Stemmen in alle vroegte

Het voelt toch een beetje alsof je wordt betrapt in een bordeel, als je een kennis tegenkomt in het Stembureau. Mijn overkwam dat vanochtend, een kennis tegenkomen in het Stembureau bedoel ik. Ik had net het biljet in ontvangst genomen en wilde me terugtrekken in een van de hokjes. Het was erg druk, ook al was het heel erg vroeg, nog geen acht uur. We stonden een beetje te drentelen en spraken over van alles, behalve over de verkiezingen. Ik durfde niet te vragen op wie hij ging stemmen. Ik had hem ook niet durven vragen welke vrouw hij zou kiezen, als ik hem in een bordeel was tegengekomen. Wat overigens nooit is gebeurd. Ik ga vaker stemmen dan naar een bordeel.

Het uitbrengen van je stem voelt altijd een beetje viezig, vind ik. In wezen is politiek toch iets minderwaardigs, iets waar je je als het even kan niet toe moet verlagen. Zeker niet actief, maar ook niet passief via je stemrecht. En tóch ga ik elke keer stemmen als ik word opgeroepen. Ik voel me ondanks alles verplicht. Heel lang stemde ik dan op de PvdA, daarna een keer of wat blanco en nu op een man uit Brabant. Ik moest aan mijn beide opa’s denken, die bij het horen van de naam van Joop den Uyl het schuim op de lippen kregen van woede, en aan wat mijn opa van vaderszijde altijd zei: ‘Brabanders zijn ook mensen.’ Dan liet hij een pauze vallen van een paar seconden en voegde eraan toe: ‘Maar ándere mensen.’

Mijn kennis was inmiddels verdwenen. Ik stond buiten en keek de Rijnlaan in. De school waarin het Stembureau is gevestigd was nog niet begonnen. Het speelplein was helemaal leeg. Een hondje snuffelde aan het hek en deed zijn pootje omhoog. Hij keek me aan terwijl hij de natuur haar gang liet gaan. Toen hij klaar was, trippelde hij terug naar zijn baasje, een oude man die een meter of twintig verderop stond te wachten. Hij lijnde het beest weer aan en kwam in mijn richting schuifelen. Toen hij me passeerde, zei hij: ‘Moet je weer naar school?’ Ik begreep meteen dat het hier Utrechtse humor betrof en lachte. ‘Ja,’ zei ik. ‘Dan moet je maar goed je best doen,’ maakte de man het af.

Ter hoogte van de Vondellaan werd ik aangehouden door een vrouw die folders uitdeelde voor D66. Ik zei dat ik al had gestemd, dus dat het niet meer hoefde. Ze keek me aan. Haar blik stond op vermoeid. ‘Ik wens u toch veel succes,’ zei ik, al meende ik het niet. De verkiezingsdag is er een waarop iedereen een beetje vriendelijk is tegen elkaar. Het zit er eigenlijk allemaal op, er wordt alleen nog maar een beetje gefolderd en campagne gevoerd op de laatste resten adrenaline. De vrouw draaide zich om naar iemand anders, die haar eerst negeerde en toen uitschold. Niet iedereen weet dat, van dat vriendelijk zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s