Wie is er geen Cassandra – Over de AH to go en Elly de Waard

Bij de AH to go stond een vrouw koffie te maken. Ze had haar telefoon in de linkerhand en zette met haar rechter de kartonnen beker onder de tuit. Na enige aarzeling koos ze voor gewone koffie. ‘Ik snap dat je je niet goed voelt,’ zei ze tegen de telefoon. ‘Maar voor dit project is het essentieel dat je vandaag bij de meeting bent. Het kan nu echt niet afgezegd worden.’ Haar koffie was klaar. Ze pakte een dekseltje van de stapel en duwde dat op de beker. ‘Na vanmiddag mag je wat mij betreft drie dagen uitzieken. Ná vanmiddag.’ Ik zag dat het deksel niet goed op de beker zat.

‘Natuurlijk snap ik dat je het gevoel hebt alsof iemand je terug duwt op je matras,’ zei de vrouw. Ze vergat even waar ze was en bleef staan. Ik had een andere rij kunnen kiezen, maar wilde nog even zien hoe de koffie over de grond ging. ‘En ik heb wel degelijk respect voor het vele harde werk dat je verzette. Maar je móét er vanmiddag bij zijn. Jij bent de enige die alle specificaties kent.’ Ik kon haar gezicht van opzij bekijken. Alle beleefdheid sijpelde er uit weg. ‘Laat ik het zo zeggen, als je er niet bij bent, omdat je ziek bent, waar je, en dat meen ik, niks aan kunt doen, zal dat effect hebben op ons samenwerkingsverband.’

Blijkbaar was het gesprek afgelopen. De vrouw borg haar telefoon op, pakte de koffie en toen, toen gebeurde het. Het deksel schoot los, de koffie gutste over de rand, de vrouw kreeg een vervelende pijn aan haar rechterhand, ze maakte een onverhoedse beweging, er gutste nog meer koffie over haar hand, ze keek eerst verbaasd en toen geërgerd, ze voelde dat de pijn intenser werd en liet het bekertje vallen. De koffie maakte vlekken op de lichtgrijze broek die ze droeg. De vrouw begon te huilen. Ik stapte naar voren en zei: ‘Kan ik u helpen?’ ‘Nee dank u,’ zei ze. ‘Dan wens ik u, niettemin, een fijne dag.’ ‘Dank u.’ ‘Met of zonder zieke employee.’ Als blikken konden doden, was ik nu dood geweest. Maar blikken kunnen niet doden.

In de trein las ik de nieuwe dichtbundel van Elly de Waard, In de tijd die. Voor De Waard heb ik veel waardering, ook al heeft ze de poëtische wind niet altijd mee. Haar werk wordt dan weer te eenduidig, dan weer te prekerig gevonden; er is altijd wat, en dan heb ik het nog niet eens over de strijd tussen de Nieuwe Wilden en de Maximalen, vroeger, of over het idee dat een pop-recensent geen echte poëzie kan schrijven, nog vroeger. De Waard hoort er op een prettige manier wel en toch niet bij.

Omdat ze niet alleen de liefde bezingt (al kan ze de liefde zeer fraai bezingen), maar haar vingers graag brandt aan grote maatschappelijke kwesties, zou ze een zeer geschikte kandidaat zijn geweest voor het Dichter des Vaderlandsschap.   Ze is het helaas niet geworden, want ik had het wel eens willen zien. In haar nieuwe bundel is de laatste cyclus, ‘Oorlogscyclus’, geheel gewijd aan de in brand staande wereld om ons heen, althans, ik krijg het idee dat De Waard vindt dat die wereld in brand staat. De aanwezigheid van iemand die alle specificaties kent, is dringend gewenst. Anders wordt het samenwerkingsverband tussen de wereld en De Waard opgezegd. Het slotgedicht verwoordt dat het meest expliciet:

Als Cassandra

Wie is er geen Cassandra in een tijd
waarin je zonder visionair te zijn
kunt zien dat Troje zal gaan branden?

Aan rafelranden van de stad en in
de buitenwijken smeult het al –
Luister, het is de wind niet, blijf niet doof

en blind, het zijn miljoenen naderende
voeten, aanschuifelend tot een storm
die weinig overeind zal laten staan

Berg je nu het nog kan, want wie gesteld
is boven ons is machteloos en arrogant
en zal alleen zichzelf trachten te redden

Een metrisch gedicht vol onheilstijdingen. Kom er nog maar eens om, tegenwoordig. Nou ja, Elly de Waard schrijft ze dus. En misschien, misschien is het allemaal een beetje te nadrukkelijk. De slotstrofe doet erg Henriëtte Roland Holsterig aan. De boodschap wordt er met de subtiliteit van een gitaarsolo van Billy Gibbons ingeramd. Soms is dat helemaal niet erg. De Waard heeft nu eenmaal haar eigenaardigheden, en op den duur moet je die een dichter vergeven. Sterker, zonder die eigenaardigheden was haar oeuvre nooit geworden wat het is. Zonder die eigenaardigheden hadden we deze regels niet gehad: ‘Luister, het is de wind niet, blijf niet doof // en blind, het zijn miljoenen naderende / voeten, aanschuifelend tot een storm / die weinig overeind zal laten staan’.

Ik had, als een ware Cassandra, tegen de vrouw die koffie maakte en knoeide kunnen zeggen: ‘Wie is er geen Cassandra in een tijd / waarin je zonder visionair te zijn / kunt zien dat Troje zal gaan branden?’ Ze had me niet begrepen als ze niet had geweten wie Cassandra was, terwijl de regels toch hadden gewerkt, ze hadden iets bij haar losgemaakt, iets wat zeker niet altijd gezegd kan worden over dichtregels. Heel misschien had de vrouw even gelachen. Om mij, of om haar gedram in de telefoon. Troje zal gaan branden, maar niet vandaag, en zeker niet alleen omdat iemand ziek werd. De meeste poëzie is, hoe mooi ook, autistisch. De Waard schrijft poëzie die rechtstreeks naar het leven wijst.

 Details tonen Voeg toe aan je verzameling. Rijksstudio Delen Beeld inzoomenBeeld uitzoomen Cassandra treurt over de verwoesting van Troje, Jan Swart van Groningen, 1550 - 1555. Collectie Rijksmuseum.


Cassandra treurt over de verwoesting van Troje, Jan Swart van Groningen, 1550 – 1555. Collectie Rijksmuseum.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s