1 januari 2017

2017Er is iets met de Oudegracht, maar wat? Oh ja, er staan bijna geen fietsen, zodat je de natuurlijke lijn van de hekken op straatniveau kunt zien. Bovendien loopt er bijna geen mens buiten, wat de gebouwen bijna hoorbaar doet herademen. Bij De Winkel van Sinkel staat het terras uit, maar er zit niemand. Op de trap naar de ingang staat een wijnfles met een niet-afgegane vuurpijl erin.

De Domkerk is bijna leeg. Ik vraag aan de vrouw achter de receptiebalie of ik naar binnen kan lopen. ‘Yes, it’s free,’ zei ze. Ik bedoel het anders maar heb geen zin om het uit te leggen. Ik kijk, zoals altijd, naar de beeldengroep die tijdens de reformatie is beschadigd en die nu in de kerk staat als een permanente aanklacht tegen de Broeders van het Woord, die het beeld uit het geloof hebben weggeslagen. De Dorknopers.

Na een paar minuten begrijp ik weer wat er ontbreekt in de Domkerk. Je kunt er geen kaarsjes aansteken. In gedachten steek ik twee kaarsjes aan, of drie. In gedachten hoef je niet op een kaarsje meer of minder te kijken.

De tuin achter de Domkerk is gesloten. Het regent inmiddels. Nee, het is meer een vorm van eindeloos miezeren. Je wordt er wel nat van, maar je hebt bijna geen spijt dat je je paraplu vergat. Een man en vrouw die elkaar tegenkomen op de Lange Nieuwstraat zeggen allebei, bijna tegelijk: ‘Hé hallo, dat ik jou hier nu tegenkom.’

Ik denk aan de nieuwjaarsbezoeken aan mijn oma en opa in Roggel, toen ze er nog woonden. De schaal met oliebollen. Mijn opa die al iets te vroeg iets te veel borrels had gedronken en daarom iets te ontluisterend eerlijk was geworden. Mijn oma die hem vergeefs op het rechte spoor probeerde te houden. De blauwe muur van sigarettenrook die in de loop van de middag in de kamer werd opgetrokken. Het skispringen en dat je hoopte dat er eindelijk eens iemand dood zou vallen. Op de televisie of in het echt.

Aan de Twijnstraat zijn alle winkels dicht. Zelfs de Albert Heijn. Het is er drukker dan op de gracht. De mensen die er lopen lijken ontheemd, op zoek naar een winkel om te betreden, naar een plek om iets te kopen. Een hond staat voor de etalage van de Keurslagerij en kijkt weemoedig naar binnen.

Als ik de kade opdraai, kom ik mijn benedenbuurman tegen. Hij wenst me een gelukkig 2017. ‘We moeten het er mee doen,’ zegt hij. Ik heb geen weerwoord en geef hem een hand. ‘Je kijkt alsof je gisteren in een wijnvat hebt gezwommen,’ zegt hij.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s