Een revolutie gaat niet over rozen – over Fidel Castro

‘Een revolutie gaat niet over rozen. Een revolutie is een strijd tussen de toekomst en het verleden.’ Het is een uitspraak van Fidel Castro, die op 25 november 2016 definitief is toegetreden tot de geschiedenis. De commandant is klaar met commanderen. Hij gaat nu naar het grote schemergebied, waar Karl Marx, Friedrich Engels, Vladimir Lenin, Nikita Chroestjov en alle andere linkse denkers en politici die hem voorgingen al wonen. Hij hoefde niet meer te stoppen met roken. Dat had hij al gedaan. Als offer voor de volksgezondheid van alle bewoners van Cuba en de wereld. Castro deed alles met een groot gebaar.

Ik zag gisteren de documentaire van Oliver Stone over hem, en verbaasde me over de kleine schaal waarop Castro zich bewoog. Stone zet hem neer als een wat ruim uitgevallen dorpshoofd, die zijn volk persoonlijk de hand schudt, zijn maaltijden nuttigt tussen het volk en het volk op communistische wijze van zijn gelijk wil overtuigen – zonder bevelen te geven. Castro zei tegen Stone dat hij daar niet zo van hield, van bevelen geven. Ik merkte dat ik moest glimlachen toen ik het hoorde. Ik glimlachte om zijn overduidelijke leugen, en om de humorloosheid waarmee hij die voor het voetlicht bracht. Castro had vele talenten, maar humor had hij niet. Tenminste, in de documentaire van Stone laat hij daar niets, of weinig, van merken.

Vroeger had ik met een goede vriend van mij vaak ruzie over Castro. Mijn vriend, links en een beetje ethisch ingesteld, hij is daarom ook iets hoogs geworden in een vakbond, verdedigde Castro. Ik probeerde hem aan te vallen. ‘Gratis onderwijs,’ zei mijn vriend. ‘Executies van tegenstanders,’ zei ik. ‘Gratis gezondheidszorg,’ zei hij. ‘Onderdrukking van anders-geaarden,’ zei ik. We kwamen er nooit helemaal uit. Het was eigenlijk wel lekker, om zo te discussiëren, al is discussiëren een te groot woord voor die repeterende uitwisseling van non-argumenten. Castro onttrok zich als het ware aan onze burgerlijke schermutselingen. We kregen allebei geen vat op hem.

Tijdens het zien van de documentaire van Stone begreep ik plotseling wat mij nog altijd tegenstaat aan Castro (en, bij uitbreiding, aan alle revolutionairen die de wapens opnemen om hun gelijk erdoor te drammen): ze willen zich bemoeien met het geluk van andere mensen. En lukt dat niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Ter meerdere eer en glorie van een revolutie waar de meeste mensen niet om hebben gevraagd. Want in tegenstelling tot wat Castro zei, is een revolutie iets wat zich voortdurend in het heden afspeelt, een imperfect heden dat, onder invloed van de revolutie, moet worden hervormd. De ideale staat kan, en mag, nooit helemaal uitbreken, want dan is de revolutie onthand. Een heilstaat is daarom altijd een utopie, en nooit een gestolde realiteit. De revolutie is gebaat bij een ontoereikende status quo.

De revolutie kan mensen niet met rust laten, dat is het probleem. Heel even voelde ik de neiging om mijn oude vriend op te bellen. Maar het was al laat en ik had geen zin om zijn rouw met mijn opmerkingen te verdiepen. En bovendien: we waren allebei een vast onderwerp van gesprek kwijtgeraakt en dat was toch een beetje droevig. Dat krijg je, als je ouder wordt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s