Dromen, die nooit vergeten raken

jan-mankesDe kade is nu op haar kaalst. Na het schrijven van deze korte zin ben ik maar een uur gaan wandelen, er schoot me niets meer te binnen. Het was een begin- en slotzin tegelijk, geen opmaat voor een verhaal. Buiten kon ik wel zien dat wat ik had geschreven klopte. De kade is nu op haar kaalst.

Volgende week wordt het koud. Dat is fijn. Ik hou van die knisperende kou in januari. Het geluid van de lucht, buiten, alsof je een stapel a4-tjes die een jaar in de vensterbank heeft gelegen laat wapperen. Nu is het een beetje niksig weer, warm voor de tijd van het jaar en toch niet warm genoeg om zonder jas te gaan lopen.

Een man passeert me. Zijn schapendoes loopt naast hem, aangelijnd. De man groet me en zegt: ‘Het valt niet mee.’ ‘Nee,’ zeg ik. Het is een kort, maar niet onaangenaam gesprek. De schapendoes wil even geaaid worden en ik aai hem, ook al ben ik allergisch voor hondenhaar.

Ik denk aan het stukje van Manuel Kneepkens dat ik las voordat ik naar buiten ging. Hij vertelt erin dat A. Roland Holst een zoon heeft verwekt bij een getrouwde vrouw. Hoewel ik de biografie van Jan van der Vegt heb gelezen, herinner ik me dat helemaal niet. Wat gek. Ik vind het een mooi gegeven.

‘Er zijn dromen, die nooit vergeten raken, omdat zij, hoe spoorloos dan ook, gebeurd zijn, en soms raakt een gebeuren nooit vergeten omdat het – zo afzonderlijk en doordringend ging het toe – wel een droom had kunnen zijn.’ Dat is de eerste alinea van De afspraak, het prozadebuut van Roland Holst uit 1924.

Het is een ‘duistere’ tekst, een dichterlijke bespiegeling over zijn dichtersroeping, de afspraak die hij heeft met een geheimzinnige figuur die zich in zijn vroege jeugd aan hem openbaart. Geen gemakkelijk proza ‘Een werkelijk prozaschrijver kan hij niet heeten. De techniek van het prozaschrijven hangt af van de bedoeling van den auteur, die kan zijn: te vertellen, te schilderen of te ontleden. Hij is een levens-uitbeelder, een beschrijver of een psychologisch analyst.’ Karel van de Woestijne noteerde het in 1926 in de NRC.

Het begint te regenen. Alweer niet echt hard, maar het is meer dan een beetje gemiezer. Het is onmogelijk om onder de bomen te schuilen, nu ze zo opzichtig bladerloos zijn. Ik moet van mezelf nog een half uur lopen. En loop daarom door. Straks, als ik thuis ben, hang ik de jas in de buurt van de kachel en zet ik een kop koffie. De kade is kaal, het is grijs en alles bij elkaar lijkt het op een kunstwerk van Jan Mankes.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s