Waardoor smaakt wat de bakker maakt toch zo fijn?

Bij het lezen van dit bericht: ‘De verkoop van de margarine-producten mag historisch genoemd worden, want margarine was bij de oprichting de basis van het voedingsmiddelenconcern. Unilever komt voort uit een fusie van twee bedrijven: de Margarine Unie en de Britse zeepproducent Lever Brothers. Unilever heeft in Rotterdam een margarinefabriek.

In de winkel van mijn vader werd margarine verkocht. Margarine was boter. Roomboter werd ‘echte boter’ genoemd, in tegenstelling dus tot de industrieel geproduceerde margarine. ‘Afgewerkte motorolie’, noemde mijn opa het. En hij zat er niet heel ver naast, al vond ik het toch fijn smaken, voor een afgewerkt iets. Je had Zeeuws Meisje (‘geen cent te veel’), Blue Band (spreek uit Bleu Band, niet Bloe Bent) én Bona. De margarine werd verkocht in pakjes en in kuipjes. De keuze van een margarinemerk zei iets over het soort mens dat je was. Margarine was modern. Echte boter was oud, ouderwets.

Wij smeerden thuis Bona. Ik geloof dat ik het ook lekkerder vond. Volgens mij vooral omdat een potje Bona duurder was, duurder in elk geval dan Blue Band, dat was meer iets voor de mensen die in rijtjeshuizen woonden. Van Zeeuws Meisje kan ik mij niets herinneren, behalve dat die margarine een tint lichter was dan Bona en Blue Band. Maar de associatie met zuinigheid werkte wel: ik lustte het smeersel niet. Ik was een tevreden consument, het ideale doelwit voor de reclamejongens van Unilever.

Bona was ook iets vrolijks, iets fijns, de reclamezin ‘Waarom smaakt wat de bakker maakt toch zo fijn?’ is heel positief, als je een beetje Bona op je brood smeerde waren de dagelijkse zorgen even weg. Ach, het was ook wel lekker, eerst een dubbele laag Bona en dan hagelslag, of een paar schijfjes kaas. ‘Zit niet te metselen,’ zei mijn vader, als ik mijn mes nog een keer in de pot margarine liet verdwijnen – en wat je over had op je mes wreef je af op de rand ervan, daar zaten altijd een paar klodders margarine met broodkruimels erin aan vastgekoekt. Het mocht niet, maar het gebeurde wel.

Echte boter kwam tijdens feestdagen op tafel. In een botervloot, en soms had mijn moeder er roosjes of andere figuren op gemaakt. Heel wonderlijk was dat. ‘Je kunt wel proeven dat dit veel beter is,’ zei mijn vader dan. Maar na de feestdagen keerde het kuipje Bona terug. Voor het gemak. En je hoefde het niet eerst een kwartier uit de koelkast te zetten, voordat je toe kon slaan. Snelheid was essentieel, zeker als je even snel een boterham moest smeren als je met een hongerklop uit school kwam. Enfin.

Ik smeer al jaren geen margarine meer, dus mijn doet het bericht weinig. Hoewel: ‘Mocht de margarine-tak van Unilever in handen komen van dergelijke partijen, dan is het zeer de vraag of Nederlandse merken als Bona en het nog kleinere Zeeuws Meisje blijven voortbestaan. Het zijn merken die alleen in Nederland worden verkocht.’ Het is toch een beetje alsof een jeugdherinnering, die al jaren kunstmatig en wat jou betreft voor niets levend werd gehouden, plotseling wordt vermoord. Het doet toch heel even pijn. Heel misschien haal ik, nu het nog kan, een kuipje in huis.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s