Lezen (98): Diederik Stapel

zuchten-diederik-stapel-boek-cover-9789491729713Onderweg naar werkzaamheden, te vreeslijk om je in te verdiepen, zat ik op het terras voor Toque Toque aan de Oudegracht. Ik wachtte op Diederik Stapel, die in het restaurant zou worden geïnterviewd voor een krant en mij voorafgaand daaraan zijn nieuwste boek zou overhandigen. Het heet Zuchten en is een paar weken geleden verschenen. Bijna net op tijd stapt Stapel het terras op. Plotseling zie ik waarom hij vroeger in een soapserie heeft gespeeld. Hij heeft een beetje dat knap-Gooise. Als hij op een van de stoelen naast me gaat zitten om mijn boek te signeren, draait een busje de gracht op. Vlak voor de schoenen van Stapel komt het tot stilstand.

‘Eén meter verder en ik had kunnen zeggen dat ik er bijna bovenop zat toen het gebeurde,’ zeg ik. We lachen. Ik neem het boek aan, stap op mijn fiets en vertrek. Stapel gaat het restaurant in, weer eens uitleggen hoe dat nou is, alles kwijt raken en dan langzaam naar de rand van de maatschappij worden geduwd. Ik ken die rand al ongeveer vijftien jaar van dichtbij, hij is pas vijf jaar aan het oefenen. Het went allemaal wel, denk ik, voordat ik mijn fiets in de stalling zet en mijn chipkaart overhandig aan de man die er al decennia de wacht houdt en die in al die jaren nog nooit iets tegen me heeft gezegd.

Een vriend van me stuurde me gisteren dit gedicht (of deze reeks strofen) van J.H. Leopold. Toen we elkaar even spraken via de telefoon, zei hij: ‘Toen Leopold dit schreef, was hij naar de kloten.’ Ik dacht: Ja. En meteen daarna dacht ik: Ik ben ook naar de kloten. Alleen zou ik er niet zo’n gedicht over schrijven, of over kunnen schrijven. Net zoals ik het boek dat Stapel heeft geschreven niet kan schrijven. Niet omdat ik andere dingen meemaakte, maar omdat ik merk dat Stapel, ondanks alles, altijd vervuld is van hoop. Ik heb al jaren geleden voor mezelf besloten dat er geen hoop is. Hoewel het soms kan lijken alsof dat niet waar is. Hoop is een vorm van hovaardigheid of hoogmoed, en hoogmoed komt – sommige cliché’s zijn waar – voor de val. Bij Leopold is de hoop geloof ik ook verfrommeld en in de vuilbak terechtgekomen:

Waar al wat eens had toebehoord,
vernield is en geschonden,
waar zooveel edel jongs vermoord,
het leven zelf werd weggesmoord
tot nimmermeer gezonden,

daar is zoo diepe ellendigheid,
een leegte zoo volslagen,
dat nauwelijks een snikken schreit
verloren door de eenzaamheid
en de verlaten dagen.

Als de naam Stapel klinkt, is het woord ‘(on)betrouwbaarheid’ niet ver. Zo gaat dat, in de publiciteit en in het echte leven. De mens beweegt zich voort in een wolk van aan hem gehechte betekenissen. Wandaden uit het verleden zijn een garantie voor eeuwigdurende beeldvorming. Je kunt weinig doen aan het beeld dat mensen zich van je vormen, dat voltrekt zich buiten je bereik. Sinds er iemand een roman over mij op internet zette en er daarna wat artikelen her en der verschenen over wat ik allemaal zou hebben uitgehaald, staat het beeld dat een aantal mensen van me heeft ook vast. Het is zo, omdat het is.

Er zijn meerdere manieren om daar mee om te gaan. Je kunt je verzetten. Je kunt een stuk touw kopen en jezelf aan de tak van een fijne kastanjeboom opknopen. Maar verzet en zelfmoord zullen een bestaand beeld niet veranderen. Je kunt helemaal niets doen en denken: iedereen mag vinden wat hij vindt. Succes ermee. Dat is de stoïcijnse oplossing en die heb ik nu iets langer dan twee jaar beproefd. De vierde, en meest drastische oplossing is: leef in een glazen huis. Dan kan iedereen goed kijken naar wie je nu eigenlijk bent. Meestal is een dergelijke levenswijze erg geschikt om mensen de argumenten in handen te geven die ze toch al zochten. Betrouwbaarheid kun je niet bevechten, dat zou belachelijk zijn. Wie goed kijkt, ziet jou dan. Wie niet goed kijkt, vindt zijn eigen beeld bevestigd.

Stapel beschrijft in Zuchten deze dingen, maar hij betrekt alles (uiteraard) op zijn eigen depressie, en op zijn eigen strijd om daaruit te komen. Toch is Zuchten geen zelfhulpboek. Het is een verslag van iemand die zag hoe een busje op hem afreed, er was niks meer aan te doen, het zou hem vermorzelen. En toen kwam het busje, net voor de neus van zijn schoenen, je snapt niet hoe een chauffeur het zo gemikt krijgt, tot stilstand en was er niets meer aan de hand.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s