Zo kan het licht naar binnen – over Leonard Cohen

Leonard Cohen vond ik vroeger een aansteller. Misschien vind ik dat nog steeds, maar ik heb mijn mening wel bijgesteld. Het lezen van ‘My Friend Leonard Cohen: Darkness and Praise’ van Leon Wieseltier (terug te vinden op de website van The New York Times) gaf me het laatste duwtje; als híj al into Cohen was, sterker, als híj al bevriend was met Cohen, dan was het goed. Ik gaf me definitief over, zeker na het lezen van vier regels uit ‘Heart with no companion’: ‘I greet you from the other side / of sorrow and despair / With a love so vast and shattered / it will reach you everywhere.

Wieseltier schrijft niet alleen heel mooi over zijn overleden vriend, maar hij dringt ook door tot de kern van Cohens schrijverschap, ‘His attitude of acceptance was not founded on anything as cheap as happiness.’ Ik zou erg gelukkig zijn als iemand na mijn dood, die hopelijk nog erg lang op zich laat wachten, zoiets over me zou schrijven. Was er maar een wolkje met wifi, zodat je het te zijner tijd kon lezen, gesteld natuurlijk dat iemand zoiets over je schrijft. De kwaliteit van dit in memoriam zegt iets over Wieseltier, een fijne schrijver, maar ook iets over Leonard Cohen. Niet iedereen nodigt uit tot dit soort proza. In de NRC zal te zijner tijd niks vergelijksbaars te vinden zijn over Frank Boeijen vermoed ik, of hoop ik.

Leonard wrote and sung often about God, but I am not sure what he meant by it. Whatever it was, it inspired ‘If It Be Your Will’, his most exquisite song. He sought recognition for his fallenness, not rescue from it. ‘There is a crack in everything. That’s how the light gets in.’ He once told an interviewer that those words were the closest he came to a credo. The teaching could not be more plain: fix the crack, lose the light.

Als niet-kenner van Cohens werk kostte bovenstaande alinea me een beetje uitzoekwerk. ‘If it be your will’ was niet het lied waaruit het citaat kwam over het licht. Dat citaat komt uit ‘Anthem’. Het is een ode aan het on-affe, het onvoltooide, en dan gaat er ergens een alarmbel af en hoor ik ‘J.H. Leopold’: ‘O rijkdom van het onvoltooide:  // De mogelijkheden der gedachte // de strikte dwang der werkelijkheid.’ Waar Cohen dan een paar druppels maatschappijkritiek doorheen heeft gemengd. En hij is minder in zichzelf besloten, want hij ziet de barst als een mogelijkheid om licht door te laten. Niets mag heel zijn, want dan wordt alles donker. Er kan alleen maar geleefd worden als de breuk intact is.

Wat me tegenstond in Cohen, vroeger, was zijn rabbi-kant, als je dat zo kunt noemen. Het vage, de dichtregels die soms op het randje van de kitsch lopen, zijn manier om via ‘God’ tot een plaatsbepaling te komen; net die rabbi-kant is wat me nu, de laatste jaren, aantrekt. Het is joods, of georiënteerd op een joodse manier van omgaan met tekst, met een God die in de tekst is, met een leven dat door tekst en door God wordt bepaald, een vage of mystieke vermenging, aangelengd met droge en messcherpe humor, van het fysieke en het geestelijke, die in wezen niet van elkaar te scheiden zijn. Laat ik ophouden. Het scherm van mijn laptop beslaat bijna.

Er zit de komende maanden niks anders meer op. Ik ga alle platen van Leonard Cohen beluisteren of herbeluisteren. Eens kijken of hij dát overleeft.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s