‘nu komen ook de kooien van de poëzie weer open’

Nu het bijna Gedichtenweek is, komen de verdedigers van de poëzie weer uit hun kooien. In aanloop naar een week vol ‘poëzie voor iedereen’ voelen de hoeders van deze heilige kunst de behoefte om te voorkomen dat er oproer ontstaat op het eigen, veilig afgebakende terrein. Lucebert schreef: ‘lyriek is de moeder der politiek, / ik ben niets dan omroeper van oproer / en mijn mystiek is het bedorven voer / van leugen waarmee de deugd zich uitziekt.’ Maar zijn kleinkinderen zijn moe en beroepen zich op minder zwaar te verteren kost.

Een van die inmiddels ook al wat ouder geworden kleinkinderen heet Robert Anker en hij legde, in 2010 al, kakelend een ei in De Groene Amsterdammer, onder de titel ‘Het schandaal van de poëzie’. Het artikel is niet zo spectaculair dat het verdere behandeling verdient: Robert Anker was en is in alles de keurige burgerman in de letteren, iemand die zijn aura niet zelf bij elkaar heeft gevlochten maar ontleent aan ‘grote’ namen, waarop hij leunt, zoals een bejaarde leunt op zijn rollator.

Anker prijst wie hij moet prijzen en Anker gispt wie hij moet gispen. Al in de tweede zin komt Anker woorden tekort om G. Wilders (met wie hij waarschijnlijk Geert Wilders bedoelt, toen en nu politiek leider van de PVV) te kapittelen. Wilders is voor de massa en Robert Anker is lid van de verzetsbeweging die bestaat uit dichters die solipsistisch hun gang gaan. De culturele middenlaag is in 2017 niet minder rolbevestigend en behoudend dan in 1880.

Wat mij nog steeds intrigeert, is de manier waarop veel dichters en academici zich met graagte, en soms ook een beetje als masochistische kantoorknuppels, onderwerpen aan de notie dat poëzie (of poëtische taal) naar het betekenisloze teruggrijpt. Vroeg of laat komt er in hun beschouwingen een citaat van Frits Staal tevoorschijn, een citaat dat moet bewijzend dat de poëzie wil wortelen in rituelen van voordat er betekenis werd toegekend aan de tijdens die rituelen gemaakte geluiden. ‘(…) onze voorouders zongen en prevelden mantra’s gedurende een lange periode van hun evolutie en kwamen er pas laat op hier op systematische wijze betekenis aan vast te knopen: toen werd de taal geboren.’

Mij lijkt dit – hoe mooi en poëtisch ook – nogal kort door de bocht. Als die voorouders heel lang alleen maar prevelend en mantra’s uitwasemend op aarde hadden geleefd, waren ze allemaal opgevreten door een beest dat in die vage figuren een gemakkelijke prooi zag. Betekenis gaat, zie de Heilige Mis, juist vooraf aan het rituele, de gestolde taal van de liturgie kon alleen maar ontstaan nadat alle betekenissen die erin zijn opgenomen tot in het oneindige waren geslepen en verinnerlijkt. En de evolutie stopt voor niemand, net als de Ronde van Frankrijk.

Met andere woorden: onze voorouders moeten wel degelijk weet hebben gehad van ‘betekenis’ voordat zij tot het chanten konden overgaan. Staals onderzoek ken ik niet, maar wat literatuurbeschouwers eraan vastknopen lijkt me een beetje vaag en sprookjesachtig: de poëzie die teruggrijpt op alles van vóór de betekenis en daarom ‘dieper’ boort dan andere vormen van literatuur. Het is inderdaad een elitaire vlucht naar achteren, naar een vorm van religieus denken die gek genoeg juist door de ‘vrijdenkers’ die zich verenigden in de beweging De Tachtigers is geïntroduceerd.

Anker schrijft ook nog: ‘(…) een gedicht kent geen tijdsverloop en het vertelt dus geen verhaal. Desondanks is een gedicht het verslag van een gebeurtenis, misschien beter: het is een tekst waarin een gebeurtenis is gestold.’ Deze beperkte visie op wat een verhaal is, of kan doen, is voor mij de definitieve doodsklap voor Ankers artikel. Anker ziet gedichten als afgesloten entiteiten, waarin gebeurtenissen stollen, bouwsels van taal die geen verhaal vertellen – maar wat vertellen ze dán? Misschien is dat verhaal alleen maar te lezen als je er niet van uitgaat dat gedichten heilig zijn, betekenisloos, teruggrijpend op de tijd waarin we nog geen teksten lazen om daarmee alles wat ons onbekend is enigszins draaglijk te maken, maar bij een vuur in een grot stonden te mijmeren over alles wat daarbuiten was, en vreemd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s