Ik val verticaal en verander in nieuws

Portret via Wikipedia / André Koehne

Portret via Wikipedia / André Koehne

Hans van Willigenburg wees me op het gedicht ‘De dood in het vliegtuig’ van Carlos Drummond de Andrade. Ik moet dat eerder hebben gelezen, ooit, vroeger, maar ik was het vergeten. Vanochtend zocht ik het op in Gedichten, de eerste door August Willemsen vertaalde verzamelbundel van de Braziliaan. Dichtbundels sla je, vaker dan romans, nog eens open, al moet er dan wel een reden voor zijn. Iemand die zegt dat ‘De dood in het vliegtuig’ tot de tien mooiste gedichten die hij kent behoort, verschaft die reden. Ik had het eerder moeten doen.

 

Ik ontwaak tot de dood.
Scheer me, trek mijn kleren aan, mijn schoenen.
Het is mijn laatste dag: een dag
door geen enkel voorgevoel doorkruist.
Alles functioneert als anders.
Ik ga de straat op. Ik ga sterven.

Zo begint De Andrade. Heel terloops, al is de mededeling die hij doet niet echt klein, of nietszeggend. Hier is een wandelende dode aan het woord, iemand die aan het eind van het gedicht gaat sterven, de titel verraadt al een beetje hoe, door middel waarvan. De dag die hij doormaakt op weg naar het onvermijdelijke einde, beschrijft De Andrade in regels die zowel ‘kenners’ als ‘leken’ meteen aanspreken, zijn gedicht is, in de woorden van Hans, ‘universeel goed’. Net als zijn liefdespoëzie zou je ‘De dood in het vliegtuig’ door ‘gewone’ mensen kunnen laten voorlezen, zonder dat het gedicht aan zeggingskracht verliest.

O blankheid, serene kalmte onder het geweld
van de onaangekondigde dood,
steelse, toch onontkoombare nadering van atmosferisch gevaar,
slag, in de lucht gegeven, lemmet van wind
in de nek, schicht
schok donder schittering
wij tuimelen verpulverd
ik val omlaag en verander in nieuws.

In deze slotstrofe laat De Andrade alles varen. Niet alleen de typografie, ook de ingehouden toon die hij meer dan vier pagina’s volhield. Hij geeft het, in alle betekenissen van het woord, op. Dat wil zeggen: de ik-figuur geeft het op, niet voordat hij constateert dat hij met zijn val (en met de val van zijn negentien medepassagiers) in nieuws verandert. Niet in een verkoold lijk, of in een in stukken geslagen lijk, of in een geplet lijk (sorry, ik krijg plotseling last van vliegangst en probeer die te bezweten), maar in nieuws. De eeuwige wederkeer van alle dingen op moderne leest geschoeid.

Nu komt een grote draai. Gisteren werd concertzaal de Bataclan met een concert van Sting heropend. Vandaag is het precies een jaar geleden dat daar een slachting werd aangericht onder de bezoekers van een concert van Eagles of Death Metal. Waar was ik toen die gebeurtenissen tot de wereld doordrongen? Nou, dat weet ik nog heel goed. Ik stond voor Vredenburg te wachten op Suzanne en Rutger. Zij waren allebei, zonder het van elkaar te weten, naar een concert van John Scofield geweest en ik stond op ze te wachten. Op nu.nl las ik de eerste berichten van schietpartijen in Parijs. Meerdere locaties. Bericht wordt aangevuld.

Later, we zaten in Willem Slok, begon het rond te zoemen, hoorde je om je heen de hele tijd ‘Parijs’, ‘dertig doden’, ‘veertig doden’, ‘het dodental loopt op’, ‘de motieven van de daders zijn nog onbekend’, ‘terrorisme’, ‘schoten in de buurt van het stadion waar Frankrijk en Duitsland een interland spelen’, iedereen zat op zijn telefoon te kijken of sprak over die aanslag. We dronken rood bier, dat weet ik ook nog. Bokbier? Of een van de nieuwe en hippe edelbiertjes? We verlieten het café en gingen allemaal een eigen weg, of misschien bleef Suzanne logeren en ging Rutger terug, ik weet het niet meer precies. Wat ik wel weet is dat de dagen die erop volgden in het teken stonden van nieuws, van steeds hernomen en weer aangepaste berichten waarin nauwelijks een patroon viel te ontdekken.

De mensen (het bleken er uiteindelijk 130 te zijn) die tijdens de aanslagen omvielen, veranderden in nieuws. Hoewel, de afgelopen dagen zijn vooral de mensen die niet omvielen, of in elk geval niet stierven na het omvallen, óók nieuws. Ze worden met een soort gretigheid geïnterviewd. Hoe was het? Wat gebeurde er? Nou zoiets:

Voor het laatst bezie ik de stad.
Ik kan nog terug, de dood uitstellen,
niet de taxi nemen. Niet gaan naar.
Ik kan teruggaan, zeggen: vrienden,
ik heb iets vergeten, de reis vervalt,
naar het casino gaan, een boek lezen.
Maar ik neem de taxi. Wijs de plaats aan
waar iets wacht. De vlakte. Reflectoren.
Ik loop tussen marmer, ruiten, verchroomd staal.
Ik ga een trap op. Buk me. Ik dring binnen
in de buik van de dood.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s