Een regenachtige avond in een oud huis

cheeverDe conducteurs controleerden wel, vanochtend. Zij waren niet van de FNV en deden daarom gewoon hun werk. In mijn coupé kregen vijf mensen een boete. Ik niet. Ik ben een brave jongen. Ik had ingecheckt. Tijdens het inchecken dacht ik aan de Chrétien van dertig jaar geleden, die het risico genomen had. ‘May you grow up to be righteous / May you grow up to be true / May you always know the truth / And see the lights surrounding you’ zong Bob Dylan al, die het wel nog liet volgen door: ‘May you always be courageous / Stand upright and be strong’, dus ik weet niet of ik altijd jong ben gebleven.

‘Dit is een verhaal om in bed te lezen, op een regenachtige avond in een oud huis. De honden slapen en je kunt de rijpaarden Dombey en Trey horen in hun boxen aan de overkant van de zandweg achter de boomgaard.’ Zo begint Bijna een paradijs, de laatste roman van John Cheever. Ik was er gisteravond in begonnen. Wie na deze regels in staat is om het boek neer te leggen, heeft geen hart, of is een niet bij de FNV aangesloten conducteur. Ter hoogte van Duivendrecht las ik vanochtend de laatste zin: ‘Maar dit is een heel andere geschiedenis, en zoals ik in het begin al zei, dit is maar een verhaal om in bed te lezen, op een regenachtige dag in een oud huis.’ Het verhaal was rond, ook al had Cheever aardig zijn best moeten doen om het zo ver te krijgen.

Cheever wist, toen hij de roman schreef, dat hij niet lang meer te leven had. Het is zijn ‘afscheid’, na een leven te hebben gewijd aan het vertellen van verhalen die je allemaal naar de strot vliegen, omdat hij in staat was om bijna achteloos op te schrijven hoe het allemaal in elkaar zit, het leven. En hoe zinloos het is, ook al kun je onderweg soms denken van niet en biedt de liefde (een beetje) troost. Cheever leeft met zijn personages mee (is zijn personages, zou je kunnen zeggen) en weet de lezer automatisch het gevoel te geven dat ze lezer en personage zijn. Het leven overkomt die mensen in zijn boeken, net zoals het ons overkomt. Zijn helden zijn nou niet bepaald helden. Ze sukkelen door, zoals wij ook doorsukkelen.

De stijl van Cheever schiet van het ene register in het andere. Soms zit je in een typisch Amerikaans verhaal, soms lijkt het alsof hij zich als absurdist ontpopt, soms is hij humoristisch en altijd is er een zeer onverwachte wending die alles op zijn kop zet. Een wending die vaak met homoseksualiteit te maken heeft, want zijn personages ontdekken heel vaak, en heel vaak tot hun eigen verbazing, dat ze in elk geval biseksueel zijn. In Bijna een paradijs is dat niet anders. Als de hoofdpersoon Tom Sears wordt gedumpt door makelaarster Renée Herndon krijgt hij, als vanzelf, een relatie met de liftbediende. En dat terwijl hij het eigenlijk te druk heeft met het redden van een vervuild meertje.

Tom Sears maakt tijdens Bijna een paradijs van alles mee, maar die gebeurtenissen zijn niet het hart van de roman. Het hart is de vriendelijke wreedheid waarmee Cheever alles zijn absurde en toch onontkoombare gang laat gaan. Hij verbreekt relaties, laat mensen sterven, lost de eenzaamheid van Sears nergens op – hij kijkt naar zijn schepping alsof hij achter een wand van dubbelglas staat. De werkelijkheid in het boek is net zo min te sturen als de werkelijkheid erbuiten. Wij kunnen maar één ding doen: er kennis van nemen. Bijvoorbeeld in een oud huis, als we al op bed liggen en het buiten geruststellend regent. Of in de trein als bijna alle conducteurs staken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s