Als een dirigent die de beweging kan voorzien

15817788_10211865128450031_1979312505_oDe kinetische kunstwerken van Jean Tinguely (1925-1991) maken gebruik van een extra dimensie. Ze bestaan niet alleen in de breedte, de hoogte en de diepte. De kunstenaar heeft er beweging aan toegevoegd. Het is net die beweging die grotendeels ontbreekt in de tentoonstelling Machinespektakel, nog tot 5 maart 2017 te zien in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Oh ja, de werken konden nog wel bewegen, maar ze mochten het niet meer allemaal, althans, niet meer voortdurend, zoals vroeger.

Ik herinner me dat ik tijdens een eerdere tentoonstelling in het Stedelijk ooit een hele middag doorbracht met het drukken op de rode knoppen, voortdurend gefascineerd door de ogenschijnlijk zinloze beweging van de uit allerlei restmateriaal opgetrokken werken. Het is altijd frustrerend dat je in musea niet aan werken mag komen (het is lekker om de materie even aan te raken), maar bij de werken van Tinguely kreeg je de indruk dat je onderdeel uitmaakte van het werk, je viel er bijna mee samen – en dat is bijna net zo fijn als er even aan mogen zitten. Wat er nu in het Stedelijk werd gepresenteerd, was gestolde beweging. Een beweging die iets amechtigs had gekregen, alsof longemfyseem had huisgehouden in het werk van Tinguely.

Rob van Essen, met wie ik in het Stedelijk was, schreef een mooi verslag op zijn weblog. De installatie ‘Tinguely’s monumentale Mengele-Totentanz’, waar hij over schrijft, maakte op mij ook de meeste indruk. Sterker: die maakte de hele tentoonstelling helemaal goed. Dat bonte geheel (kort) in beweging zien, gaf je het idee een samengebalde symfonie te hebben bijgewoond: met een ernst die de materie normaal niet kan hebben, of niet lijkt te hebben, kwamen resten van een grote brand in beweging – en ze waren met elkaar in samenhang, juist door die beweging, en door de manier waarop de kunstenaar ze had geordend, als een dirigent die de beweging kan voorzien. Het was ernstig, maar ook licht, het was serieus en er leek iets van ironie doorheen te schemeren. En ja, het verwees ook naar de oorlog, naar de mechanica van geweld en massamoord; maar dat wisten we niet, en ook de mechanica van geweld en massamoord hebben hun aantrekkelijke kanten, als je aan de goede kant van de scheidslijn (Wilders zou zeggen: de geschiedenis) staat. Kijk vooral naar het filmpje hieronder.

Omdat we er een dagje uit waren, als twee jongeren op tienertoer, staken we daarna over en gingen we naar het Rijksmuseum. Daar keken we naar het werk van Hercules Seg(h)ers. Waar de bewegingloosheid van Tinguely’s machines iets mottigs had, kregen de gedroomde landschappen van Segers al snel iets dubbel-onechts: alsof de door hem nooit geziene, maar van andere kunstwerken gekopieerde landschappen niet alleen niet echt waren aanschouwd, maar door de reproductie ook hun laatste rest ‘echtheid’ hadden verloren. Het werk, op zichzelf al efemeer en onthecht, kreeg daardoor iets wazigs. Waar bij Tinguely de beweging ontbrak, ontbrak bij Segers de ervaring. Het leek wel of zijn werk autistisch was. Fascinerend, maar hermetisch, letterlijk in zichzelf besloten.

Nadat we onszelf hadden ontslagen van de plicht van de grote tentoonstellingen, liepen Rob en ik heel even, gehinderd door hele volksstammen, door de eregalerij van het Rijks. Het vlagvertoon van de zeventiende eeuwse meesters was mooi, maar op de een of andere manier werd ik er moe van. Misschien door de drukte, misschien omdat ik – zoals Rob me zei – door het onderwijs altijd in de richting van die eregalerij was geduwd, dat die een bekend verondersteld beeld van het Heilige der Nederlandse Kunst vertegenwoordigt, iets wat de objectieve bewondering op den duur in de weg gaat staan. En heel misschien vind ik vroege en ‘primitieve’ kunst de laatste jaren gewoon mooier dan kunst die zo nadrukkelijk met het eigen meesterschap pronkt.

Toen we later door de afdeling Oosters en Middeleeuwen dwaalden, was dat opdringerige helemaal weg. Het was er lekker rustig, zodat je op je gemak naar allerlei werken kon kijken zonder door een heel huisgezin te worden gemolesteerd. We zagen beelden, zoals de prachtige (volledig verlichte) Lohan, we bestudeerden anonieme schilderijen die zo helder zijn alsof ze gisteren werden gemaakt, we keken naar houtsnijwerk dat virtuoos en naïef tegelijk was, – en net als in de tentoonstelling van Tinguely ontbrak er iets. Wij kunnen niet kijken als middeleeuwers of Aziaten, maar toch gaf dat niet. Waar het ontbreken van een beweging Tinguely’s werk duurzaam ontwricht, kun je bij de Oosterse en middeleeuwse kunst heel langzaam, door goed te kijken en al je kennis te mobiliseren, dichterbij het werk komen.

Je valt er nooit mee samen, maar je komt een heel eind. En de afstand tussen het werk en jou die blijft bestaan, is een uitdaging om opnieuw te gaan kijken. En zo grijpt alles, als in een kinetisch kunstwerk van Tinguely dat mag bewegen, in elkaar.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s