De geschiedenis van een vooroordeel: over Herman Koch

Ooit, in 1989, las ik Red ons, Maria Montanelli van Herman Koch. Een leuk boek, hoe vreselijk dat ook klinkt: ‘Hoe was het boek?’ Ja, leuk.’ Ik herinner me dat er nogal wat te doen was om dat boek. Er was geloof ik zelfs tweespalt in de kritiek. Men vond het helemaal niks, of juist geniaal. Als ik het me allemaal niet verkeerd herinner, ik heb geen zin om het op te zoeken, was Piet Grijs een van de mensen die het een geniaal boek vond. Maar hij woonde ook in Amsterdam-Zuid, de gedoemde wijk waarin Koch zijn personages laat rondstrompelen, dus hij snapte precies waar het gemopper van de auteur zich op richtte:

Verder zijn er zo ongeveer honderdvijftig banketbakkers en delicatessenwinkels. Die laatste zijn het ergst, daar kun je je geen voorstelling van maken als je niet een keer zelf hebt gezien wat daar achter de toonbank staat. Van hun onderbroek tot uit hun stroperige tuitmondjes stinken ze naar de buitenlandse kaassoorten en de fijne vleeswaren.

Dit was dus in 1989 en niet nu – en zelfs nu is het nog steeds zo ongeveer waar. Al hebben de delicatessenwinkels nu andere namen, en verkopen ze nog meer spullen uit nog meer landen, tegen bedragen waar je een studentenkamer leuk van kunt inrichten, en dan niet eens bij de IKEA. Het echte, ongebreidelde kapitalisme, in combinatie met het verscheurende en niets-ontziende toerisme, moest nog over Amsterdam komen, maar het kwaad had zich al een weg gebaand. Voor mij als eenvoudige jongen uit Limburg, die naar Nijmegen was verhuisd, was net dat gemopper niet helemaal te volgen. Ik moest er om lachen, maar ik snapte het niet echt, niet van binnenuit.

De jaren gingen voorbij. Herman Koch werd beroemd van Jiskefet. Hij schreef wel nog boeken, maar de explosieve roem die Jiskefet meemaakte, duwde dat wat naar de achtergrond. Hij werd de schrijvende televisiemaker, wat niet meteen een pre is in de literaire wereld, die niet vrij is van een opinion chic meer of minder. Ik raakte ook verstrikt in het vooroordeel dat Koch wel grappig was, op televisie, maar dat hij dan als schrijver waarschijnlijk minder voorstelde. Eerlijk gezegd heb ik mezelf pas deze week uit dat vooroordeel bevrijd. Beter laat dan nooit, zal ik maar denken.

Eerst las ik het boekenweekgeschenk Makkelijk leven, dat ik van Rob van Essen heb gekregen. Samen met andere cadeaus, die ik voor mijn verjaardag kreeg – ik wil hier niet de indruk wekken dat Rob mij afscheept met een gratis bij zijn eigen aankopen gekregen boek. Arjan Peters schreef erover in de Volkskrant: ‘Niet één mooie zin is er te vinden in het Boekenweekgeschenk, de conference-achtige monoloog Makkelijk leven van Herman Koch – en dat is niet bedoeld als kritiek.’ In zekere zin is dat de spijker op de kop, want Koch past zijn stijl aan aan zijn personage; en in dit geval is dat inderdaad iemand die niet bepaald in mooie zinnen spreekt of denkt.

Na het boekenweekgeschenk nam ik Het diner (ooit gekregen, nooit gelezen) ter hand. En verdomd. Ook dit was een, ja, zeg het maar, goed boek. Maar het is ook al jaren een bestseller en als niet-belijdend snob (waar het op snobisme aankomt ben ik een slapende cel) dacht ik: Dan is het niks voor mij. Ik geloof wel dat ik ooit heel hard heb gelachen tijdens een voordracht van Koch, toen hij de eerste bladzijden van Zomerhuis met zwembad voorlas, maar toch, tot deze week was ik waar het het oeuvre van Herman Koch betreft een bijna-onbeschreven blad.

Als het hek eenmaal van de dam is, gaat alles vanzelf. Dankzij iemand die me digitale bestanden zond, las ik deze week naast het boekenweekgeschenk en Het diner ook nog: Zomerhuis met zwembadDenken aan Bruce KennedyEten met EmmaOdessa Star en (opnieuw) Red ons Maria Montanelli. Koch schrijft ‘echte’ verhalen, maar toch gaat het in zijn boeken, denk ik, niet om die verhalen. Het is de toon die hij aanslaat, die wat mij betreft verslavend is. Heel effectief schrijft Koch op hoe iemand denkt, hoe de ene na de andere hoofdpersoon van de regen in de drup komt te staan, ook al ziet die hoofdpersoon alles veel scherper dan de mensen om hem heen.

Eigenlijk vind ik het verhaal niet echt interessant, in alle boeken die ik deze week las niet. Het mooie vind ik de manier waarop Koch vanuit iemands binnenwereld langzaam, laag voor laag, bouwt aan iets ‘onontkoombaars’, wat toch als een verrassing op je neerdaalt. Koch is iemand die de ‘gewone’ lezer en de gemiddelde snob, mensen zoals ik, iets geeft wat heel zeldzaam is: een uur of vijf vergetelheid, uren die je tóch bijblijven.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s