(Niet) lezen (97): René van der Gijp

Gisteren, ik kon niet slapen, keek ik naar een interview met René van der Gijp en zijn ghostwriter Michel van Egmond bij Pauw. Ik kan me nooit onttrekken aan Gijps (hij heeft een bijnaam, zoals het een toffe man betaamt) charme. De manier waarop hij woekert met zijn hersencellen en soms maar net het hoofd boven weet te houden in de eindeloze zee van zijn gevoelens ontroert me.

Ziehier een mens die, als Job, tot in het oneindige wordt beproefd, maar toch steeds als een rijk man eindigt. Waarin hij gelooft? Welke God straft hem en neemt hem elke keer weer aan in Zijn genade? Ik zou het niet weten, en waarschijnlijk doet het er ook niet toe. Gijp is Gijp. Zelfs als voetballer was hij al ongeveer de persoon die hij nu is.

Michel van Egmond lijkt me een beetje de sinistere held op de achtergrond. De man kan schrijven, maar helaas schrijft hij de laatste jaren vooral over wat er in het hoofd van ex-voetballers omgaat. Op den duur moet de wurgende eentonigheid hem wel naar de keel grijpen, lijkt me. Zijn gezicht staat al jaren op slaapgebrek, chagrijn en zo nu en dan een flink glas en/of een stevige snuif. Iemand heeft hem wijsgemaakt dat hij een genie is, met de pen, en hoewel hij het niet helemaal gelooft (want hij weet dat het niet waar is) speelt hij het spel mee. In ruil voor zijn schrijversziel, die hem beetje bij beetje wordt ontfutseld, waar elke keer als hij aan de zijde van een gevallen held in een praatprogramma verschijnt een stuk van wordt afgesneden. Zijn gang naar de hel voltrekt zich in kleine, pijnlijke etappes.

Waarschijnlijk vergis ik me en is Van Egmond juist de goedheid zelve, terwijl Gijp, Gijpie, Gijpmans de boeman in het spel tussen de twee heren vertegenwoordigt. Zou Van der Gijp in staat zijn om die staat van bijna-lege volheid te acteren? Ik hoop het niet, want dan heb ik me al die jaren voor de gek laten houden en is mijn mensenkennis nog kleiner dan ik dacht.

Van Egmond werkt, denk ik, stiekem aan een roman over een ghostwriter die meer talent heeft dan de kleuters die hem omringen. Een ghostwriter die de staat van half-zijn wil afleggen en dat alleen kan doen na een gevecht met de spoken die hem roem en rijkdom brachten. De angst voor het verhaal dat hij moet vertellen! De leegte, als hij zich eindelijk heeft bevrijd!

In Der Wanderer und sein Schatten laat Friedrich Nietzsche een wandelaar die plotseling hoort dat zijn schaduw kan praten zeggen: ‘Bei Gott und allen Dingen, an die ich nicht glaube, mein Schatten redet; ich höre es, aber glaube es nicht.’ Dat lijkt me de sensatie waarmee Michel van Egmond regelmatig te maken heeft. Toch typt hij door. Hardnekkig. In de hoop op, ja, op wat?

Over een jaar of wat wemelt het in de kringloopwinkels van de boeken van Gijp en Van Egmond. Zo gaat dat met bestsellers. Op dit moment struikel je er over Vijftig tinten grijs (deel 1 is gelezen, deel 2 voor de helft en deel 3 is maagdelijk-onaangeroerd). Ik ben benieuwd of ik de verleiding, tegen die tijd, nog steeds kan weerstaan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s