Gedichten zijn puzzeltjes * Voor het eerst op Vaartsche Rijn

Tijdens de presentatie van de Quiet500 zei Dichteres des Vaderlands Anne Vegter: ‘Gedichten zijn puzzeltjes.’ Naast mij ging iemand voorover zitten, het hoofd in de handen. Pas een minuut later kwam de man kreunend weer overeind. ‘Ik wist dat niet,’ zei ik tegen hem. ‘Ik ook niet,’ zei hij, ‘en het trof me nogal.’ ‘Dat begrijp ik,’ zei ik. Daarna verliet de man de zaal. Daarom miste hij Nick J. Swarth, die zich had verkleed als terror-vrouw. De kunst is een woning met veel (kleed)kamers.

De presentatie was, ja, hoe zal ik dat zeggen? Ik was erheen gegaan met een verkeerd verwachtingspatroon. Zo zit het, geloof ik. Omdat Herman Koch en Anne Vegter en Nick J. Swarth (toch een soort dichter) op het programma stonden, verwachtte ik een literaire middag. Maar het was, vooral, een middag voor arme mensen uit Tilburg. En ik heb niks tegen arme mensen uit Tilburg, of tegen arme mensen in het algemeen, sterker, ik ben zelf arm. Wel schoot me gaandeweg, terwijl ik mij door het programma worstelde, een stuk tekst van Gerard Reve te binnen, uit zijn roman Bezorgde ouders:

Iedereen was dus slecht, ook al woonde er in deze of gene nog wel iets goeds. Waar ging het ook al weder over? O ja, dat arme mensen slecht waren, omdat ze anders immers niet arm zouden zijn. Neen, daar viel niets aan te tornen: de waarheid was evident, empirisch bewezen zelfs, zoude men kunnen zeggen. Maar hij zelf, Treger, en Eenhoorn, die waren toch ook arm? ‘Zijn wij dan ook slecht?’ vroeg Treger zich af. Hij meende dat men ruimte moest scheppen voor gunstige uitzonderingen.

Mijn opgewekte poging om het programma zonder enige irritatie uit te zitten brak, toen Ralf Embrechts, samen met A.H.J. Dautzenberg initiatiefnemer van Quiet, tijdens het uitreiken van het eerste nummer de zegeningen van zichzelf zong. Ik  bedoel, aan mijn oneindige liefde en geduld komt af en toe een eind. Zeker als iemand bijna verlekkerd mededeelt dat hij bij de EO op de radio is geweest en dat ‘die mensen daar het goed begrijpen’. Het contrast met Dautzenberg, die zich aan het begin van het programma bescheidener opstelde, was tamelijk groot. Goed doen, overwoog ik, hoeft niet per se terug te slaan op jezelf.

Daarna, aan de bar, alle arme mensen uit Tilburg waren inmiddels verdwenen, terug naar hun wijken denk ik, was het een va et vient van schrijvers, familieleden van schrijvers (Joubert Pignon had zijn zus, met wie hij erg goed kon opschieten, meegenomen), kunstminnaars, Frank van den Nieuwenhuijzen, bibliofielen, mensen met kunstzinnige sjaals, Hans van Willigenburg, mensen met ingewikkelde brillen, Gert Boonekamp, als altijd zeulend met tassen vol te signeren boeken, aanhangende mensen, de moeder van Anton en Jasper Mikkers met echtgenote. Ik merk dat het helemaal de verkeerde kant opgaat, dit stukje. Want ik vind het blad Quiet, en alles wat er in Tilburg wordt gedaan om (stille) armoede te bestrijden sympathiek. Ik stapte alleen verkeerd in het warme bad, gisteren.

Met Rob van Essen reisde ik terug. Omdat we de sprinter naar Utrecht hadden genomen, kon ik voor het eerst uitstappen op het nieuwe station Vaartsche Rijn. Toen ik een paar jaar geleden mijn nieuwe woning betrok, was er op de plek waar nu dit van buiten prachtig ogende station staat alleen nog maar een tunnel waar je doorheen fietste op weg naar het centrum. Daarna was er anderhalf jaar een bouwput. Ten slotte lag er bijna een half jaar een voltooid station, dat nog niet was aangesloten op het netwerk van de N.S. – maar nu, nu is het dus zo ver en stoppen (en vertrekken) er treinen.

Mijn eerste stap op het perron van Vaartsche Rijn emotioneerde me, ook al zag het station er van binnen gek genoeg al uit als een oud station, hoe de N.S. zoiets voor elkaar krijgt elke keer, het blijft een raadsel. Ik voelde me Neil Armstrong, jammer genoeg zonder vlag in de hand om ergens te planten. Ik bleef een paar minuten staan. Ik keek naar het bedrijvencomplex aan de Vondellaan. Daar zou ik zo meteen langslopen. Dan de bocht om, langs de Albert Heijn, apotheek Buijs, Keurslagerij Van Schip, de Rijnlaan over, langs de bloemenzaak, de Balijelaan in, even zwaaien naar de mevrouw van Big Snack, omlaag richting de Merwedekade, thuis. (Daar nam ik de mij toegezonden debuutbundel van Max Greyson ter hand en zei: ‘Dag boek, je bevat allemaal puzzeltjes.’)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s