Een tand erin, een tong eraan en vijftig jaar vernieuwen – over Hubert van Herreweghen

hubert_van_herreweghenDe dichter Hubert van Herreweghen is op 4 november gestorven. Hij was 96, dus het zal niet als een totale verrassing zijn gekomen. Van Herreweghen was iemand, in de Vlaamse poëzie, al was hij de laatste jaren bekender om zijn leeftijd (‘de nestor van de Vlaamse poëzie’) dan om zijn werk. Dat werk is onmodieus en soms zelfs een beetje archaïsch, dus er is een kans dat het, tegen alle stromen in, overleeft.

Hij is een generatiegenoot van Anton van Wilderode, Jos de Haes én Christine D’haen, allemaal dichters die net als Van Herreweghen een zekere aandacht voor een zingende taal koppelen aan grote aandacht voor klassieke en religieuze ‘inhoud’, dichters die je ‘klassiek’ zou kunnen noemen, al doe je hun vernieuwingsgezindheid, die iets anders is dan vernieuwingsdrift, daarmee tekort. Het waren geen Vijftigers of Vijfenvijftigers, maar ze hebben de Vlaamse (en daarmee de Nederlandstalige) poëzie wel een nieuwe impuls gegeven. Zij zijn de dichters die ‘de traditie’ doorgeven, na haar door hun hoogst-persoonlijke poëtische molen te hebben gehaald. In Nederland heb je, vreemd genoeg, weinig vergelijkbare dichters. Mij schiet in elk geval niet meteen een naam te binnen.

Jarenlang verzorgde hij (eerst met Jos de Haes en na diens overlijden met Willy Spillebeen, de Vlaamse schrijver met de meest humoristische naam, sorry dat ik het zeg) de bloemlezing Gedichten (gevolgd door jaartal). Die kocht ik altijd, meestal in De Slegte, om te zien wat er in dat jaar volgens Van Herreweghen c.s. de beste gedichten waren geweest. Ik kwam altijd Vlaamse namen tegen die ik niet kende. Van Herreweghen was behalve dichter (en belangrijk bloemlezer) ook televisieman. Ik las op zijn Wikipagina dat hij de producent was van de televisieserie Wij, heren van Zichem, die ik (maar het geheugen is een slechte raadgever) volgens mij ooit heb gezien, lang geleden. Ik heb er mijn ouders in elk geval over horen spreken. Hij was dus een ‘aanwezigheid’ in mijn leven.

Onderstaand gedicht vind ik mooi. Het is rijk van klank, bevat woorden die niemand kent (‘zurkel’ en ‘sleeuwte’ moest ik opzoeken) en is, zelfs al begrijp je alles wat er staat op den duur zo ongeveer, blijvend geheimzinnig. Misschien is dat de enige definitie van poëzie die stand houdt, dat het geheim dat een gedicht herbergt zich niet helemaal prijs geeft, een beetje zoals in ‘Het geheim’ van P.C. Boutens. Het is een omgekeerd geboortegedicht, een ‘terugkeer’ naar de staat waarin de mens nog kieuwen had, het is een herinnering die terugwerpt naar de tijd waarin de ik-persoon nog niet geboren was, en dat allemaal dankzij een blaadje zuring. Een lekkere groente, trouwens. Fijn bij paling in ’t groen.

Zurkel

Een blaadje zurkel op de mond,
een beven in mijn keel,
geheim, gezouten, zoet, gezond
en dan schudt af de dag geheel
zijn sleeuwte, roest en zurigheid,
zijn geelte en zijn gedurigheid
en ’t ritselt in mijn kieuwen.

O vroeger moest ’t een bos, een boom,
nu mag ’t een takje wezen,
een blaadje, dat mij zijn aroom
geeft om mij te genezen.

Een tand erin, een tong eraan
en vijftig jaar vernieuwen.

Tot in mijn moeder heb ik dit verstaan.

Verzamelde gedichten, Lannoo, Tielt, 1986

Advertenties

Een gedachte over “Een tand erin, een tong eraan en vijftig jaar vernieuwen – over Hubert van Herreweghen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s