohmer wist dat heel zeker. Dus als je in Conte d’été kijkt naar een jonge man en een jonge vrouw die een beetje over het strand lopen tijdens hun vakantie, als je ziet hoe ze bevriend raken, hoe ze elkaar vertellen over hun verliefdheden en relaties – om in de slotscène (het komt echt als een verrassing) te merken dat ze de hele tijd eigenlijk verliefd waren op elkaar, het bleef onuitgesproken en ze kregen elkaar nooit, hij gaat namelijk weg met de boot, enfin, als je dat dus allemaal ziet, meemaakt zou ik bijna zeggen, dan krijg je een stomp in je maag. Maar nogmaals: waarom?

‘Het beste is, het raadsel te vergroten,’ schreef Harry Mulisch. Daar doet Rohmer niet aan. Hij vertelt in alle films die ik van hem heb gezien tot nu toe een recht-toe-rechtaan verhaal, zonder diepe lagen of symbolistische opsmuk. De psychologie komt er bij hem ook meestal bekaaid vanaf. Wel zijn er altijd Franse zuchtmeisjes en een beetje sukkelachtige mannen, die in eindeloze dialogen over het leven en de liefde speculeren. Misschien is dat nog wel het meest ‘Franse’ aan Rohmer, die voorkeur voor zuchtmeisjes en gebabbel dat in de verte op filosofie lijkt.

Toch eindigt alles bij Rohmer in een raadsel, een onoplosbaar raadsel: Waarom hebben zijn personages niet gezien wat wij, de kijkers, na afloop wel denken te zien? Omdat zij, net als wij, onderdeel zijn van een niet-manipuleerbare werkelijkheid. Deze les kon Rohmer ons alleen vertellen via een fictief verhaal met realistische trekken, een verhaal waarin hij zelf de touwtjes strak in de hand hield. Niet om ons te manipuleren, maar om ons te laten zien dat het lot zich niet zo gemakkelijk laat manipuleren.

De werkelijkheid is bij Rohmer een flink opgepoetste vorm van fictie. Die glanst en blinkt en geeft ons de illusie dat we daar, op het doek, iets zien gebeuren dat ons ook zou kunnen overkomen. En overkomt. Helaas is het leven meestal niet zo’n mooi afgerond verhaal. Het script van ons eigen leven is in de meeste gevallen niet door Rohmer geschreven.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s