Bel ik u wakker, beste man? Over A. Moonen

Opmaak 1De schrijver A. Moonen wás iemand, toen ik mijn carrière als lezer begon. Zijn boeken verschenen bij De Bezige Bij en hoewel ze geen grote verkoopsuccessen waren, werden ze druk besproken en was de schrijver regelmatig in het openbaar te bewonderen, op de radio, de televisie (hij werd wereldberoemd in Nederland na een optreden in R.U.R. van Jan Lenferink) en in de toen nog veelgelezen weekbladen HP/DeTijd en Vrij Nederland. De auteur deed in zijn boeken en in interviews verslag van zijn particuliere universum, waarin eenzaamheid, seksuele aberraties en een niet te beteugelen gekte de boventoon voerden.

Hij was nog een type, zou je kunnen zeggen, maar een drieluik als Zalf voor de doodOpenbaar leven en Open afdeling grijpt nog steeds naar de strot, net als Stadsgerechten. De boeken die hij na deze vier publiceerde waren, met alle respect, ‘minder’: het was thee van hetzelfde zakje, en de smaak werd een beetje flauw. Net zoals de toon wat mat werd. Voor de vier genoemde boeken, echter, verdient Moonen een standbeeld in het erepark van de Nederlandstalige letteren, naast andere kleine meesters. Het grote vergeten waarin hij op dit moment is weggezakt, verdient hij niet.

Misschien is de biografische schets: Bel ik u wakker, beste man? Het monisch-manische schrijversbestaan van A. Moonen, geschreven door Wim Sanders, een eerste aanzet tot een rehabilitatie. Een heruitgave van de vier boeken (gemakkelijk in één niet al te omvangrijke band te realiseren) zou stap twee kunnen zijn. Tijdens het lezen van de schets heb ik een paar keer hardop gelachen. Want ja, hoe treurig het allemaal is, je kon en kunt wel lachen om de anekdotes die het leven van A(art) Moonen omgeven. De man die in de seniorenflat waarin hij woonde in tangaslip rond paradeerde, omdat hij het snel warm had, of die tijdens bijeenkomsten in De Bijenkorf oneerbare voorstellen deed aan schrijfsters. Echt saai werd het met hem nooit, al was niet iedereen gediend van zijn directe manier van spreken.

Hoewel, plaatsvervangende schaamte lag altijd op de loer, als je hem bezig zag. Ik bezocht ooit een live-opname van een radioprogramma. Moonen las eerst een kort, schrijnend verhaal voor, waarna hij alle goodwill verspeelde door ongeveer tien minuten een ‘lied’ ten gehore te brengen. De tekst luidde: ‘Ik ken niemand, niemand kent mij’, woorden die hij eindeloos herhaalde op een soort Russisch-bedoelde wijs. Na een paar minuten was de bewondering voor de mooie prozaschets verdwenen en hoopte het publiek en masse dat hij zou ophouden. Wat hij niet snel deed, ondanks een druk-gebarende Anton de Goede die het signaal voor ‘afronden’ maakte.

Moonen was manisch-depressief. Na zijn vijftigste namen de depressies steeds vaker de overhand en verzonk hij regelmatig in psychoses. De laatste jaren kwam daar allerlei fysieke ellende bij en een herseninfarct deed hem uiteindelijk de das om. De laatste zes jaar van zijn leven bracht hij, niet meer in staat om te schrijven en lijdend aan afasie, in een verzorgingstehuis door. Hij ligt begraven in een door de sociale dienst van Rotterdam gefinancierd graf. De meeste vrienden en kennissen, van wie hij zich had vervreemd, lieten tijdens de begrafenis verstek gaan, of wisten niet eens dat hij was overleden. De eenzaamheid was oorverdovend geworden. Tijdens de laatste maanden kon Moonen alleen nog huilen; de woorden om zijn gevoelens (van miskendheid, of eenzaamheid) te uiten waren hem ontvallen.

Sanders geeft zelf aan dat hij geen uitputtende biografie wilde schrijven. Toch is het jammer dat hij veel onderwerpen alleen maar aanraakt en niet uitdiept. Moonen blijft een beetje het ‘type’ dat de beeldvorming van hem maakte, al doen de vele citaten uit zijn werk vermoeden dat er toch nog wel iets meer achter de clowneske scabreusiteit zat dan Sanders naar boven wil brengen. De vragen die hij onbeantwoord laat, betreffen het ‘levensgeheim’ dat iedereen wel heeft, maar dat Moonen met een bijna agressieve verbetenheid verborg, ondanks zijn ‘openhartige’ proza. Jammer genoeg heeft Sanders zijn vingers zelfs niet een beetje gebrand aan dat geheim. Dat natuurlijk geheim moet blijven, zoals alles wat niet-gezegd is en niet meer kan worden nagevraagd aan de persoon die ermee rondliep zelf, al blijft het de moeite om het te proberen.

Advertenties

2 gedachtes over “Bel ik u wakker, beste man? Over A. Moonen

  1. kende moonen vanaf 1973.ging mee naar live uitzendingen in amsterdam.woonde bij mij om de hoek.nergens kan ik vinden wat ik op de radio hoorde net over een herinneringsmiddag in de gouwestraat vandaag.tijd?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s