Morgen verschijnt nieuwe nummer Quiet – fragment

quiet500_de_glossy_die_schuurt_lr-e1473542528434-1Morgen verschijnt het nieuwe nummer van de Quiet500, de glossy die aandacht vraagt voor stille armoede. De presentatie is in De Nieuwe Vorst in Tilburg, vanaf 17.00 uur. Er werken vele kopstukken mee aan het blad, van Connie Palmen tot Herman Brusselmans, Rob van Essen, Joubert Pignon en Herman Koch. A.H.J. Dautzenberg stelde het geheel samen. Hieronder een fragment uit mijn beschouwing over lenende schrijvers, waarin ik een tientje (in guldens) leen aan Johnny van Doorn – en nooit terugkrijg. De tekst is in zijn geheel te lezen in het blad, voor slechts 10 euro verkrijgbaar. Doe een goed werk en koop het. 

Fragment uit Met andermans geld, uit Quiet500 2016

De eerste keer dat ik geld leende aan een schrijver was ik achttien. Ik zat in een café in Amsterdam, aan het Leidseplein, waar ik in een mengeling van bewondering en geamuseerdheid zat te kijken naar Johnny van Doorn. Hij voerde een act op voor een paar mensen met wie hij zat te praten. De act bestond uit sterke verhalen, op orkaansterkte verteld en ondersteund door weidse armgebaren.

Van Doorn zag dat ik hem herkende en kwam na verloop van tijd ook even bij mij zitten. Ik kreeg een kortere behandeling dan de andere mensen. Hij kwam meteen ter zake. ‘Jonge vrind. Kan ik misschien een geeltje van je lenen?’ De in Nederland wereldberoemde stem galmde door de zaak. ‘Ik woon hier niet.’ ‘Dat geeft niet. We spreken af wanneer je hier weer bent en dan bezorg ik je het geld terug. Erewoord.’ ‘Ik heb geen geeltje bij me.’ ‘Alles is goed.’ Van Doorn keek me bemoedigend aan, alsof ik déze grootmoedigheid toch onmogelijk níét kon belonen.

Ik haalde een briefje van tien en een briefje van vijf uit mijn broekzak en overhandigde die aan de schrijver. ‘Dank je wel, goede vrind! En je weet, ik ben hier regelmatig. We komen er wel uit.’ Weg was hij.

Natuurlijk heb ik dat geld nooit teruggekregen. Het was ook niet mijn bedoeling om het terug te krijgen, want ik had het gevoel dat ik via deze ‘lening’ had bijgedragen aan de Nederlandse literatuur, dat mijn vijftien gulden een kleine, maar niet onbelangrijke steen vormden in het oeuvre en het leven van Van Doorn.

Het geld had mij toegang verschaft tot de letteren, ik was via een schrijver toegetreden tot de wereld waar ik zo graag deel van wilde uitmaken. Natuurlijk: Van Doorn zal deze truc vaker hebben opgevoerd, maar dat kon en kan me niets schelen. Schrijvers lenen geld. Misschien is dat de wijze les die ik daar, in café Reijnders, heb geleerd. Waarom ze dat doen? Omdat de inkomsten die ze met hun werk verwerven niet toereikend zijn.

Van Doorns lening van mij (die ik inderdaad nooit heb terug gehad, en terecht) was niet groot. Hij beoefende deze vorm van lenen, die je eerder bietsen kunt noemen, wel vaker. ‘Geld maken’, noemde hij dat. Passanten, vriend of onbekende, even snel wat drinkgeld uit de zak kloppen en dan weer verder. Niet veel later begon mijn eigen loopbaan als lener, toen ik voor het eerst een bedrag moest losweken bij iemand omdat ik de huur niet kon betalen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s