Er was een vogel; en geen zong als hij

E cinere Phoenix

Er was een vogel; en geen zong als hij
wanneer herrijzend uit een dor verleden
van pijn en lust, hij weervond in de mei
een leven zonder maat en zonder reden.

Verliefd, verslaafd, gebonden aan de klei,
voegde ik mijn leeg bestaan naar de oude zeden,
hoorde in de stad den zang van elk getij
en in het veld den lokroep van de steden.

En steeds die droom: dat ik in het azuur,
eindlijk gezuiverd door het godlijk vuur,
zou stijgen in een wervelwind van vlammen…

En inderdaad een gloed heeft mij verblind,
maar het was de aardse gloed, waarvoor elk kind
zich schreiend bergt achter de donkre stammen.

Dit gedicht van Jan van Nijlen vind ik al jaren intrigerend. Zijn ‘E cinere Phoenix’ (uit de as van de Feniks) vertelt over het mythische dier dat om de zoveel tijd in een gloed van vlammen sterft, om vervolgens uit zijn eigen as te herrijzen. Van Nijlen is totaal vereenzaamd en straatarm gestorven in 1965. Zijn graf is al in 1973 geruimd. Elke keer als iemand zijn werk leest of herleest, herrijst hij uit de as van zijn oeuvre. Maar zo gemakkelijk gaan we onszelf er niet vanaf maken, hoewel ik heel even trots was op de vondst.

Jan van Nijlen werd, tot vervelens toe, geprezen om zijn zwijgzaamheid. Om zijn onnadrukkelijke aanwezigheid. Van Nijlen was eenvoudig en onopgesmukt en wilde niet opvallen. Zelfs zijn Feniks is er een die gewoon blijft. Het mythologische verhaal wordt ‘teruggebracht’ tot iets waarvoor elk kind bang is: de overgang naar een nieuwe levensfase. Deze Feniks is geen fabelwezen dat om de vijfhonderd jaar sterft en herrijst, om de oude ziel daarna verder te laten leven in een nieuw lichaam, maar een gewoon iemand. Een mens, zou je bijna zeggen, als u en ik.

Maar ho wacht. Misschien is dat net, wat de Feniks tot iets bijzonders bestempelt. Hij ís net als u, en ik, iemand die een tijdlang leeft en daarna sterft, om daarna op te gaan in een nieuw geheel, in iets of iemand dat weer een tijdlang leeft en daarna sterft, om en zo voort en ad infinitum. Niet zoiets vaags als reïncarnatie, maar zoiets concreets als de weg van alle vlees, van alle stof. Alles en iedereen gaat, ooit, in de hens, vergaat. Waarna onze atomen zich verspreiden en nieuwe verbintenissen met andere atomen aangaan. Misschien had Van Nijlen het toch, ondanks zijn niet zo nadrukkelijke ‘gewoonheid’, goed gezien.

Maar nee. Dat klopt niet. Niet helemaal. Van Nijlen beschrijft in de eerste strofe van zijn sonnet wel degelijk het mythologische wezen, de Feniks, en hij bedoelt wel degelijk het fabeldier dat, stervend, zingt zoals alleen de Feniks kon of kan zingen. De ik-persoon in dit gedicht vertelt in de tweede strofe over hoe hij zijn eigen bestaan, tegenover het mythologische van de Feniks, ervaart: als leeg, geplooid naar oude zeden, iemand die in stad noch dorp zijn draai kan vinden. Om in het sextet pas al zijn kaarten op tafel te leggen. Hij verlangde ernaar om net als de Feniks op te gaan in de vlammen, – maar wat hem ook overkwam, het bleef hetzelfde als wat elk kind wel eens ervaart, de angst voor de overgang van de ene fase naar de andere.

Net als J.C. Bloem was Jan van Nijlen een dichter van ‘het verlangen’, wat betekent: het onvervulde verlangen. In dit gedicht is dat onvervulde verlangen alomtegenwoordig. De ik-persoon, die ik geheel tegen alle regels als ‘de dichter zelf’ lees, wil net als de Feniks opgaan in de vlammen en herrijzen uit zijn as. Maar ja. Hij blijft de aan de aarde gebonden mens, iemand die alleen maar kan doen wat iedereen al doet, en zijn leven heeft niets wat in de mythologie een plek kan vinden. Jan van Nijlen is gewoon, een mens, iemand als u en ik, geen fabeldier.

Volgens mij heeft Van Nijlen zijn gedicht opgebouwd rond de vijfde regel. ‘Verliefd, verslaafd, gebonden aan de klei’ – Dat is eigenlijk de mooiste beschrijving van de condition humaine die ik ken, zeker in combinatie met het als ‘leeg’ omschreven bestaan uit de zesde regel. Het is niks en er komt nooit iets van terecht, maar we zijn het ondertussen wel: we hebben lief, we hangen aan het lijfelijke bestaan en zijn ondertussen gebonden aan onze eigen klei, onze eigen (geboorte)grond. Terwijl we dat zijn, terwijl we ons dagelijkse leven ondergaan, streven we naar iets hogers, om (misschien pas later, of te laat) te beseffen dat al onze strevingen worden gedwarsboomd omdat we onderhevig zijn aan (kinderlijke) angsten.

Want altijd is er die gloed, waarin we de lokroep van het hogere denken te herkennen. Het is ‘de aardse gloed’, die iedereen zou kunnen zien of herkennen. Als we dat te snel erkennen, is het leven misschien net iets te leeg. Eerst moeten we streven, of verlangen, en daarna pas kunnen we – net als de Feniks – het hoofd in de schoot leggen. Of beter, eerst moeten we zingen, ook al heeft die zang geen zin. En als die zang verstomt, of is weggestorven, is er nog genoeg tijd over om aan de onverschillige eeuwigheid te wennen. Waarschijnlijk is het zelfs beter om heel lang een, desnoods angstig, kind te blijven. Kinderangsten zijn op hun eigen manier ook onderdeel van het mythologische. Elk kind herrijst keer op keer, tot zijn dood, tot zijn overgang naar de volwassenheid, uit de angsten die hij ondergaat zonder ze te begrijpen. Waarna het patroon zich in de volwassenheid herhaalt.

H. Marsman schreef een gedicht dat ‘Phoenix’ heet. Het gaat zo:

Vlam in mij, laai weer op;
hart in mij, heb geduld,
verdubbel het vertrouwen –
vogel in mij, laat zich opnieuw ontvouwen
de vleugelen, de nu nog moede en grauwe;
o, wiek nu op uit de verbrande takken
en laat den moed en uwe vaart niet zakken;
het nest is goed, maar het heelal is ruimer.

Marsman geloofde in het heelal (en verdronk). Van Nijlen verstopte zich, in zijn gedichten, achter ‘donkre stammen’. ‘Schreiend’ nog wel, om als arme sloeber ten onder te gaan. Als ik eerlijk ben vind ik Marsmans gedicht bijzonder, maar blijf ik langer haken achter Van Nijlens ‘E cinere Phoenix’. Ik geloof in het heelal én ik weet dat het heelal te groot is om je nog ergens te kunnen verstoppen. Verstoppen is noodzakelijk. Want zo leuk zijn ze niet, al die overgangen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s