Misschien schuilt in iedereen een Harry Mulisch

herm014_p69Gisterennacht droomde ik dat ik op een strand kwam. Ik kende de omgeving niet, die was een mengeling van IJmuiden en Cadzand en Oostende. In het water dreef een woonwijk, of was het een stuk land met allemaal bedrijven erop? In de verte stond een hoog gebouw tussen de golven, een gebouw dat iets weg had van de nieuwbouw die aan het Stedelijk Museum in Amsterdam vastzit. Het was grijs buiten, maar ik wilde toch op het strand gaan wandelen. Na een paar seconden zag ik dat de hele horizon werd gevuld met aanrollend water. Een hoge golf kwam op het strand. De woonwijk of het stuk land met bedrijven erop was al verdwenen.

Ik werd door het water tegen een betonnen plaat gegooid, het deed erg veel pijn en ook al trok de golf zich niet terug (ik wist plotseling dat het een tsunami was, waarin ik me bevond), ik overleefde het. Van het ene moment op het andere stond ik op een dijk, door en door nat, ik had het koud. Iemand vroeg me hoe het met me was. Ik antwoordde niet, ik was geloof ik blij dat ik nog leefde. De volgende dag las ik dit bericht op de website van de NOS. Wat fijn dat we allemaal veilig zijn, de komende vijftig jaar.

‘Waarom valt bij een beginnende onweersbui de eerste druppel juist op deze tegel en niet op die? Dat is het resultaat van een reeks faktoren, die weliswaar niet te achterhalen is maar toch bestaat.’ Harry Mulisch, altijd goed voor een onweerlegbare zin, noteert dit in het verhaal ‘Tapijt boek weduwe brief’, waarmee Het seksuele bolwerk opent. Het is een superieur verhaal, waarin hij het boek over Wilhem Reich, dat erop volgt, samenvat. Het hele boek zit in dat ene verhaal, maar alleen Mulisch is in staat om beide, verhaal en boek, ongeveer hetzelfde soortelijke gewicht te geven – maar toch is het verhaal bijna beter dan het boek, omdat Mulisch het daarin over het interessantste onderwerp heeft dat er is: zichzelf, en de psychologische ondergrond van zijn schrijverschap.

Je zou kunnen zeggen dat Mulisch zich niet snel zal laten ringeloren door zoiets als een vloedgolf. Tenminste, dat was wat ik dacht gisterochtend, nadat ik wakker werd. Ik denk wel vaker aan Harry Mulisch, zelfs als ik wakker word, ik weet niet waarom. Ooit heb ik me weken het hoofd gebroken over de vraag: ‘Zou Harry Mulisch wel eens hebben zijn kamer hebben gestofzuigd?’ Ik neigde naar een ontkennend antwoord, al is het beeld van een de stofzuiger hanterende Mulisch bijna onweerstaanbaar. Nog mooier: het beeld van Mulisch met stofzuiger, terwijl Gerard Reve het koper poetst en W.F. Hermans de asbakken leeggooit in een klein formaat vuilnisbak. Hella Haasse lapt de ramen en M. Vasalis zet de tafel in de was.

In een interview met Ischa Meijer zegt Mulisch: ‘Ik zit niet in de literatuur, ik doe niet aan literatuur, ik zit met iets en schrijf dit boek, en hoe dat boek ten slotte in de letterkunde ‘‘uitkomt’’, hoe fijn het is dat ik eindelijk weer eens een roman heb geschreven, en hoe dat in verband staat met andere Nederlandse schrijvers – dat ligt eigenlijk buiten m’n interesse. Ik schrijf, ik loop dat pad af, en hoe dat in de literatuur ingepast wordt, zal me een rotzorg zijn.’ Zo hoort het, al kan ik me niet meer voorstellen dat het zo nog vaak gaat. Als de inkopers van BOL of Bruna al invloed kunnen uitoefenen op de keuze van een omslag (ook van literaire boeken), dan is deze grondhouding voorgoed onmogelijk geworden, vrees ik.

Misschien schuilt in iedereen een Harry Mulisch, zelfs in mij; en toch ben ik als het er op aankomt degene die droomt over een me bijna vermoordende vloedgolf en hanteer ik zelf de stofzuiger in een huis dat ik niet heb gekocht. Zelfs als ik schrijf wat ik wil, weet ik niet zeker wat ik wil. Of misschien ligt het anders: in iedereen schuilt een Harry Mulisch, maar meestal moet iedereen het doen met het scheppende nihilisme, het agressieve medelijden en de totale misantropie van W.F. Hermans. Die zich nu al voor de tweede keer, als een bescheiden vloedgolf, in dit bericht wringt, terwijl hij mij toebijt: ‘Ik ben met niemand solidair. Ik ben alleen mijn eigen bondgenoot en niet eens door dik en dun.’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s