Is de kist al dicht? Over brandveiligheid.

Wie de Amsteldijk-Noord afloopt richting Ouderkerk aan de Amstel komt na een kilometer of vier bij de uitspanning Het Kleine Kalfje, niet ver van het veerpontje aan de Kalfjeslaan (alleen in de zomer actief). Onderweg verlaat je de stad, en als de rand van het Plan Berlage uit het zicht is verdwenen, ben je op het platteland. Er staan villa’s, met namen als ‘Amstelrust’, je komt langs Zorgvlied, waar je de eeuwigheid comfortabel in een smaakvolle omgeving kunt doorbrengen, er is een park met beesten en je kunt de Amstel eindelijk goed zien.

De bedoeling was het om naar Ouderkerk aan de Amstel te lopen. Het Kleine Kalfje ligt halverwege. Gisteren rook het er, toen ik met mijn gezelschap binnenkwam, gezellig naar spruitjes. We gingen zitten en bestelden chocomel. Ik had in geen jaren chocomel gedronken, maar het was er precies de dag voor, en het weer. Een beetje koud en mistig. Net niet druilerig, al kon het elk moment omslaan. Weer om een lange wandeling te maken, en weer om een lange wandeling te onderbreken en je daarna in een gesprek te verliezen.

Sommige gesprekken verlopen als een rivier. Ze stromen voort. Nu eens is het hoog water, dan weer laag. Soms is de rivier eerder een beek, een paar kilometer later een brede watermassa, die traag door het oneindige laagland gaat. Ik weet niet of ons gesprek gisteren een rivier was, maar het veranderde wel voortdurend van karakter. Toch had het een eenheid, was het één rivier. Het was in elk geval geen stilstaand water. Terwijl ik dit overdacht, zag ik hoe de ober twee glazen witte wijn neerzette op de tafel waaraan twee vrouwen waren gaan zitten. Ik voelde de drinker in mij wakker worden, maar mijn gezelschap behoedde me voor het eerste glas van wat vervolgens een uit zijn oevers tredende rivier zou worden.

Even later zat ik alleen voor mijn chocomel. Dat gaf me de gelegenheid om de twee vrouwen eens onbeschaamd af te luisteren. Ze hadden het over een over een uitvaart. ‘Is de kist al dicht?’ vroeg vrouw 1. ‘Ja, die is al dicht, dat staat hier op mijn informatiebiljet.’ ‘Dus er is geen afscheid nemen meer?’ Vrouw 2 keek op het biljet en zei: ‘Nee, op die dag is er geen afscheid nemen meer. Mensen kunnen wel om de kist lopen, bij wijze van laatste groet.’ ‘En hoe moet dat dan?’ ‘Het afscheid nemen gebeurt in twee rijen,’ las vrouw 2 voor. ‘Meer niet, in verband met de brandveiligheid.’

Ik begon me af te vragen of er ooit een uitvaart is geweest, waarbij het afscheid nemen in meer dan twee rijen voor een brand heeft gezorgd. En hoe zou die dan zijn aangestoken? Zou een van de mensen in een van die meer dan twee rijen zo’n lijk (of eigenlijk: zo’n kist) dan in de fik hebben gestoken? Bijvoorbeeld door er een nog brandende sigaret op te gooien? Of zijn er mensen die benzine en een aansteker meenemen als ze iemand gaan begraven? Net toen ik bijna in dit probleem dreigde te verdwijnen, kwam mijn gezelschap terug.

Onderweg naar huis passeerden we het woonhuis van de bedenkers van Het Muizenhuis aan de Weesperzijde. Elke week hangt een van de bewoners (Eli Content – een van mijn Facebook-contacten noemde die naam, die ik vergeten was) er een gedicht op, netjes gekalligrafeerd. Gisteren zagen we ‘Geduld oefenen’ van Adriaan Morriën:

Zandkorrels tellen: met een woestijn
beginnen. De lucht boven de straat
is vol sneeuwvlokken – en toch nog zoveel leegte.
Een afspraak maken in een zee van tijd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s