De beschermlaag van gesmolten glas

zakdoekjes_medium_26343Ik ben zo oud dat ik bij het lezen van het woord ‘e-mail’, ondanks het verbindingsstreepje, altijd nog denk aan ‘de beschermlaag van gesmolten glas aangebracht op voorwerpen van metaal of aardewerk om deze te beschermen, te isoleren of om deze te versieren.’ Het schrijven van een e-mail heeft voor mij daarom nog altijd iets hards, ondoordringbaars, iets dat zowel beschermt als afschermt. Met de tactiele beweging van de pen op papier, het gekras van een penpunt op een bijna huidgelijk oppervlak, heeft het niets te maken. Maar ik ben niet zo oud dat ik nog echte brieven schrijf, helaas.

Vanochtend zag ik een man op een van de nieuwe banken op Utrecht Centraal zitten. Hij had een bloknoot op zijn schoot liggen en schreef. Met een vulpen. Hoewel ik haast had, ging ik even naast hem zitten, in de hoop hem onopvallend te kunnen bespieden. Hij keek niet op en werkte door. Ik zag de aanhef ‘Liefste’ en de woorden ‘onverdraaglijk’ en ‘misverstand’, en meende de zin ‘Verder lijkt de voortgang van een en ander me aan een zijden draadje te hangen’ te zien oplichten tussen de tekens waarvan de betekenis mij verder niet werd onthuld. Ik durfde niet beter te kijken en liep naar mijn trein.

In de trein kocht ik een pakje papieren zakdoekjes van een mevrouw die me ervoor bedankte alsof ik net haar familiebedrijf had overgenomen. Ik betaalde 50 cent. De zakdoekjes zijn van het merk Solo, van de Aldi. Een vriend van mij had die altijd naast het bed in zijn studentenkamer liggen. Als hij vrijgezel was, wees hij ernaar en zei: ‘Het is weer zover.’ Ik heb een van de zakdoekjes gebruikt om mijn neus te snuiten. In de trein is geen ruimte voor het heren enkelspel, en als die ruimte er al zou zijn, zou ik die niet nemen. Voor je het weet filmt iemand je handelingen en sta je op internet.

Gisteren voltooide ik een nieuwe roman. Dat klinkt veel heroïscher dan het is. Weken had ik tegen het moment aangehikt. Gisteren zou ik eigenlijk naar de Beurs voor Bijzondere Uitgevers, maar ik kon om allerlei huishoudelijke redenen niet. Dus schreef ik wat. Toen ik ging slapen, viel me plotseling een goed einde in voor het boek. Ik stond op en schreef dat einde. Op de laptop. Na de zinnen: ‘Vroeger had ik niks. Nu heb ik nog minder, ik wist niet dat het kon. Het is prachtig.’ wist ik dat het klaar was. Weken had de voortgang van een en ander aan een zijden draadje gehangen. Nu niet meer. Ik had het pakje Solo goed kunnen gebruiken, gisternacht, maar helaas, ik had het nog niet in huis.

Vanochtend e-mailde ik het manuscript naar redactrice. Eens kijken hoeveel gaten die in de ondoordringbare bovenlaag gaat schieten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s