Lezen (100): Viktor Frölke

dagbodevaneenpostbodeDagboek van een postbode, het dagboek dat Viktor Frölke bijhield toen hij werkzaam was als postbezorger (wat iets anders is dan postbode, want een postbode sorteert ook zelf, en bezorgt niet alleen de post die door anderen of een machine is gesorteerd) is goed geschreven. Mooi geschreven, zou ik bijna zeggen, zonder in mooischrijverij te vervallen. Drie dienstjaren duurde het huwelijk tussen de schrijver en het voormalige staatsbedrijf, drie jaren waarin hij zich de voeten onder het lijf uit liep voor net geen drie meier per maand. Toch blijft er iets wringen, als je zijn boek leest. Maar wat? Nou, ik zal het proberen te vertellen.

Het lijkt me vooral allemaal een kwestie van het niet onder ogen zien van de bron van de eigen schaamte. Frölke vertelt regelmatig dat hij zich schaamt. Hij, de voormalige correspondent voor NRC Handelsblad, de jongen van goede komaf, de man met twee zeer geslaagde broers, loopt als postbode door zijn woonplaats Amsterdam en komt daarom soms mensen tegen die hij kent. De schaamte probeert hij te overwinnen, bijvoorbeeld door op het schoolplein van een van zijn kinderen te verschijnen met zijn bedrijfskleding aan. Het lukt hem ook, maar in zijn boek onderzoekt hij de bron van die schaamte nergens. Volgens mij is Frölke namelijk niet vrij van masochisme – maar het is net dat masochisme waar hij het hele boek door omheen loopt. Ergens vindt hij het ook lekker om zich te ‘verlagen’.

Dat masochisme is volgens mij een vorm van vragen om aandacht. Van de vader, of van zijn familie, als ik het Freudiaans wil bekijken, of van de wel geslaagde broers en de moeder die hem af en toe geld toestopt. In het boek speelt de PTT, of hoe heet dat bedrijf tegenwoordig, de rol van ‘vader’. Na publicatie van het boek is hij ontslagen, afgewezen door de vader, maar dát was niet de bedoeling. De vader had de zoon moeten vergeven, in de armen sluiten; hij had moeten zeggen dat het boek, bedoeld om te provoceren en het vaderlijke gezag op losse schroeven te zetten, hem vergeven werd. De ware masochist geniet natuurlijk als hij niet vergeven wordt, maar de bedoeling was het niet. Jammer genoeg onderzoekt Frölke dit allemaal niet, terwijl het toch een rol speelt in zijn dagboek.

In zijn bundel columns De schrijver, zijn schaamte en zijn spiegels (op DBNL te lezen) noteerde Gerrit Krol:

Natuurlijk, wie een boek schrijft is een ijdeltuit en wie een literair werk publiceert, een boek dat over hemzelf gaat, is een ijdeltuit in het kwadraat. De spiegeling van een spiegeling – aldus, in het kort, geformuleerd en bewezen hoe het komt dat onze ijdele schrijver, voor het voetlicht getreden, in het openbaar dus, als het een goede schrijver is, zich schaamt.

Hij voegt daar aan toe:

Een schrijver met een sterk schaamtegevoel zorgt ervoor dat het boek dat hij aflevert, een goed boek genoemd wordt zodat de schaamte voor zijn-gevoelens-op-papier plaats maakt voor een soort blijdschap omdat hij met zijn boek blijkbaar ook de gevoelens van een ander beschreven heeft. Er is sprake van herkenning en vertrouwen. Met het goede boek is de schaamte overwonnen, door een doelmatig gebruik van beide spiegels, te weten a) de subjectieve spiegel en b) de objectieve spiegel en c) door de kwaliteit van de spiegels zelf.

Ik denk dat Frölke jammer genoeg ‘b) de objectieve spiegel’ over het hoofd heeft gezien. Of niet heeft opgesteld. Wat de lezer rest, is een boek waarin de auteur de symptomen beschrijft (hij moet als postbode werken omdat hij als schrijver te weinig verdient en een lucratieve positie als boekbespreker opzei omdat hij romans wilde gaan schrijven; hij wil een beetje geld verdienen om de kinderbijdrage aan een ex te kunnen betalen zonder een beroep te hoeven doen op zijn huidige vrouw of vriendin), maar niet ingaat op de oorzaak van die symptomen. Frölke lijkt niet door te hebben dat hij zichzelf een straf oplegt, een straf voor zijn tot zijn indiensttreding bevoorrechte leven. Zijn masochisme is bijna een taboe, voor hemzelf, hij wil gezien worden als iemand die goed doet, maar hij bevraagt zijn eigen rol nergens en hij schrijft er alleen heel terloops over.

Dagboek van een postbode is daarom vooral een verzameling anekdotes geworden. Mooie anekdotes, je schiet echt door het boek heen. Dus in wezen heeft Frölke bereikt wat hij wilde bereiken: een boek schrijven. Zijn beroep is schrijver, niet postbode, of postbezorger. Toch heeft hij de kans om het door hem hartstochtelijk uitgeoefende beroep in te zetten voor een literair boek laten lopen. En daarin heeft hij zijn beroep, dat van schrijver, ook ‘verraden’. Een zwaar woord, dat geef ik toe, maar het klopt wel, als je niet te zwaar aan dat woord ‘verraad’ tilt. Hij schreef een boek dat ‘echt gebeurd’ is, werd ontslagen als postbezorger en zit nu met de handen in de weelderige haardos. Het boek heeft hem niet gebracht waar hij naar zocht: inzicht. Sterker, dat inzicht gaat hij uit de weg.

Intrigerend is het boek ondertussen wel, maar dus eerder om wat Frölke niet doet dan om wat hij wel doet. Uiteindelijk kán dat de bedoeling zijn geweest, van de schrijver. Een regenbui van anekdotes om een kern aan het oog te onttrekken. Als dat zo is, ben ik toch benieuwd naar wat Frölke hierna nog allemaal gaat schrijven – en of hij die spiegel uit b) er dan bij zet.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s