Met ogen van toen: Het laatste oordeel van Rogier van der Weyden

Rogier van der Weyden heeft ‘emotie’ in de schilderkunst gebracht, maar als je de zaal van het Hospice in Beaune waarin zijn ‘Polyptiek van het Laatste Oordeel’ hangt betreedt, valt er vooral één ding op: de rust die het werk uitstraalt. Ik heb nog nooit een schilderij zo bomvol symboliek gezien dat toch zo in zichzelf gekeerd is. De gang van de zielen naar de hemel of naar de hel gebeurt in alle rust, ook al heeft de schilder diverse gemoedstoestanden op hun gezichten proberen af te beelden. De uitverkorenen schreeuwen het niet uit van vreugde, de verdoemden tuimelen bijna sereen de vlammen in. Alles in dit veelluik lijkt gesmoord te zijn, er ligt een dikke laag tijd op de symboliek die ik zou kunnen reconstrueren, maar die ik niet meer, zoals de middeleeuwer, aan den lijve ondervind. Of wel?

wackersAls eerstejaars volgde ik een verplicht college middeleeuwse literatuur van Paul Wackers, die de hem toebemeten uren te baat nam om zijn boek Met ogen van toen voor te lezen. Daarin legde hij uit hoe ingewikkeld het was om te zien wat de middeleeuwers zagen; het was voor ons bijna ondoenlijk, en alleen onder begeleiding van Paul Wackers soms mogelijk, om net zo te kijken als de man uit de onverharde straat van enige eeuwen geleden. Aan die colleges dacht ik ook, toen ik het gigantische schilderij voor het eerst zag. Ik voelde me ineens dom, en niet in staat om de volledige reikwijdte van het werk te doorgronden. Dat ben ik ook niet, trouwens, in staat om de reikwijdte van het werk te doorgronden, maar ik heb het wel goed bekeken en ik geloof dat ik het goed heb gezien. Geschouwd, zou Wackers wellicht zeggen. Ik onderging niet hetzelfde als een zieke die in Beaune in het armenziekenhuis lag en schrik had voor de hel, maar ik kwam denk ik wel een eind in de buurt.

Mijn vader vertelde wel eens het verhaal over boetepredikers, die één keer per jaar naar Leveroy kwamen om hel en verdoemenis te preken. Die paters, vaak missionarissen, deden dat zo beeldend dat mijn vader de kerk bevend en sidderend verliet. De hel had zich als het ware geopend tijdens die preken en de eenvoudige gelovigen hadden gezien wat je te wachten stond als je niet leefde als een goed katholiek: eeuwige vlammen. Mijn opa van moederszijde vertelde meer dan honderd keer hoe een kapelaan hem toen hij een jaar of vier was een lucifer naar de vingers had gebracht, zeggend: ‘Dit doet pijn, maar het eeuwige vuur doet veel meer pijn, en dat voor eeuwig.’ De hel was een pressiemiddel en een stok achter de deur. De hel was een mooi werktuig in de handen van praktiserende sadisten.

De hemel was andere koek. Mijn achterbuurvrouw tante Marieke vertelde daar vroeger graag over toen ik nog jong was. In de hemel mocht je altijd naast Jezus zitten en kreeg je pap die je met een gouden lepeltje at. De hemel was het eeuwige licht. Alleen mensen die goed hadden gedaan, of zo goed mogelijk, kregen toegang. De hemel was, als ik het goed begreep, een beetje saai. Je had er een mooi, maar langdradig eeuwig leven, aan de zijde van iemand die nooit meer eens even in de zwavelpoel stapte. De hemel was een zondagmiddag met bezoek. Als mijn angst voor de hel (en voor het vuur) niet zo groot was geweest toen ik jong was, had ik bijna verlangd naar een combinatie van de hemel en de hel, als alternatief. Nu hoopte ik, min of meer tegen beter weten in, op de hemel, een hemel die ik overigens pas na mijn honderdste hoopte te hoeven betreden.

Het schilderij van Van der Weyden is een mengeling van ‘officiële theologie’ en volksgeloof, twee uitersten die elkaar vroeger minder ontliepen dan tegenwoordig. De leer van de kerk en het geloof van het volk waren in zijn tijd meer met elkaar verknoopt dan nu. De kerk wilde niet een levende kerk zijn, ze was het. Daarom grensde de kapel van het Hospice aan de ziekenzaal, en daarom hing dit schilderij in een ziekenhuis. De patiënten waren voor een groot deel op weg naar de eeuwige zaligheid of naar de eeuwige kookpot. Dat wisten ze maar al te goed. Er was geen sprake van ‘een gevecht’ tegen je ziekte. Je vocht tegen je lot – en hoopte er maar het beste van. Misschien veroorzaakt juist dat de rust, die het schilderij (voor mij, met ogen van nu) kenmerkt.

rogier_van_der_weyden_001

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s