Lezen (97): Mariëtte Baarda

mariettebaardaLeven met migraine is de ondertitel van Kinderen waaien om, het debuut van Mariëtte Baarda. Het had net zo goed: Leven met Mariëtte Baarda kunnen zijn, dan was de migraine slechts achtergrondmuziek geweest, maar de uitgeverij heeft om een of andere reden besloten om het boek de NUR-codes 320 en 860 te geven: ‘Literaire non-fictie algemeen’ en ‘Gezondheid algemeen’. Ik zou het ‘non’ van non-fictie tussen haakjes zetten, en daarmee is Kinderen waaien om dus ‘gewoon’ literair, maar ik snap de uitgeverij wel. NUR 300 is de kortste weg naar minder verkoop. Een kwaal verkoopt beter dan een autobiografisch boek van iemand die nog niet bekend is. Een auteur zonder haakje om een verhaal aan op te vangen is bijna kansloos.

Kinderen waaien om is een zelfportret in zesendertig verhalen. De ‘achtergrond’ is de migraine, waaraan Baarda al een leven lang lijdt, maar ondertussen komen we veel meer, en vooral veel andere dingen, te weten over haar leven. Dat leven wordt grotendeels bepaald door dé kwaal, maar het wordt er tegelijkertijd op bevochten. Je zou kunnen zeggen dat de migraine boos- én weldoener is, vijand en strijdmakker. Die strijdbaarheid tilt het boek op en maakt het minder geschikt als boek voor andere patiënten. Een literair boek is altijd min of meer in zichzelf gekeerd en nooit gericht op het bieden van hulp, tenminste, geen hulp bij een genezingsproces.

Baarda’s boek is behalve een autobiografie ook een boek waarin minimaal twee boeken zitten die (nog) niet zijn geschreven: één over vriendschap en één over eenzaamheid (en al dan niet mislukte liefde). Deze twee onderwerpen worden in het boek wel aangeraakt, maar nergens volledig uitgewerkt. Ze zijn vooral gekoppeld aan, het is onmogelijk om het woord niet een paar keer te gebruiken in een stuk over dit debuut, migraine. Die twee boeken dringen zich op, terwijl je leest. Je wordt nieuwsgierig wat de auteur daar nog meer over te vertellen heeft. Vriendschap is belangrijk, en wordt soms problematisch, omdat Baarda veel tijd binnen (en alleen) doorbrengt. Dat veroorzaakt dan weer een eenzaamheid, die in dit boek niet wordt ‘toegelaten’, al zijn sommige verhalen heel ‘eenzaam’ – het mooie verhaal ‘Een feestje in de tram’, over een niet tot bloei komende liefde tussen de yogaleraar annex tramchauffeur Angelo is er een voorbeeld van.

Hoewel, eenzaamheid is natuurlijk een even vreemd begrip om nieuwe verhalen aan op te hangen als migraine, dan lijkt het alsof de auteur van ziekte naar psychisch belastende toestand schakelt. Toch heb ik even geen andere term voorhanden.

In Kinderen waaien om maken we kennis met Mariëtte Baarda die goed kan leren en studeren, maar die geen vaste baan kan krijgen. Migraine, immers, hoewel: het gesukkel met los-vaste banen (fietskoerier, yogalerares in opleiding) en het doorbrengen in kantoorgebouwen waarin uitkeringen worden verstrekt en re-integratietrajecten voorbereid is vermakelijk opgeschreven en voor iedereen die de massale jeugdwerkeloosheid in de jaren tachtig als jongvolwassene meemaakte herkenbaar. Het lijkt erop dat een hele generatie, mensen die nu tussen de 45 en de 55 zijn, in een permanente staat van uitstel heeft geleefd. En dat dit uitstel de komende twintig jaar moet worden ingehaald. Niet zozeer voordat het te laat is, maar omdat er anders niets is gebeurd. In die zin is Baarda’s debuut een inhaalactie, los van de kwaal die ervoor zorgde dat zij soms nog meer moest uitstellen dan andere generatiegenoten.

Baarda’s boek lijkt daarin op andere rond één thema gecentreerde boeken die de afgelopen jaren verschenen, zoals Kind van de verzorgingsstaat van Rob van Essen. De verzorgingsstaat was zijn migraine, als je het zo mag zeggen. Van Essen zorgde overigens ook voor een mooie omschrijving van zijn leeservaring op de achterflap. Hij noemt het: ‘(…) meer dan een ziektegeschiedenis, het is het levensverhaal van iemand die je wilt leren kennen. En dat gebeurt ook in dit boek.’ Dit ongeveer heb ik hierboven proberen te zeggen.

Wat me het meest bij zal blijven van Kinderen waaien om is de toon die Baarda weet te vinden voor haar proza. Die is heel zuiver, zelfbewust en toch nergens hoogdravend of arrogant. Het is voortdurend alsof iemand naast je de verhalen tegen je aan het vertellen is, zoals in alle goede boeken het geval is. De verhalen waarin ze over haar halfbakken maatschappelijke carrière (als fietskoerier) vertelt en de verhalen waarin ze haar gang door het alternatieve circuit weergeeft vind ik het beste, al zijn de ingehouden verhalen over een protestante jeugd onder leiding van een moeder die pas écht wist wat lijden was ook niet mis. Zo zie je maar weer: er gaat niks boven een deuk die je hebt opgelopen in je kindertijd. Toch is Baarda als schrijver nergens omgewaaid.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s