Reader’s block en Patricia Paay

marksonIk dacht dat het niet bestond, reader’s block. Dat ik de woordcombinatie zelf had bedacht. Maar de kwaal is benoemd en staat zelfs in de Urban Dictionary. ‘To those who love to read, this is worse than heart disease and cancer combined.’ Dat is misschien een beetje kras. Toch voel ik me behoorlijk ontheemd nu ik er zelf aan lijd. David Markson schreef een roman met als titel Reader’s block. Dat boek heb ik natuurlijk niet bij de hand. Als ik het bij de hand had, zou ik het nu niet kunnen lezen, trouwens.

Vanochtend dacht ik enige tijd na over Patricia Paay en over het filmpje dat gisteren werd gepubliceerd, het filmpje waarin ze de hoofdrol speelt (echt alle woorden krijgen in dit verband een dubbelzinnige lading). Paay voelt zich waarschijnlijk ook niet gelukkig na alle ophef. Of misschien wel, ik kan niet in haar hoofd kijken. Wel in haar mond, sinds gisteren, althans, totdat die vol is met het Gouden Water dat een onbekend gebleven man haar toedient. Dat krijg je er dus van, dergelijke gedachten, van niet lezen.

Een stapel meesterwerken, die me één voor één geniepig aankijken. Ik heb ze maar even verlegd. Om iets te doen te hebben, maak ik zelf crème fraîche, naar een recept dat Suzanne me verstrekte. Je pakt 500 ml room, doet daar 30 ml yoghurt of karnemelk bij, dekt het geheel af en zet het een dag op een warme plek. Daarna kun je het enige weken bewaren in de koelkast en overal bij gebruiken. Bij de bietjes die ik morgen ga eten, bijvoorbeeld. Maar ik heb dus eigenlijk zin om te lezen.

Een wandeling, dat kan ook. Een lange wandeling, via de Socratesbrug naar Park Transwijk naar Winkelcentrum Kanaleneiland en dan via de Kanaalweg en de Croeselaan weer terug, misschien met een bocht via de Jutfaseweg. Er valt motregen die door bevriezing is veranderd in miniatuur-sneeuw. Ik kom een van mijn buren tegen. Die zegt altijd ‘Hé.. dag’, met een pauze van twee seconden tussen ‘hé’ en ‘dag’. Hij zegt ‘Hé.. dag.’ Zat ik maar op de bank en herlas ik Bekentenissen van Zeno. De wind is koud. Het lijkt wel of het tien graden vriest, al vriest het zeker geen tien graden.

De prinses uit het sprookje dat nog geschreven moet worden vroeg om een lange brief, omdat ze drie dagen op reis is. Die heb ik vanochtend geschreven, maar ik had natuurlijk geen zin om het epistel te herlezen. Daarom durf ik het niet te versturen. Straks moet ik ergens heen, dingen doen, mijn sociale gezicht opzetten, misschien wel met andere mensen praten of om andere mensen lachen, op een vriendelijke manier. Ik zie mezelf al voor me, mijn mond open, de eindeloze stralen taal opvangend, tot ik echt niet meer kan. Met vertrokken gezicht lachend. Ondertussen verlangend naar twee kaften, een rug, lijm en een paar honderd velletjes romandruk.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s