Gerard Reve was inderdaad een racist

Na 34 jaar werd er ‘eindelijk’ een keuze uitgezonden uit de opnames die Boudewijn Büch maakte van zijn ‘geruchtmakende’ interview met Gerard Reve, dat in uitgewerkte vorm in Het Parool verscheen en ondanks toezeggingen niet werd uitgezonden door de KRO-radio. Die omroep wilde de vingers niet meer branden aan het wat onbesuisde proza van de grote volksschrijver, die alle registers van zijn mensenhaat opentrok en de goegemeente gaf waar zij om vroeg: iets om ‘oh en ah’ bij te roepen.

Wie de kleine selectie van het geluidsmateriaal beluistert (en dat kan hier worden gedaan), hoort hoe Reve collega’s, blijmoedig-sarrend, richting een concentratiekamp wenst en hoe hij de zwarte medemens, onder luid gelach van de bij het interview aanwezigen, tot domme clowns reduceert. De hele trukendoos gaat open. Het is allemaal niet ongeestig, maar ik merkte tijdens het luisteren dat ik er, plotseling, genoeg van had. Reve zakt inderdaad door de bodem van zijn eigen ironie heen, en hard.

Ik wist niet dat ik het in me had, maar ik ergerde me aan de grappig bedoelde sweeping statements van Reve, hoewel we het volgens Mark Blaisse (bij het interview aanwezig) en Eva Rovers (hagiografe van Büch) allemaal niet zo serieus moeten nemen. Reve wilde een beetje de paljas uithangen én hij wilde indruk maken op Büch, de jongen op wie hij radeloos verliefd zei te zijn, en op wie hij zich aftrok.

En toch zat het interview, ondanks alle ironie, vol met sarrende, ronduit beledigende én racistische opmerkingen. Reve’s eigenlijke punt – dat hij het een schanddaad vond dat er grote groepen kanslozen naar Nederland werden gehaald, mensen voor wie er geen werk was en geen woonruimte – raakt erdoor ondergesneeuwd. Hij wilde een Thilo Sarrazin avant la lettre zijn en verviel in Célinesk geraaskal, zonder een echte Céline (iemand die in elk geval achter zijn opvattingen bleef staan) te worden. ‘Weet je.’

Het meest boeiende, bij dit alles, is de manier waarop ook nu nog, 34 jaar later, alles en iedereen in het geweer komt om de boodschap van Reve weg te poetsen (al is Rovers niet onrealistisch over Reve’s geraaskal). Racisme is, mits door Reve geuit, geen racisme, maar onschuldige Spielerei. Dit alles onschuldig maken, omdat Reve nu eenmaal grappig is, een briljant stilist, een worstelende ziel, is de gedeelde erfzonde van de journalisten die dezelfde opmerkingen van een ander zouden bestrijden waar ze kunnen. Al was Büch zelf, die toen het geloei opklonk besloot dat Reve ‘een NSB’er’ was, nog een tikkeltje hypocrieter – plotseling boog hij mee met de toenmalige hoofdredacteur van Het Parool.

Uiteindelijk zijn de ‘geheime’ banden van het interview nog steeds niet helemaal te beluisteren. Het ‘mysterie’ blijft in stand. Maar Reve was dus, hoe je het ook beluistert, niet vrij van racistische trekken, een vorm van engagement die hij nu eens aannam, en vervolgens weer verwierp. Heel dapper en oprecht was Reve daarin niet. Büch wist wat de standpunten van Reve waren en liet hem, bewust, in de val lopen. Het was geen vadermoord maar puberale baldadigheid jegens iemand die toen nog veel bekender was dan Büch en die de toekomstige rijstleider als opstap heeft gebruikt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s